
PARAMARIBO – De Surinaamse regering stuurt aan op een begrotingstekort dat richting de 5 procent beweegt, terwijl tegelijkertijd geen volledig overzicht bestaat van de totale schuldenlast van het land. Dat bleek uit recente toelichtingen van de minister van Financiën tijdens een debat in De Nationale Assemblee.
Waar de begroting aanvankelijk werd ingediend met een tekort van circa 3,5 procent, geeft de minister nu aan dat na verwerking van aanvullende transacties en financiële verplichtingen het tekort is opgelopen.
“Wij zitten in ieder geval binnen de vijf procent,” verklaarde de minister, waarbij hij benadrukte dat nog kleine correcties mogelijk zijn. Tegelijkertijd stelde hij dat het noodzakelijk is om het tekort onder deze grens te houden.
De minister verduidelijkte dat er geen sprake is van drie staatsobligaties, maar van twee. Een bedrag van 265 miljoen dollar betreft een heropening van een eerder uitgegeven obligatie van 1 miljard dollar.
Opvallend is het tempo waarin deze financiering tot stand kwam. Volgens de minister werd het traject – inclusief due diligence, juridische controles en een internationale roadshow – in ongeveer twee weken afgerond.
De betrokken intermediaire bank bij deze transacties is Bank of America. De snelheid van dit proces roept vragen op over de diepgang van de beoordeling en de voorwaarden waaronder deze schulden zijn aangegaan.
Een ander zorgpunt is de zogenoemde VRI-schuld, die volgens de minister kan oplopen tot ongeveer 780 miljoen.
De constructie van deze schuld maakt het probleem groter:
de rente wordt telkens opgeteld bij de uitstaande schuld, waardoor er sprake is van een rente-op-rente effect.
Met een rente van circa 9 procent betekent dit dat de schuld automatisch blijft groeien zolang er niet wordt afgelost. De minister erkende dat deze schuld aanzienlijk duurder is dan recent afgesloten obligaties.
Tijdens het debat werd duidelijk dat er geen volledig overzicht beschikbaar is van alle leningen.
De minister gaf aan:
Daarnaast blijkt:
Dit betekent dat een aanzienlijk deel van de buitenlandse schulden nog volledig openstaat.
Op vragen over de koppeling tussen leningen en concrete projecten bleef het antwoord uit. De minister gaf aan dat deze informatie eerder is opgevraagd en later “grafisch” zal worden aangeleverd via een overzicht.
Vooralsnog blijft dus onduidelijk:
Wat uit het debat naar voren komt, is een financieel beeld waarin:
Voor een land dat afhankelijk is van internationale financiering en economische stabiliteit, is juist dat totaalbeeld cruciaal. Zonder volledig inzicht in de schuldenstructuur en bestedingen blijft het moeilijk om de werkelijke financiële positie van Suriname te beoordelen.
Tijdens het debat ontstond daarnaast verwarring over de beschikbaarheid van documenten met betrekking tot de leningen en de financiële situatie. Vanuit de regering werd gesteld dat deze informatie reeds was gedeeld met De Nationale Assemblee.
DNA lid Ramsukur, lid van de commissie Financiën en Planning geeft aan geen enkel document te hebben ontvangen, noch via het systeem. Dit leidde tot onduidelijkheid over de feitelijke beschikbaarheid van cruciale financiële informatie voor het parlement.
De vicepresident gaf daarbij aan dat niet op alle vragen direct gedetailleerd kon worden ingegaan en dat verdere toelichting op een later moment zal volgen.
RInieuws heeft naar aanleiding van deze ontwikkelingen contact opgenomen met de minister van Financiën voor een reactie