
PARAMARIBO – De Surinaamse politiek en rechtsstaat staan opnieuw onder spanning na een opvallende oproep van Rishano Santokhi. In een publieke boodschap roept hij burgers op om massaal aanwezig te zijn bij zijn rechtszitting, met als doel – naar eigen zeggen – het Openbaar Ministerie (OM) “een les te leren”.
De oproep is ongebruikelijk scherp en lijkt verder te gaan dan een standaard uitnodiging voor een openbare zitting.
“Kom aub in grote getallen. Wij gaan het OM een les leren,” schrijft Santokhi.
De uitspraak roept direct vragen op over de grens tussen vrije meningsuiting en mogelijke druk op het rechtssysteem. Openbare zittingen zijn in principe toegankelijk voor publiek en media, maar een expliciete oproep tot massale aanwezigheid met een politieke boodschap kan de perceptie van onafhankelijkheid van de rechtspraak beïnvloeden.
Santokhi stelt dat hij wordt vervolgd vanwege zijn politieke uitlatingen over het Surinaamse justitiesysteem en spreekt van schending van zijn rechten.
In zijn verklaring uit Santokhi felle kritiek op twee officieren van justitie, die hij beschuldigt van:
Volgens hem gaat het om onder meer drie telefoons, een laptop en paspoorten die na zijn vrijlating niet zijn teruggegeven.
Hij kondigt aan juridische stappen te overwegen, waaronder een kort geding en – indien nodig – internationale procedures bij mensenrechteninstanties.
Opvallend is dat Santokhi zijn zaak ook internationaal probeert te trekken. In zijn bericht richt hij zich rechtstreeks tot Donald Trump met een oproep om in te grijpen in Suriname.
Hij spreekt van “politieke vervolging” en beweert dat mensenrechten in het land worden geschonden.
Deze internationale toon tilt de kwestie van een nationale rechtszaak naar een bredere politieke en diplomatieke context.
De kernvraag die nu boven de markt hangt:
gaat het hier om bescherming van vrije meningsuiting, of wordt de rechtsstaat onder druk gezet?
Het recht om kritiek te uiten op de overheid en het justitiesysteem is vastgelegd in zowel de Surinaamse grondwet als internationale verdragen. Tegelijkertijd kan het mobiliseren van publiek rond een lopende rechtszaak gezien worden als een poging om invloed uit te oefenen op het proces.
Tot op heden is er nog geen officiële reactie van het Openbaar Ministerie op de uitspraken van Santokhi. Ook is onduidelijk in hoeverre de beschuldigingen over het niet teruggeven van persoonlijke eigendommen worden onderzocht of bevestigd.
De oproep en de bijbehorende beschuldigingen onderstrepen een groeiende spanning tussen politiek, justitie en publieke opinie in Suriname.
De komende zitting zal niet alleen juridisch van belang zijn, maar mogelijk ook een test vormen voor hoe robuust en onafhankelijk het rechtssysteem functioneert onder publieke en politieke druk.