Rotterdam – De rechtbank in Rotterdam heeft een 32-jarige man veroordeeld omdat hij seks had met een vrouw terwijl zij sliep en zich in een staat van verminderd bewustzijn bevond. De man werd echter vrijgesproken van verkrachting, omdat volgens de rechtbank niet kon worden bewezen dat er sprake was van geweld of dwang.
De rechtbank legde de verdachte een gevangenisstraf van 61 dagen op, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast kreeg hij een taakstraf van 180 uur.
De zaak draait om een incident op 16 juni 2024 in Zwijndrecht. Volgens de rechtbank staat vast dat de verdachte seksueel binnendrong bij de vrouw terwijl zij sliep. Hierdoor verkeerde zij volgens de rechtbank in een staat van verminderd bewustzijn en kon zij haar wil niet kenbaar maken of zich verzetten.
De vrouw verklaarde dat zij wakker werd terwijl de man seks met haar had. In WhatsApp-gesprekken tussen de twee, die in het dossier zijn opgenomen, werd later ook over het incident gesproken.
De rechtbank achtte haar verklaring betrouwbaar en vond dat deze op belangrijke punten werd ondersteund door andere bewijzen, waaronder berichtenverkeer tussen de verdachte en het slachtoffer.
De officier van justitie had de verdachte aangeklaagd voor verkrachting en een gevangenisstraf van twee jaar geëist. Volgens de aanklacht zou de man de vrouw hebben gedrogeerd met ketamine en haar vervolgens hebben verkracht.
De rechtbank sprak de verdachte echter vrij van dit zwaardere feit. Volgens de rechters kon niet overtuigend worden vastgesteld dat de vrouw door geweld of door het gebruik van ketamine tot seks werd gedwongen.
De werking van ketamine is relatief kort, waardoor volgens de rechtbank niet duidelijk kon worden bewezen dat de vrouw tijdens de seks nog onder invloed was van het middel.
De verdachte en het slachtoffer hadden destijds een seksuele relatie waarin ook BDSM-praktijken voorkwamen. Volgens de rechtbank maakte dit het moeilijk om vast te stellen of bepaalde handelingen – zoals het dichtknijpen van de keel – buiten de grenzen van hun relatie vielen.
Daarom kon niet worden bewezen dat er geweld of dwang was gebruikt zoals vereist voor een veroordeling voor verkrachting.
Hoewel de rechtbank de verdachte vrijsprak van verkrachting, oordeelde zij dat hij misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare situatie van de vrouw.
Volgens de rechters handelde hij uit eigen lust en schond hij daarmee de lichamelijke en seksuele integriteit van de vrouw, die op dat moment niet in staat was toestemming te geven.
De vrouw had ruim €36.000 schadevergoeding geëist voor materiële en immateriële schade. De rechtbank verklaarde haar vordering echter niet-ontvankelijk, omdat niet zonder meer kon worden vastgesteld dat de klachten rechtstreeks het gevolg waren van het bewezen verklaarde feit.
De rechtbank adviseerde dat de kwestie eventueel via de burgerlijke rechter kan worden voortgezet.