Zuid‑Europa heeft te maken met een van de zwaarste hittegolven in de recente geschiedenis. In Frankrijk liep het kwik lokaal op tot boven de 40 °C en werden meer dan twintig departementen onder hitte‑alarm geplaatst. Meer dan de helft van het land stond onder waarschuwing, waarbij twaalf departementen zelfs de hoogste, rode alarmfase bereikten. In Spanje verwachtte men temperaturen tot 42 °C; het grootste deel van het land stond onder code rood of oranje. De aanhoudende droogte en sterke wind veroorzaakten talloze bosbranden, waardoor honderden mensen hun huizen moesten verlaten.
In Spanje en Portugal vonden de branden vooral plaats in bergachtige regio’s waar het terrein moeilijk toegankelijk is voor brandweerwagens. Wetenschappers spreken van een “Molotovcocktail” van omstandigheden: hogere temperaturen, aanhoudende droogte en harde wind zorgen voor vuurtornado’s en onvoorspelbare vuurfronten. Op sommige plaatsen creëerden zogenaamde “fire whirls” – wervelwinden die vlammen en vonken metershoog de lucht in slingeren – een extra gevaar voor hulpdiensten. In Italië moesten wandelpaden rond de Vesuvius worden gesloten door het risico op bosbranden; ook toeristische trekpleisters staan onder druk.
Deze gebeurtenissen illustreren de steeds grotere impact van klimaatverandering op Zuid‑Europa. De hoge temperaturen en droogte verhogen niet alleen de kans op bosbranden maar bedreigen ook de volksgezondheid, landbouw en infrastructuur. Franse gezondheidsdiensten riepen inwoners op om ouderen in de gaten te houden en waarschuwden voor de effecten van hitte‑stress. Ondanks de gecontroleerde branden in Frankrijk – waaronder de grootste brand sinds 1949 – blijft de dreiging groot, omdat nieuwe branden snel kunnen ontstaan. Wetenschappers waarschuwen dat dit soort extreme gebeurtenissen de norm dreigen te worden als de opwarming van de aarde niet drastisch wordt afgeremd.