
PARAMARIBO — Jennifer Vreedzaam wil dat de uitbreiding van bijzondere opsporingsbevoegdheden samengaat met sterker toezicht, bescherming van mensenrechten en voldoende capaciteit bij de rechterlijke macht. In haar DNA-bijdrage vroeg zij daarnaast om belangrijke voorwaarden voor buitenlandse opsporingsambtenaren in de wet zelf vast te leggen.
Mensenrechten moeten meetellen bij de wetsbehandeling
Vreedzaam erkende het belang van de voorgestelde opsporingsmogelijkheden, maar wees op de verantwoordelijkheid van het parlement om wetgeving aan mensenrechten te toetsen. De bescherming van het privéleven en het recht op een eerlijk proces moeten volgens haar bij de behandeling worden meegenomen.
Zij vroeg aandacht voor wettigheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit van ingrepen zoals afluisteren en surveillance. Niet alleen de bevoegdheid zelf, maar ook de te volgen procedure moet volgens haar duidelijk zijn. Voor burgers moeten er mogelijkheden bestaan om tegen schending van hun rechten op te komen.
Daarmee plaatste zij haar bijdrage binnen de bredere discussie over veiligheid en mensenrechten. De voorbeelden van eerdere sprekers onderstreepten volgens haar het belang van controle op de manier waarop de overheid nieuwe middelen gebruikt.
Nederlandse voorbeelden vragen Surinaamse uitwerking
Vreedzaam wees erop dat onderdelen van de besproken regeling aansluiten bij Nederlandse wetgeving. Dat neemt volgens haar niet weg dat de context waarin een wet wordt uitgevoerd kan verschillen. De aard van criminaliteit, de beschikbare bescherming en de werking van toezicht moeten bij de Surinaamse uitwerking worden betrokken.
Zij vroeg daarom niet alleen naar de tekst van de bevoegdheden, maar ook naar de omstandigheden waaronder zij in de praktijk worden toegepast. Minder toezicht kan volgens haar zorgen opleveren voor de bescherming van privacy. Het overnemen van een model vraagt in haar betoog dus ook aandacht voor de werking van de bijbehorende waarborgen.
Meer zelfstandige bevoegdheden vragen controle
Een centrale vraag was wat de uitbreiding betekent voor de positie van het Openbaar Ministerie. Volgens Vreedzaam krijgt de vervolgingsambtenaar een belangrijke rol en meer zelfstandige mogelijkheden bij de inzet van opsporingsmiddelen. Zij vroeg hoe misbruik wordt voorkomen wanneer het bevel van die ambtenaar bij verschillende maatregelen vooropstaat.
Daarbij stelde zij de rol van de rechter-commissaris aan de orde. Zij wil bezien hoe een meer controlerende taak en voorafgaande schriftelijke machtiging als bescherming in de regeling kunnen worden verwerkt. Ook verwees zij naar de terugkerende discussie over onafhankelijk toezicht op ingrijpende bevoegdheden.
Vreedzaam presenteerde dit als een vraag over de inrichting van de nieuwe bevoegdheden. Zij vroeg om controle die aansluit bij de zwaarte van het ingrijpen en die voor burgers een werkbare mogelijkheid biedt om hun rechten te laten beoordelen.
Capaciteit bij de rechterlijke macht
Naast juridische bescherming vroeg Vreedzaam aandacht voor de uitvoerbaarheid. Nieuwe en complexe methoden op het gebied van informatietechnologie en computercriminaliteit kunnen volgens haar extra druk leggen op de rechterlijke macht.
Van de regering wilde zij weten hoe de benodigde capaciteit wordt opgevoerd. Het kunnen verlenen van toestemming, het controleren van maatregelen en het behandelen van bezwaren vragen immers ook om voldoende mensen en organisatie. In het fragment werd daarop nog geen concreet uitvoeringsantwoord gegeven.
Essentiële voorwaarden horen in de wet
Als laatste onderwerp besprak Vreedzaam de mogelijke inzet van opsporingsambtenaren in dienst van een buitenlandse staat. Zij vroeg waar de verantwoordelijkheid voor hun handelen ligt en benadrukte dat die bij de Surinaamse autoriteit die het bevel uitvaardigt moet blijven.
Haar bezwaar richtte zich vooral op het later stellen van nadere eisen via een staatsbesluit. Bij zulke ingrijpende methoden wil zij belangrijke voorwaarden in de wet zelf opnemen. Een staatsbesluit kan volgens haar worden gebruikt voor operationele en uitvoeringsgerichte onderdelen.
Zij vroeg de regering daarom de betreffende bepalingen opnieuw te bekijken. Samenwerking en modernisering moeten volgens haar bijdrage worden vormgegeven via duidelijke juridische procedures, met behoud van verantwoordelijkheid en bescherming van burgerrechten.