
De wereldwijde olieprijzen zijn opnieuw sterk gestegen en hebben inmiddels de grens van $100 per vat overschreden, terwijl de spanningen in het Midden-Oosten blijven oplopen. Volgens marktexperts reageren financiële markten zowel op concrete verstoringen in de olievoorziening als op de groeiende angst voor verdere escalatie in de regio.
Tijdens een analyse van de markten verklaarde Peter McGuire, CEO van trading.com, dat de snelheid waarmee de olieprijs stijgt uitzonderlijk is. Volgens hem stond Brent-olie slechts enkele dagen geleden nog rond $75 tot $80 per vat, maar steeg de prijs in korte tijd naar meer dan $116 tijdens de Aziatische handel.
Hoewel de prijs inmiddels iets is teruggevallen naar ongeveer $105 tot $106, blijft de volatiliteit volgens McGuire extreem hoog.
“De bewegingen in de markt zijn dramatisch. In een enkel uur kunnen prijzen enorm schommelen. Als deze situatie weken of zelfs maanden aanhoudt, zal dat onvermijdelijk gevolgen hebben voor consumenten en de inflatie wereldwijd,” aldus McGuire.
Een belangrijk punt van zorg voor handelaren is de mogelijke verstoring van scheepvaart in de Straat van Hormuz, een cruciale doorgang waar een groot deel van de wereldwijde olie-export passeert.
Markten vrezen dat verdere militaire escalatie in het Midden-Oosten de transporten van olie kan belemmeren, waardoor het aanbod op de wereldmarkt plotseling kan krimpen.
Volgens McGuire spelen sentiment en onzekerheid momenteel een grote rol.
“Het is een combinatie van angst en daadwerkelijke risico’s. Handelaren proberen vooruit te lopen op mogelijke verstoringen van de levering, vooral richting Azië,” zei hij.
Als olieproducenten hun leveringen tijdelijk moeten stopzetten – bijvoorbeeld door zogenaamde force majeure verklaringen – kan de prijs volgens experts nog veel verder stijgen.
McGuire waarschuwt dat olieprijzen in dat scenario $140 tot zelfs $150 per vat kunnen bereiken.
“Als de markt daadwerkelijk te maken krijgt met grote leveringsproblemen, kan een prijsstijging van 30 procent in één handelsdag niet worden uitgesloten,” stelde hij.
Hoewel de Verenigde Staten momenteel de grootste olieproducent ter wereld zijn, kan een snelle opschaling van de Amerikaanse schalieproductie het tekort volgens analisten niet onmiddellijk compenseren.
Nieuwe productie opstarten kost tijd.
“Je zet niet simpelweg een schakelaar om en hebt meteen meer olie. Het duurt weken of zelfs maanden voordat extra productie volledig op gang komt,” aldus McGuire.
Ondertussen overwegen G7-landen om olie uit strategische noodvoorraden vrij te geven via het Internationaal Energieagentschap (IEA) om de markten te stabiliseren.
Zo’n maatregel kan volgens experts tijdelijk de volatiliteit verminderen en het vertrouwen op de markt herstellen.
Toch blijft het volgens analisten vooral afwachten hoe de geopolitieke situatie zich ontwikkelt.
De stijgende olieprijzen zorgen ondertussen al voor verschuivingen op de financiële markten.
Zo noteerden technologiebeurzen zoals de Nasdaq futures bijna 2 procent lager.
Volgens McGuire is het conflict nog relatief jong en kan de situatie verder escaleren.
“Dit is pas dag negen van de crisis en er zijn geen tekenen dat de spanningen afnemen. Als dit zo doorgaat, kunnen we nog veel grotere prijsschokken zien.”