In de nacht van 10 augustus werden de Russische regio’s Tula en Nizjni Novgorod opgeschrikt door een grootschalige drone‑aanval vanuit Oekraïne. Volgens de gouverneur van Tula kwamen drie mensen om het leven en raakten er verschillende gewond toen drones insloegen in een industrieel gebied dat cruciaal is voor de productie van raketonderdelen voor het Russische leger. De Russische luchtmacht beweert dat zij 59 drones heeft neergeschoten, maar kon niet voorkomen dat enkele toestellen hun doel bereikten. Ook in de regio Nizjni Novgorod vielen gewonden toen een drone neerkwam bij een bouwmarkt.
Rusland beschuldigt Oekraïne ervan burgerdoelen aan te vallen en noemt de aanvallen “terroristische daden”. Oekraïne heeft de aanval niet officieel opgeëist, maar het is bekend dat het gebruikmaakt van kamikazedrones om Russische militaire infrastructuur te treffen. Sinds Rusland in 2022 een grootschalige invasie startte, zijn duizenden burgers aan beide zijden van het front omgekomen. Drones hebben het oorlogstoneel veranderd: ze zijn goedkoop, moeilijk te detecteren en kunnen diepe slagen achter vijandelijke linies maken.
De aanvallen vinden plaats terwijl internationale diplomatieke inspanningen gaande zijn om tot een staakt‑het‑vuren te komen. President Trump en president Poetin zullen later deze week in Alaska samenzitten om een mogelijke wapenstilstand te bespreken. Oekraïne hoopt dat het westerse bondgenoten voldoende druk uitoefenen op Moskou om zijn troepen terug te trekken, terwijl Rusland juist inzet op erkenning van zijn annexaties. De drone‑aanvallen maken duidelijk hoe precair de situatie blijft: zolang er geen overeenkomst is, kunnen beide partijen steeds zwaardere middelen inzetten.