
Paramaribo — Het Openbaar Ministerie (OM) heeft ervoor gekozen om de strafzaken tegen drie voormalige ministers volledig onder artikel 140 van de Grondwet te plaatsen. Daarmee wordt vervolging afhankelijk van toestemming van De Nationale Assemblee (DNA).
De keuze betekent dat alle verweten handelingen worden aangemerkt als ambtsmisdrijven — dus als feiten gepleegd in de uitoefening van het ambt.
Dat lijkt juridisch helder.
Maar de inhoud van de dossiers roept vragen op.
Uit de stukken blijkt dat het niet alleen gaat om bestuurlijke beslissingen, maar ook om handelingen zoals:
Een deel van deze handelingen is moeilijk te plaatsen binnen normale ambtsuitoefening en lijkt eerder verband te houden met partijactiviteiten, privébelangen of individuele keuzes.
Toch maakt het OM geen zichtbaar onderscheid.
Alles wordt onder één noemer gebracht: ambt.
Dat is relevant. Artikel 140 is bedoeld voor misdrijven die in functie zijn gepleegd. Voor andere strafbare feiten geldt het reguliere strafrecht — zonder dat daar eerst een politiek besluit voor nodig is.
Door alles onder artikel 140 te plaatsen, ontstaat een andere werkelijkheid.
Vervolging ligt niet langer direct bij justitie, maar eerst bij de politiek.
Voordat een rechter zich over de zaak kan buigen, moet DNA beslissen of de voormalige ministers in staat van beschuldiging worden gesteld. Zonder dat besluit blijft strafvervolging uit.
Daarmee verschuift de eerste beoordeling van de zaak van de rechtszaal naar het parlement.
RINieuws heeft het Openbaar Ministerie gevraagd hoe het de verschillende handelingen juridisch kwalificeert, met name waar het gaat om gedragingen die mogelijk buiten de uitoefening van het ambt vallen.
Ook is gevraagd waarom geen onderscheid is gemaakt tussen ambtsgebonden en mogelijk niet-ambtsgebonden handelingen.
Een reactie was ten tijde van publicatie nog niet ontvangen.
De gekozen aanpak legt een fundamentele vraag bloot die verder reikt dan deze dossiers:
waar ligt de grens van het ambt?
Het antwoord op die vraag bepaalt niet alleen hoe deze drie zaken worden behandeld, maar ook wie uiteindelijk beslist over vervolging — de rechter of de politiek.