
De spanningen binnen de Surinaamse zorgsector lopen verder op. Terwijl de overheid miljoenen Surinaamse dollars uitgeeft aan buitenlandse zorgkrachten, wachten lokale zorgmedewerkers nog altijd maanden op hun geld.
Tijdens een recent persmoment erkende minister André Misiekaba dat de overheid kampt met financiële beperkingen. “Wanneer je een begrotingstekort hebt, moet je elke maand schuiven,” stelde hij, waarbij hij aangaf dat niet alle zorgmedewerkers gelijktijdig betaald kunnen worden. In een gesprek met de Ri-Podcast liet DA91-voorzitter Angelic Del Castilho daar geen misverstand over bestaan: volgens haar is er sprake van falend beleid.
Volgens Del Castilho is het probleem niet nieuw. Zij stelt dat Suriname al jarenlang kampt met een verkeerd prioriteitenbeleid, waarbij het behoud van eigen kader niet vooropstaat. Juist daarin ziet zij een patroon dat nu opnieuw zichtbaar wordt in de zorgsector. Zij noemt het slecht bestuur wanneer eigen verpleegkundigen vertrekken door gebrek aan waardering en financiële zekerheid, terwijl er tegelijk veel meer middelen worden vrijgemaakt om personeel uit het buitenland aan te trekken en vast te houden.
Tijdens het gesprek werd aangehaald dat het gaat om ongeveer 70 buitenlandse zorgkrachten, die samen tussen de SRD 2,5 miljoen en 4,1 miljoen per maand zouden kosten. Del Castilho noemde dat tegenover lokale zorgmedewerkers niet verdedigbaar. Volgens haar begint goed beleid met een eerlijke analyse van wat het land zelf in huis heeft, wat werkelijk ontbreekt en hoe beschikbare middelen zó worden ingezet dat zowel lokaal als buitenlands personeel zich gewaardeerd voelt. In haar visie mag er geen klimaat ontstaan waarin lokale krachten zich tekortgedaan voelen of in concurrentie worden geplaatst met mensen die van buiten worden gehaald.
De DA91-voorzitter spaarde de regering niet toen haar werd gevraagd hoe zij deze situatie zou uitleggen aan zorgmedewerkers die nog steeds op hun centen wachten. Volgens haar is geen enkel excuus daarvoor geldig. Zij wees erop dat patiënten vaak direct moeten betalen voor medische diensten of hulpmiddelen, terwijl de staat tegelijkertijd verplichtingen heeft tegenover zorgverleners en die volgens haar niet tijdig nakomt. Ook verwees zij naar het feit dat bij ambtenaren maandelijks automatisch gelden voor ziektekosten worden ingehouden, waardoor de overheid volgens haar des te meer gehouden is om haar kant van de afspraak na te komen.
Op de vraag of de overheid nog geloofwaardig is richting zorgpersoneel, was Del Castilho duidelijk: dat vertrouwen brokkelt steeds verder af. Zij haalde aan dat DA91 samen met diaspora-ondersteuners in de afgelopen jaren gratis cursussen heeft aangeboden aan mensen in de zorg. Volgens haar liet dat zien hoeveel passie en bereidheid er nog altijd leeft onder zorgmedewerkers om zich verder te ontwikkelen. Tegelijk stelde zij dat sommigen, ondanks extra inzet en scholing, uiteindelijk toch kozen om het land te verlaten omdat waardering uitbleef. Dat gebeurt volgens haar vaak met pijn in het hart, maar uit noodzaak.
Del Castilho ging nog verder door te zeggen dat het punt van vertrouwen volgens haar al lang voorbij is. Zij schetste een zorgsysteem waarin patiënten en personeel leven met permanente onzekerheid. Volgens haar vragen patiënten medicijnen of operatiedata zo snel mogelijk aan, uit angst dat de situatie later verder verslechtert. Ook artsen, specialisten en ander zorgpersoneel zouden niet zeker weten wanneer betalingen volgen, terwijl achterstanden telkens worden ingelopen om daarna opnieuw op te lopen. In haar woorden is voorspelbaarheid in de zorg al geruime tijd verdwenen.
