
PARAMARIBO – De Surinaamse overheid heeft zorgen geuit over het gebruik van de chemische stof JinChan in de goudsector. Tijdens een overleg op 8 april tussen de ministeries van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en Olie, Gas en Milieu (OGM), samen met de Nationale Milieu Autoriteit (NMA), werd duidelijk dat het ongereguleerde gebruik van deze stof risico’s vormt voor mens en milieu.
De ministers David Abiamofo en Patrick Brunings spraken samen met NMA-directeur Vanuessa Gefferie over strengere regulering en betere controle op het gebruik van JinChan. De stof wordt gebruikt bij het uitlogen van goud uit erts, maar volgens deskundigen ontbreekt het in de praktijk vaak aan kennis en toezicht.
Volgens de betrokken instanties kan verkeerd gebruik van JinChan leiden tot vervuiling van water en bodem. Vooral in combinatie met kwik – dat al veel wordt gebruikt in de goudsector – worden de risico’s groter.
Daarnaast vormen deze chemicaliën een direct gevaar voor mijnwerkers en gemeenschappen in goudwinningsgebieden. De overheid erkent dat bestaande regelgeving onvoldoende wordt nageleefd en niet altijd aansluit op de praktijk.
Hoewel de focus nu ligt op JinChan, speelt er in Suriname al langer een groter probleem: het gebruik van gevaarlijke chemicaliën in de goudsector, met name cyanide.
Eerdere incidenten, zoals de opslag van cyanide in woonwijken, hebben aangetoond hoe kwetsbaar de controle op deze stoffen is. Omwonenden sloegen destijds alarm, maar pas na publieke druk werd ingegrepen.
Dit roept vragen op over de structurele aanpak van chemische stoffen binnen de sector.
RInieuws publiceerde vorig jaar al een uitgebreid artikel waarin werd gewezen op het gebruik van chemische extractiemethoden, waaronder JinChan en cyanide, zonder voldoende toezicht en onafhankelijke controle.
Op basis van documenten en analyses werd toen al gesteld dat deze stoffen risico’s vormen voor waterwegen, bodemkwaliteit en de volksgezondheid. Ook werd de vraag gesteld in hoeverre de overheid daadwerkelijk grip heeft op de goudsector en de rol van buitenlandse bedrijven daarin.
De recente erkenning van risico’s door de overheid lijkt deze eerdere waarschuwingen te bevestigen.
Om de situatie te verbeteren, werkt de overheid aan een pakket van maatregelen. Zo zal de import van JinChan strenger worden gereguleerd en komt er meer toezicht op opslag, transport en gebruik.
Ook wordt ingezet op bewustwording binnen de goudsector, waar volgens de autoriteiten nog onvoldoende kennis bestaat over de gevaren van deze stoffen.
De ontwikkelingen rond JinChan en cyanide maken duidelijk dat Suriname te maken heeft met een breder probleem binnen de goudsector: onvoldoende handhaving en beperkte controle op het gebruik van gevaarlijke chemicaliën.
Met de recente zorgen groeit de druk op de overheid om niet alleen nieuwe maatregelen aan te kondigen, maar ook daadwerkelijk te zorgen voor effectieve uitvoering.
De vraag blijft of dit keer wel tijdig wordt ingegrepen, of dat Suriname opnieuw achter de feiten aanloopt terwijl de risico’s voor mens en milieu blijven toenemen.