
Het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten heeft een besluit van de regering vernietigd waarbij een ambtenaar de toegang tot bepaalde overheidsgebouwen werd ontzegd. Volgens de rechter was het besluit genomen door een instantie die daar juridisch niet toe bevoegd was.
De zaak draaide om een ambtenaar die sinds 2012 in dienst is bij het Land Sint Maarten en sinds november 2024 werkzaam is als chef van het kabinet van de minister van Volksgezondheid, Sociale Zaken en Arbeid. Begin januari 2026 ontstond een conflict nadat zij in een overheidsgebouw uitlatingen had gedaan richting de minister-president. Ook een bericht van haar echtgenoot op sociale media speelde een rol in de spanningen.
Op 7 januari 2026 besloot de minister van Algemene Zaken haar per direct de toegang tot alle overheidsgebouwen en ICT-systemen te ontzeggen. Dit gebeurde vooruitlopend op een mogelijk schorsingsbesluit, terwijl een onderzoek naar de gebeurtenissen werd gestart.
De ambtenaar ging tegen deze maatregel in bezwaar en stelde dat de minister niet bevoegd was om een dergelijke ordemaatregel op te leggen. Volgens de wet ligt die bevoegdheid namelijk bij de Gouverneur van Sint Maarten.
Tijdens een vergadering op 16 januari 2026 nam de Raad van Ministers een aangepast besluit. De oorspronkelijke maatregel werd ingetrokken en vervangen door een nieuwe beperking: de ambtenaar mocht geen overheidsgebouwen betreden wanneer de minister-president aanwezig was. Zij mocht haar werkzaamheden wel op afstand voortzetten met toegang tot het ICT-netwerk.
Ook tegen deze tweede maatregel werd bezwaar ingediend.
Het gerecht oordeelde dat de tweede toegangsontzegging wel degelijk een besluit met rechtsgevolg was, omdat het direct invloed had op de ambtelijke positie en werkzaamheden van de ambtenaar.
Tegelijk stelde de rechter vast dat de maatregel niet was genomen door het bevoegde gezag. Volgens de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht mag alleen de Gouverneur een dergelijke ordemaatregel opleggen. De Raad van Ministers had die bevoegdheid niet.
De enkele aanwezigheid van de gouverneur bij de ministerraadsvergadering was volgens het gerecht geen bewijs dat het besluit namens hem was genomen of goedgekeurd.
Omdat het besluit door een onbevoegde instantie was genomen, verklaarde de rechter het bezwaar gegrond en werd de tweede toegangsontzegging vernietigd.
Het bezwaar tegen de eerste maatregel werd niet inhoudelijk behandeld, omdat deze inmiddels al was ingetrokken.
De regering van Sint Maarten moet daarnaast 1.400 Caribische gulden aan proceskosten betalen aan de klaagster.
Tegen de uitspraak kan binnen 30 dagen hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken.