Abop

SAMPIE STEUNT MENNONIETEN IN SURINAME, MAAR ERKENT FOUT BIJ FPIC

RedactieActueel nieuws uit Suriname24 september 2026224 Views

PARAMARIBO – ABOP-parlementariër Edgar Sampie heeft geen principieel bezwaar tegen de komst van Mennonieten naar Suriname. Als de groepen daadwerkelijk landbouw willen bedrijven, werkgelegenheid creëren en bijdragen aan de economie, moet Suriname volgens hem niet bij voorbaat de deur sluiten. Tegelijk erkent Sampie dat bij de voorbereiding van de projecten een belangrijk onderdeel lijkt te zijn overgeslagen: voorafgaande consultatie van de inheemse en tribale gemeenschappen in de betrokken gebieden.

Sampie deed zijn uitspraken in een interview met LIM FM, midden in de aanhoudende discussie over de komst van Mennonitische landbouwgroepen en de duizenden hectares die voor grootschalige landbouwprojecten in beeld zijn.

“Ik heb geen problemen met de komst van de Mennonieten”, stelde het DNA-lid. Hij vraagt zich af waarom er zoveel commotie rond de groepen is ontstaan en suggereert dat een deel van de weerstand politiek wordt aangewakkerd. Namen van politieke partijen wilde hij daarbij niet noemen.

Landbouw kan volgens Sampie voordelen opleveren

Volgens Sampie moet vooral worden gekeken naar wat de Mennonieten daadwerkelijk in Suriname willen doen. Als zij landbouwproductie opzetten, werkgelegenheid creëren en bijdragen aan de economie, ziet hij daarin mogelijkheden.

Dat betekent volgens hem echter niet dat de groepen zonder voorwaarden hun gang kunnen gaan. De overheid moet duidelijke standaarden vaststellen en toezicht houden op onder meer het milieu, arbeidsomstandigheden en de gevolgen voor bewoners van het binnenland.

De discussie is extra actueel omdat Braganza Marketing Group verwacht dat uiteindelijk ongeveer 340 Mennonietengezinnen kunnen worden ingezet bij drie grootschalige landbouwprojecten in West-Suriname. Volgens Braganza bevinden zich momenteel ongeveer zestig Mennonieten in het land.

Sampie erkent probleem rond FPIC

Op één cruciaal punt is Sampie kritisch: de manier waarop de traditionele gemeenschappen zijn betrokken.

Hij verwijst naar het FPIC-principe — Free, Prior and Informed Consent — waarbij inheemse en tribale gemeenschappen vooraf moeten worden betrokken bij ontwikkelingen die hun traditionele woon- en leefgebieden raken.

Volgens Sampie heeft hij juist dat onderdeel in het Mennonietendossier gemist.

Hij zegt niet duidelijk te hebben gezien dat vooraf voldoende overleg heeft plaatsgevonden met de inheemse en marrongemeenschappen over de grootschalige landbouwprojecten en de daarmee samenhangende ontbossing.

Toen hem werd voorgehouden dat traditionele gezagsdragers zich tegen de komst en grootschalige ontbossing hebben uitgesproken, was Sampie duidelijk:

“Dus daar is het misgegaan.”

Volgens hem hadden de initiatiefnemers vanaf het begin naar de gemeenschappen moeten stappen met de plannen. Bewoners hadden dan vooraf voorwaarden kunnen stellen, bijvoorbeeld over de omvang van het project, werkgelegenheid en de hoeveelheid grond die gebruikt zou mogen worden.

Ook kritiek op snelle toegang tot grond begrijpt hij

Sampie erkent daarnaast een ander gevoelig punt in het dossier: de snelheid waarmee grote stukken grond beschikbaar lijken te kunnen komen voor grootschalige projecten, terwijl veel Surinamers jarenlang wachten op duidelijkheid over hun eigen grondaanvraag.

Op de vraag of die kritiek terecht is, antwoordde hij bevestigend.

“De mensen hebben gelijk.”

Volgens Sampie schiet het overheidsbestuur tekort wanneer duizenden burgers jarenlang op een grondaanvraag wachten, terwijl procedures rond grote oppervlakten veel sneller lijken te verlopen.

De omvang van het dossier is aanzienlijk. Braganza stelt dat het op 13 januari 2026 drie overeenkomsten met LVV heeft gesloten voor gebruiksrechten in gebieden langs de Weg naar West-Suriname, samen goed voor 34.185 hectare. Minister Mike Noersalim heeft benadrukt dat LVV geen afzonderlijke overeenkomst met de Mennonieten zelf heeft; volgens hem zijn de afspraken met Braganza gemaakt.

Sampie ziet politieke strijd

Opvallend is dat Sampie vermoedt dat de felle weerstand tegen de Mennonieten mede vanuit een politieke hoek wordt gevoed.

Toen hem rechtstreeks werd gevraagd of hij daarmee de NDP bedoelde, wilde hij die naam niet noemen. Hij wees erop dat ABOP en NDP samen deel uitmaken van de coalitie en zei dat hij daarover later mogelijk in het parlement meer zal zeggen.

De discussie is de afgelopen weken juist verder gepolitiseerd. NDP-fractieleider Rabin Parmessar heeft het Openbaar Ministerie gevraagd onderzoek te doen naar de omstandigheden waaronder Mennonieten naar Suriname zijn gekomen en naar onder meer grondgebruik, houtkap en hun verdere vestiging.

‘Op lange termijn gaan de projecten toch door’

Sampie gaat nog een stap verder. Hij verwacht persoonlijk dat de regering en het parlement uiteindelijk ruimte zullen geven aan de landbouwprojecten waarbij Mennonieten betrokken zijn.

Dat is nadrukkelijk zijn politieke inschatting en geen aangekondigd besluit van de regering.

Juist daar ligt de komende periode de grote vraag. De discussie gaat inmiddels niet alleen meer over de Mennonieten zelf, maar over grondbeleid, ontbossing, toestemming van traditionele gemeenschappen, overheidstoezicht en de vraag onder welke voorwaarden buitenlandse landbouwgroepen toegang krijgen tot grote gebieden in het Surinaamse binnenland.

Sampie staat positief tegenover hun mogelijke economische bijdrage, maar erkent tegelijkertijd dat bij een essentieel onderdeel van het proces — het vooraf betrekken van de lokale gemeenschappen — volgens hem fouten zijn gemaakt.

Leave a reply

Previous Post

Next Post

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je inbox! Mis geen updates over de belangrijkste gebeurtenissen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...