
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 maart 2026 een belangrijk besluit van de regering over luchthaven Schiphol vernietigd. Het ging om een maatregel van het kabinet om een maximum van 478.000 vliegtuigbewegingen per jaar in te voeren om geluidsoverlast voor omwonenden te beperken.
Volgens de hoogste bestuursrechter is het besluit onvoldoende onderbouwd en onzorgvuldig voorbereid, waardoor het juridisch geen stand kan houden.
Het kabinet had in mei 2025 besloten het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol aan te passen. Daarbij werd bepaald dat Schiphol jaarlijks maximaal 478.000 vluchten mocht verwerken, waarvan 27.000 nachtvluchten tussen 23:00 en 07:00 uur.
Met deze maatregel wilde de overheid de geluidshinder voor omwonenden verminderen en tegelijkertijd de internationale positie van Schiphol behouden.
Maar tegen het besluit werd massaal beroep ingesteld door onder meer:
De Raad van State oordeelt dat de minister wel bevoegd was om regels over vliegverkeer vast te stellen, maar dat het besluit niet goed is gemotiveerd.
Volgens de rechters heeft de regering onvoldoende uitgelegd:
De rechtbank stelt dat het kabinet feitelijk probeerde een eerder bestuurlijk afgesproken systeem van maximaal 500.000 vluchten alsnog juridisch vast te leggen, maar dat dit onvoldoende is onderbouwd in de wetgeving.
Door de vernietiging van het besluit geldt voorlopig geen wettelijk maximum meer voor het totale aantal vluchten op Schiphol.
De oude regels uit het luchthavenverkeerbesluit blijven wel bestaan, maar zonder een plafond voor het totale aantal vliegtuigbewegingen per jaar.
Om een juridisch vacuüm te voorkomen heeft de Raad van State een voorlopige voorziening getroffen.
Daarin staat dat:
Volgens de rechters was hierover geen bezwaar van partijen en wordt dit aantal in de praktijk meestal niet volledig benut.
Het kabinet werkt inmiddels aan een volledig nieuw luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol. Daarin moeten onder meer nieuwe regels voor geluid, milieueffecten en vliegcapaciteit worden vastgelegd.
De uitspraak betekent dat de regering opnieuw moet kijken naar hoe het aantal vluchten juridisch correct kan worden begrensd.