Wat volgens Del Castilho speelt, gaat verder dan alleen ongelijkheid. Zij noemt het een gebrek aan respect voor het eigen kader. Ze erkent dat het aantrekken van specialistische kennis uit het buitenland soms noodzakelijk kan zijn, maar stelt dat de echte ongelijkheid ontstaat wanneer lokaal personeel zich blijft inzetten, zich blijft scholen en vervolgens niet eens op tijd wordt betaald, terwijl buitenlandse krachten wel tijdig en ruimer worden beloond. Dat noemde zij niet alleen ongelijkheid, maar ook disrespect richting de eigen mensen waarop het zorgsysteem uiteindelijk drijft.
Ook de boodschap richting jongeren is volgens haar verkeerd. Del Castilho zei dat steeds meer jonge mensen het gevoel hebben dat terugkeren naar Suriname geen zin heeft, omdat hier geen zekerheid en waardering te vinden zijn. Daarmee, zo waarschuwde zij, ondermijnt de overheid de basis van de sector zelf. Suriname moet volgens haar in de eerste plaats door Surinamers worden opgebouwd, en dat vereist een systeem waarin mensen fatsoenlijk kunnen leven, hun kinderen naar school kunnen sturen en op tijd worden betaald.
Toen het begrip “tijdelijke oplossing” ter sprake kwam, dat minister André Misiekaba volgens het interview tijdens een persmoment gebruikte, maakte Del Castilho duidelijk dat juist daarin volgens haar het probleem schuilt. Zolang er geen heldere termijn, geen concreet bedrag en geen duidelijk plan op tafel ligt, is er volgens haar geen sprake van beleid dat te volgen of te controleren is. In haar ogen zijn zulke termen zonder onderbouwing niets meer dan een dekmantel voor stilstand. Zij noemde het probleem in de zorg dan ook een chronisch en structureel falen dat zich al jaren voortsleept.
Op het scherpste moment van het gesprek werd haar rechtstreeks gevraagd of dit falend beleid is. Haar antwoord was kort en zonder ruimte voor interpretatie: “Het is falend beleid. Honderd procent.” De hoofdverantwoordelijkheid daarvoor legt zij bij de minister van Volksgezondheid, al vindt zij ook dat De Nationale Assemblée haar controlerende taak serieuzer moet nemen, ongeacht wie op dat moment regeert.
Volgens Del Castilho staat de situatie bovendien niet op zichzelf. Zij ziet in de aanpak van de zorgsector een bredere crisis in beleidsvorming in Suriname. Zij stelde dat regeringen volgens haar te vaak kiezen voor oppervlakkige, oplossingen die vooral bedoeld zijn om onrust tijdelijk te dempen, zonder de wortel van het probleem aan te pakken. In dat licht is de zorg volgens haar allang geen echte prioriteit meer, hoe vaak dat politiek ook wordt beweerd.
Toch ziet Del Castilho ook ruimte voor directe stappen. Volgens haar kan binnen dertig dagen al veel worden bereikt door openheid te geven over budgetten, personeelsverhoudingen, capaciteiten en keuzes. Zodra die helderheid er is, ontstaat er volgens haar rust en kan er gewerkt worden aan een systeem waarin lokaal en buitenlands personeel niet als concurrenten tegenover elkaar staan, maar als onderdeel van één team. Blijft die omslag uit, dan dreigt volgens haar een verdere uitholling van het eigen zorgkader, met alle gevolgen van dien voor de zorg in Suriname.
Volgens minister André Misiekaba wordt gewerkt aan structurele oplossingen, waaronder een nieuwe loonreeks en investeringen in ziekenhuizen. Deze plannen zijn volgens hem al in gang gezet, maar moeten nog worden uitgevoerd.
In haar slotboodschap richtte Del Castilho zich uiteindelijk niet alleen tot de overheid, maar ook tot de samenleving. Zij waarschuwde dat burgers deze ontwikkelingen niet mogen vergeten. Volgens haar kan het wel degelijk anders, maar alleen als burgers ook bereid zijn andere keuzes te maken.