
De Raad van State heeft het ministerie van Defensie teruggefloten in een zaak over inzage in een geheim handboek van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Volgens de hoogste bestuursrechter is de bezwaarprocedure onzorgvuldig verlopen, omdat Defensie achter gesloten deuren met een bezwaarcommissie sprak zonder dat de aanvrager daarbij aanwezig was of later kon zien wat er precies besproken was.
De uitspraak werd woensdag 11 maart 2026 gepubliceerd.
De zaak begon toen een onderzoeker een verzoek indiende om inzage te krijgen in het “Handboek Inlichtingen voor de analist” van de MIVD. Hij wilde de informatie gebruiken voor een artikel over inlichtingenverzameling en analyse.
Het ministerie van Defensie verstrekte delen van het document, maar andere passages bleven geheim vanwege nationale veiligheid en de bescherming van bronnen en werkwijzen van de inlichtingendienst.
Na bezwaar kreeg de aanvrager opnieuw een gedeeltelijk geschoonde versie van het handboek, maar hij vond dat nog steeds te beperkt en stapte naar de rechter.
De kern van het conflict lag in de bezwaarprocedure. Tijdens die procedure stelde de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie aanvullende vragen aan vertegenwoordigers van het ministerie over de geheime delen van het handboek.
Dat gebeurde echter zonder dat de aanvrager of zijn advocaat daarbij aanwezig waren. Bovendien:
Volgens de Raad van State is dat in strijd met het fundamentele principe van hoor en wederhoor.
De hoogste bestuursrechter oordeelde dat de minister onvoldoende heeft uitgelegd waarom het noodzakelijk was om het gesprek geheim te houden. Daarnaast had de commissie volgens de wet een verslag moeten maken van het gesprek.
Omdat die procedurele fouten zwaar wegen, vernietigt de Raad van State de eerdere besluiten van Defensie.
Het ministerie moet nu opnieuw beslissen op het bezwaar en de procedure opnieuw uitvoeren, met inachtneming van de regels.
De Raad van State merkt daarnaast op dat de wet mogelijk duidelijker moet worden. Volgens de rechter is het aan de wetgever om te bepalen of er een specifieke regeling moet komen voor geheime gesprekken met bestuursorganen tijdens bezwaarprocedures, met extra waarborgen voor de betrokken burger.
Defensie moet daarnaast: