
WASHINGTON – De Amerikaanse president Donald Trump heeft fel uitgehaald naar NAVO-bondgenoten omdat zij geen militaire steun willen leveren bij het beveiligen van de Straat van Hormuz tijdens de oorlog met Iran. Tijdens een ontmoeting met de Ierse premier Micheál Martin op dinsdag 17 maart 2026 noemde Trump de houding van bondgenoten “een zeer grote vergissing” en waarschuwde hij dat de Verenigde Staten dit niet zullen vergeten.
Volgens Trump zijn veel NAVO-landen het inhoudelijk eens met de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, maar weigeren zij vervolgens om mee te helpen bij de militaire en maritieme afhandeling van het conflict. Vooral het uitblijven van steun voor escortes en mijnenbestrijding in de Straat van Hormuz zit hem dwars. Dat ze de operatie toejuichen maar niet willen bijdragen, noemt hij slecht voor het bondgenootschap.
Trump stelde dat de Verenigde Staten die hulp niet per se nodig hebben, maar dat het juist in een bondgenootschap vanzelfsprekend zou moeten zijn dat partners elkaar bijstaan. Hij suggereerde opnieuw dat Washington zijn relatie met de NAVO moet heroverwegen, al zei hij ook dat daar op dit moment nog geen concreet besluit over is genomen. Reuters meldde dat Trump tijdens hetzelfde moment aangaf dat hij voor zo’n beslissing het Congres niet nodig acht, wat de politieke spanning rond de alliantie verder opvoert.
De uitspraken komen op een moment dat de oorlog met Iran verder escaleert en de Straat van Hormuz, een van de belangrijkste energieroutes ter wereld, zwaar onder druk staat. Het conflict heeft de olieprijzen opnieuw boven de 100 dollar per vat geduwd, wat wereldwijd zorgen voedt over inflatie, brandstofkosten en de economische impact van de crisis.
Trump gebruikte het moment ook om zijn militaire lijn tegenover Iran krachtig te verdedigen. Hij verklaarde dat de Iraanse marine, luchtmacht, radarinstallaties en luchtafweer grotendeels zijn uitgeschakeld en dat Iran zonder de recente aanvallen volgens hem op korte termijn over nucleaire capaciteit had kunnen beschikken. Die stelling wordt door zijn regering gebruikt als rechtvaardiging voor de operatie, al is daar intern binnen de Amerikaanse veiligheidsstructuur juist forse verdeeldheid over ontstaan.
Die interne spanning werd dinsdag extra zichtbaar door het opstappen van Joe Kent, het hoofd van het Amerikaanse National Counterterrorism Center. Kent nam ontslag uit protest tegen de oorlog en stelde dat Iran geen onmiddellijke dreiging vormde voor de Verenigde Staten. Hij is daarmee de eerste hoge functionaris uit Trumps regering die openlijk breekt met de koers van het Witte Huis in deze oorlog. Trump reageerde hard en noemde Kent “zwak op veiligheid”.
De ontmoeting met de Ierse premier draaide officieel om de historische banden tussen Ierland en de Verenigde Staten, maar werd in de praktijk overschaduwd door de oorlog met Iran, de verdeeldheid binnen het Westen en Trumps groeiende frustratie over bondgenoten die politieke steun uitspreken, maar militair afhaken. Daarmee lijkt de crisis rond Iran niet alleen een militair conflict te zijn, maar ook een nieuwe stresstest voor de NAVO en de trans-Atlantische verhoudingen.