
Paramaribo — Het Surinaamse parlement is opnieuw niet in staat gebleken om bijeen te komen, doordat het vereiste quorum ontbrak. Terwijl belangrijke wetten op de agenda staan, blijft besluitvorming uit — tot frustratie van een samenleving die wacht op concrete oplossingen.
In een gesprek met TBN PRIME speelde volgens Steven Reyme een combinatie van factoren een rol: parlementariërs die in het buitenland verblijven, de vakantieperiode en lopende gesprekken tussen coalitie en oppositie.
“Op een gegeven moment hadden we genoeg mensen, maar geen quorum,” verklaarde hij.
Hoewel er wel een huishoudelijke vergadering kon plaatsvinden, viel een deel van de aanwezigen later weg. Tegelijkertijd zouden er nog gesprekken gaande zijn over gevoelige dossiers, waaronder wetswijzigingen rond de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie.
De oppositie zou volgens Reyme geen quorum hebben willen verlenen, maar stond wel open voor overleg. Dat heeft geleid tot uitstel van de vergadering.
De vraag die blijft hangen:
hoe lang kan Suriname zich deze stilstand nog veroorloven?
Een van de meest gevoelige onderwerpen is de discussie rond salarissen binnen de rechterlijke macht. Volgens Reyme is er in het verleden een wet aangenomen zonder voldoende inzicht in de gevolgen.
Daardoor zijn salarissen “oneigenlijk hoog” geworden — een situatie die nu moeilijk terug te draaien is.
“Je hebt verworven rechten gegeven via wettelijke kaders. Dat pak je niet zomaar af,” stelt hij.
Met andere woorden: een politieke miscalculatie uit het verleden zorgt nu voor een juridisch en bestuurlijk probleem waar geen snelle oplossing voor is.
Ondertussen stapelen de urgente dossiers zich op. Volgens de fractieleider zijn er meerdere wetten die prioriteit verdienen, waaronder:
Daarnaast liggen er nog tientallen tot honderden wetsvoorstellen uit eerdere regeringsperiodes die nog behandeld moeten worden.
Ondanks de vertraging spreekt Reyme vertrouwen uit in de huidige regering. Volgens hem is er wel degelijk een visie en wordt er gewerkt aan oplossingen.
Toch erkent hij impliciet dat de bevolking daar nog weinig van merkt.
“Nu lijkt het erop nog niet, maar op een gegeven moment zal het zichtbaar moeten zijn.”
Die uitspraak raakt de kern van het probleem:
vertrouwen vragen terwijl resultaten uitblijven.
Opvallend is dat Reyme ook wijst op de rol van de samenleving zelf. Hij roept op tot meer respect, minder negativiteit en meer begrip voor leiderschap.
Volgens hem is het belangrijk dat kritiek opbouwend blijft, zeker in een periode van nationale uitdagingen en internationale druk, zoals stijgende prijzen en economische onzekerheid.
Terwijl er gesproken wordt over dialoog, overleg en “op korte termijn ready zijn”, blijft de realiteit dat het parlement niet functioneert zoals verwacht.
Belangrijke besluiten blijven uit, wetten blijven liggen en de bevolking wacht.
De vraag is niet langer of er overleg nodig is —
maar wanneer woorden eindelijk worden omgezet in daden.