
De spanningen in het Midden-Oosten lopen verder op nadat de Verenigde Staten een militaire aanval hebben uitgevoerd op het strategisch belangrijke Kharg-eiland, een cruciale exporthub voor Iraanse olie. Volgens de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi zal Iran vergelding overwegen tegen energie-infrastructuur in de regio die verbonden is aan Amerikaanse bedrijven.
De aanval werd door de Amerikaanse president verdedigd als een poging om de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz te beschermen, een van de belangrijkste scheepvaartroutes voor de wereldwijde oliehandel.
Volgens Araghchi heeft Iran al duidelijk gemaakt dat het zal reageren als zijn olie- en energie-infrastructuur wordt aangevallen.
“Onze strijdkrachten hebben duidelijk gemaakt dat zij zullen terugslaan wanneer onze energie-infrastructuur wordt aangevallen,” zei de minister.
“Elke energie-infrastructuur in de regio die verbonden is aan Amerikaanse bedrijven kan een doelwit worden.”
Iran beweert bovendien dat de aanval op Kharg-eiland en het nabijgelegen Abu Musa-eiland werd uitgevoerd met HIMARS-raketten die volgens Teheran vanuit de Verenigde Arabische Emiraten zouden zijn afgevuurd. Volgens de minister werden raketten gelanceerd vanuit locaties nabij Ras al-Khaimah en Dubai, wat volgens Iran “absoluut onacceptabel” is.
Teheran stelt dat de Straat van Hormuz niet volledig is afgesloten, maar dat doorgang wordt beperkt voor schepen uit landen die volgens Iran betrokken zijn bij de aanvallen.
Volgens Araghchi mogen:
de zeestraat niet passeren. Andere schepen zouden volgens Iran nog wel kunnen varen, al mijden veel rederijen het gebied uit veiligheidsoverwegingen.
De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste chokepoints voor de wereldwijde energiemarkt. Ongeveer 20% van de mondiale oliehandel passeert via deze route.
Tijdens het interview ging Araghchi ook in op berichten uit Washington dat de nieuwe Iraanse opperste leider Mojtaba Khamenei gewond of ernstig verminkt zou zijn.
Volgens de minister zijn die berichten “propaganda”.
Hij benadrukte dat het Iraanse politieke systeem niet afhankelijk is van één persoon en dat de nieuwe leider zijn taken gewoon uitvoert.
“Ons systeem is diep geworteld in de samenleving en functioneert normaal. Alles is onder controle,” aldus Araghchi.
Op vragen over mogelijke steun van Rusland en China aan Iran gaf Araghchi geen details, maar bevestigde hij dat er politieke, economische en militaire samenwerking bestaat.
“Rusland en China zijn strategische partners en onze samenwerking gaat ook op militair gebied door,” zei hij.
Teheran blijft volhouden dat het conflict niet door Iran is begonnen.
Volgens Araghchi gaat het om een “illegale agressie van de Verenigde Staten en Israël”, waarbij Iran zich enkel verdedigt.
“Wij hebben deze oorlog niet gestart. Wij zullen ons verdedigen zolang dat nodig is om te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt.”
De Verenigde Naties hebben ondertussen een resolutie aangenomen waarin Iraanse aanvallen op Arabische buurlanden worden veroordeeld. De resolutie kreeg steun van meer dan 130 landen.
Iran verwerpt de kritiek en stelt dat de Veiligheidsraad met twee maten meet door de acties van de VS en Israël niet te veroordelen.