
Paramaribo – Het Openbaar Ministerie (OM) in Suriname heeft De Nationale Assemblée (DNA) officieel gevraagd om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen. Het gaat om voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, voormalig minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo en voormalig minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed.
De vorderingen werden op 9 maart 2026 door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie bij het parlement ingediend. Volgens het OM zijn er voldoende aanwijzingen van mogelijke strafbare feiten die tijdens hun ambtsperiode zouden zijn gepleegd.
Omdat het gaat om voormalige politieke ambtsdragers, kan strafvervolging alleen plaatsvinden nadat De Nationale Assemblée toestemming heeft gegeven voor een zogenoemde “in staat van beschuldigingstelling”.
In de verschillende dossiers worden meerdere mogelijke strafbare feiten genoemd. Het gaat onder meer om verdenkingen van:
Volgens het OM hebben politieonderzoeken en financiële analyses aanwijzingen opgeleverd dat er onregelmatigheden hebben plaatsgevonden bij overheidsbesluiten, financiële transacties en administratieve handelingen.
Een van de onderzoeken richt zich op voormalig minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed en het Pan American Real Estate (PARE)-dossier.
Volgens het OM zijn er aanwijzingen dat er onregelmatigheden zijn geweest bij financiële en administratieve handelingen rond het project.
Onderzoekers stuitten daarbij op grote verschillen in bedragen binnen het dossier.
In een technische beoordeling wordt gesproken over een gemiddelde infrastructuurwaarde van ongeveer 2,54 miljoen Amerikaanse dollar, terwijl in andere documenten een bedrag van 7,9 miljoen Amerikaanse dollar wordt genoemd.
Volgens het onderzoeksresumé ontbreekt een duidelijke onderbouwing voor dit hogere bedrag, wat aanleiding gaf tot verdere vragen binnen het onderzoek.
Het strafrechtelijk onderzoek naar voormalig minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo richt zich op mogelijke onregelmatigheden binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken (BIZA) in de periode 2020 tot en met 2025.
Volgens het proces-verbaal zou er binnen het ministerie sprake zijn geweest van een systeem waarbij overheidsmiddelen en personeel mogelijk zijn ingezet voor partijpolitieke en privédoeleinden.
Onderzoekers stellen onder meer dat:
Daarnaast wordt in het dossier gesproken over mogelijke frauduleuze overuren, valse administratieve documenten en onrechtmatige declaraties.
Een ander onderdeel van het onderzoek richt zich op mogelijke belangenverstrengeling rond een bouwbedrijf dat volgens het dossier mogelijk structureel zou zijn bevoordeeld bij opdrachten of betalingen vanuit het ministerie.
Daarbij wordt gesproken over mogelijke miljoenenbedragen aan overheidsgeld die via dit systeem zouden zijn uitgekeerd.
Het onderzoek naar voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad richt zich volgens het OM op mogelijke financiële constructies rond staatsmiddelen en transacties die verband houden met het ministerie van Financiën en de Surinaamse Postspaarbank.
Volgens het proces-verbaal zijn er aanwijzingen dat bepaalde handelingen mogelijk buiten de wettelijke begrotingsprocedures zijn uitgevoerd.
De aanklagers beschrijven daarnaast vermoedens van misbruik van bevoegdheden, waarbij volgens het onderzoek staatsmiddelen mogelijk op onrechtmatige wijze zijn ingezet of verplaatst.
Volgens de Surinaamse grondwet kunnen voormalige ministers alleen strafrechtelijk worden vervolgd nadat De Nationale Assemblée toestemming heeft gegeven voor een in staat van beschuldigingstelling.
Het parlement moet daarom eerst beslissen of de drie voormalige ministers formeel vervolgd mogen worden. Pas wanneer DNA instemt met de vorderingen van het Openbaar Ministerie kan een gerechtelijk vooronderzoek en uiteindelijk een strafproces volgen.
De gelijktijdige vorderingen tegen drie voormalige ministers kunnen grote politieke gevolgen hebben.
Het besluit van het parlement kan namelijk leiden tot een van de zeldzame situaties waarin meerdere voormalige Surinaamse ministers tegelijkertijd strafrechtelijk worden vervolgd.
De komende maanden zal blijken of De Nationale Assemblée bereid is het verzoek van het Openbaar Ministerie te ondersteunen en de zaken voor de rechter te laten komen.