
PARAMARIBO – Het uitblijven van quorum voor de openbare vergadering over de herstructurering van de rechterlijke macht en andere belangrijke wetten was volgens VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien geen teken van onwil, maar een bewuste keuze om eerst overleg te voeren met de betrokken actoren.
In een interview met TBN Prime stelde Gajadien dat het onverstandig zou zijn geweest om de behandeling van zulke ingrijpende wetsvoorstellen door te drukken zonder eerst de rechterlijke macht zelf te horen.
Volgens hem moet wetgeving niet alleen politiek worden afgewogen, maar ook praktisch uitvoerbaar zijn. Juist omdat de uitvoering van deze wetten in handen ligt van de rechterlijke macht, vindt hij dat overleg vooraf noodzakelijk is.
“Zo werk ik niet,” maakte Gajadien duidelijk. “Ik ben niet voor spek en bonen in het parlement. Als ik kom, dan probeer ik technisch en duurzaam mijn bijdrage te leveren.”
Hij zei dat de VHP-fractie daarom bewust niet is meegegaan in het verzoek om gewoon door te vergaderen. Eerst moest er volgens hem inhoudelijk gesproken worden met de rechterlijke macht, zodat men niet achteraf tegenover elkaar komt te staan in een conflict over rechten, bevoegdheden of uitvoering.
Een van de punten die nog besproken moeten worden, is het voorgestelde carrièremodel binnen de rechterlijke macht. Daarbij zouden functionarissen jaarlijks een verhoging van 5 procent krijgen op hun bezoldiging, los van inflatiecorrecties. Volgens Gajadien is dat bedoeld om ervaring binnen de rechterlijke macht te behouden en te voorkomen dat deskundige krachten telkens vertrekken.
Tegelijk erkent hij dat er vanuit de samenleving stevige kritiek is ontstaan, vooral over de hoogte van mogelijke inkomens en de vergelijking met het salaris van de president. Volgens hem worden daar appels met peren vergeleken, omdat bij andere functies vaak extra voorzieningen, woonregelingen of pensioenen meespelen die bij rechters niet gelden.
Gajadien gaf aan dat de kritiek inmiddels wel tot nieuwe inzichten heeft geleid. Zo wordt gekeken naar aanpassingen in de bezoldigingsreeks, waarbij de jaarlijkse stijging naarmate het aantal dienstjaren toeneemt geleidelijk lager zou moeten worden. Daarmee wil men voorkomen dat het systeem op termijn buitensporig uitgroeit.
Volgens de VHP-fractieleider is het oorspronkelijke concept nog steeds verdedigbaar, maar moet het op onderdelen worden gecorrigeerd. Hij verzet zich tegen wat hij noemt “lapmiddelen” en zegt alleen verder te willen als er een doordacht en breed gedragen model op tafel ligt.
Wanneer De Nationale Assemblée opnieuw in openbare vergadering bijeenkomt, hangt volgens hem af van hoe snel de oplossingsmodellen worden uitgewerkt en besproken met de rechterlijke macht. Als daar overeenstemming over komt, kan het volgens Gajadien snel gaan.
Zijn kernboodschap is duidelijk: geen haastwerk, maar eerst overleg, draagvlak en technische correctie. Pas daarna moet het parlement zich opnieuw over de wetgeving buigen.