
NEW YORK – De Afrikaanse landen binnen de Verenigde Naties hebben een historisch voorstel ingediend om de trans-Atlantische slavenhandel en de systematische slavernij van Afrikanen officieel te erkennen als één van de zwaarste misdaden tegen de menselijkheid.
De resolutie, ingediend door Ghana namens de Afrikaanse groep, wordt op 25 maart 2026 ter stemming voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de VN. Het initiatief komt voort uit een gezamenlijk besluit van de Afrikaanse Unie om herstelbetalingen en historische rechtvaardigheid centraal te stellen.
Volgens de Ghanese VN-ambassadeur Samuel Okudzeto Ablakwa (of vertegenwoordiger in speech) is het voorstel geen plots initiatief, maar het resultaat van jarenlange politieke besluitvorming binnen Afrika.
De Afrikaanse Unie riep 2025 uit tot het jaar van “gerechtigheid voor Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst door middel van herstelbetalingen”. Daarmee werd de kwestie van slavernij, kolonialisme en apartheid tot topprioriteit gemaakt.
Ghana kreeg vervolgens de leiding om dit onderwerp internationaal op de agenda te zetten.
Tijdens de onderhandelingen ontstond discussie over de formulering van de resolutie. Sommige landen vrezen dat het benoemen van slavernij als een van de zwaarste misdaden een rangorde zou creëren tussen verschillende historische tragedies.
Volgens de Afrikaanse groep is dat een misverstand.
“Dit is geen poging om leed te vergelijken, maar om een historisch keerpunt te erkennen dat de wereldorde fundamenteel heeft veranderd,” aldus de ambassadeur.
De slavernij van Afrikanen wordt gezien als een systeem dat wereldwijd economische structuren, raciale verhoudingen en ongelijkheid heeft gevormd — met gevolgen die vandaag nog zichtbaar zijn.
De Afrikaanse landen stellen dat de gevolgen van de slavernij verder reiken dan Afrika alleen. Volgens hen heeft het systeem bijgedragen aan:
Daarnaast wordt gesteld dat de effecten zelfs indirect doorwerken in hedendaagse crises, waaronder klimaatverandering en ongelijkheid.
De resolutie heeft geen juridische kracht en leidt niet automatisch tot claims of rechtszaken. Het gaat om een politieke en morele erkenning.
Herstelbetalingen worden wel genoemd, maar maken geen concreet onderdeel uit van deze resolutie. Dat onderwerp wordt via andere internationale trajecten behandeld.
Opvallend is dat de Afrikaanse groep expliciet steun verwacht van westerse landen.
“Juist landen die zich profileren als verdedigers van mensenrechten, zouden deze resolutie moeten steunen,” klonk het tijdens de briefing.
Toch is nog onduidelijk hoe landen die historisch betrokken waren bij de slavenhandel zullen stemmen.
Als de resolutie wordt aangenomen, betekent dit een belangrijke symbolische stap binnen de Verenigde Naties.
Volgens de initiatiefnemers gaat het niet om beschuldiging, maar om erkenning:
“Dit is geen aanval op landen, maar een erkenning van de waarheid en een stap richting gerechtigheid.”
De stemming op 25 maart kan daarmee uitgroeien tot een historisch moment in de internationale politiek.