
PARAMARIBO — Parlementariër Lau wil dat digitale opsporing niet alleen juridisch wordt toegestaan, maar ook technisch onafhankelijk en controleerbaar wordt uitgevoerd. Tijdens de DNA-vergadering van 16 oktober vroeg hij aandacht voor gespecialiseerde deskundigheid, beperkte toegang tot gegevens en bescherming van mensen die zelf geen verdachte zijn.
Moderne opsporing moet gericht blijven
Lau erkende dat criminaliteit ingewikkelder wordt en dat daders gebruikmaken van moderne technologie, versleutelde gegevens en digitale communicatie. Politie en justitie hebben volgens hem passende middelen nodig om daarop te kunnen reageren en verdachten voor de rechter te brengen.
De wet moet volgens zijn betoog echter niet alleen het moment regelen waarop gegevens mogen worden onderzocht. Ook moet zij grenzen stellen aan welke informatie wordt ingezien, gebruikt, gedeeld en bewaard. Hij wees daarbij op de bescherming van het privéleven, het gezinsleven en vertrouwelijke communicatie en op de betekenis van mensenrechtenverdragen.
Vooral in een kleine samenleving waar mensen elkaar vaak kennen, is volgens Lau een zorgvuldige omgang met informatie belangrijk. Hij bepleitte dataminimalisatie, proportionaliteit en doelbinding: de verzameling en verwerking moeten beperkt blijven tot wat voor de concrete zaak nodig is.
Gespecialiseerde mensen en hulpmiddelen
Lau vroeg of voldoende kennis en hulpmiddelen beschikbaar zijn om digitale gegevens betrouwbaar te onderzoeken. Hij noemde onder meer apparatuur die wijzigingen aan gegevens helpt voorkomen en technieken om de integriteit van bestanden controleerbaar te maken. Ook wees hij op software waarmee gericht kan worden geselecteerd op trefwoorden, datums, bestandstypen en accounts.
Een gerichte selectie kan volgens zijn bijdrage beperken welke informatie een onderzoeker daadwerkelijk bekijkt. Daarmee gaat de vraag naar deskundigheid niet alleen over het vinden van bewijs, maar ook over het afschermen van materiaal dat buiten de opdracht valt.
Zonder de juiste uitvoeringscapaciteit vreest hij dat onderzoekers gegevens meenemen en gebruiken die voor de strafzaak niet noodzakelijk zijn. De kwaliteit van de uitvoering heeft daardoor volgens zijn betoog rechtstreeks betekenis voor de privacy van betrokkenen.
Onafhankelijke technische beoordeling
Als eerste aandachtspunt noemde Lau het onderscheid tussen rechterlijke controle en technische controle. Hij erkende dat voor veel ingrijpende bevoegdheden een machtiging van de rechter-commissaris nodig is en dat het ontwerp mogelijkheden voor beklag bevat.
Toch vond hij onvoldoende duidelijk wie onafhankelijk controleert hoe ver de technische uitvoering reikt en hoe verzamelde informatie wordt verwerkt. Een juridische toestemming is volgens zijn betoog nog niet hetzelfde als een onafhankelijke technische beoordeling van wat tijdens een onderzoek precies is gedaan.
Gegevens afzonderen en toegang registreren
Een tweede punt betrof informatie buiten de onderzoeksopdracht. Volgens Lau bevat het ontwerp bescherming voor bepaalde vertrouwelijke gegevens en regels over vernietiging van niet-betekenisvolle informatie. Hij miste echter een brede, expliciete regeling om privégegevens buiten de opdracht afzonderlijk af te schermen en ontoegankelijk te maken.
Als derde punt vroeg hij om toegang tot digitale informatie uitsluitend aan bevoegde personen te geven en alle relevante handelingen te registreren. Geheimhoudingsplichten en regels over processtukken regelen volgens hem nog niet vanzelf wie een gegevensbestand heeft bekeken en wat ermee is gebeurd.
Een gesloten toegangsbeheer moet helpen voorkomen dat materiaal ruimer beschikbaar wordt dan nodig is. Een registratie maakt daarnaast mogelijk om achteraf het handelen van onderzoekers te beoordelen.
Bescherming voor familieleden en andere derden
Lau noemde als vierde aandachtspunt familieleden, cliënten, patiënten en collega’s van wie gegevens kunnen worden geraakt zonder dat zij zelf onderwerp van onderzoek zijn. Volgens hem is bescherming binnen bekende beroepsgeheimen niet voldoende om al deze situaties te omvatten.
Hij vroeg daarom om een bredere algemene bescherming van derden, naast de specifieke waarborgen die het ontwerp al kent. De overheid moet de nodige middelen krijgen, terwijl burgers volgens zijn betoog zekerheid krijgen dat die niet willekeurig worden ingezet.
Lau sloot af met het uitgangspunt dat ook noodzakelijke overheidsmacht wettelijke grenzen en controle nodig heeft.