
PARAMARIBO – Suriname wil kunstmatige intelligentie inzetten om het tekort aan vakdocenten gedeeltelijk op te vangen. Een groep Surinamers in het buitenland werkt vrijwillig mee aan de ontwikkeling van interactieve lesmodules met behulp van generatieve AI. Het eerste digitale lesmateriaal moet op 1 november 2026 gereed zijn. Vooral vakken waarvoor onvoldoende leerkrachten beschikbaar zijn, krijgen daarbij aandacht.
De plannen werden donderdag 8 oktober bekendgemaakt tijdens de behandeling van de onderwijssituatie in De Nationale Assemblée. Onderwijsminister Dirk Currie presenteerde daarbij de voortgang van de ICT-integratiestrategie 2026–2031, waarmee digitale technologie een structurele plaats binnen het Surinaamse onderwijs moet krijgen.
Het ministerie wil dat ICT uiterlijk in 2031 een betrouwbaar onderdeel vormt van het dagelijks functioneren van scholen en onderwijsinstellingen.
Een opvallend onderdeel van het project is de betrokkenheid van Surinamers die buiten het land wonen. Zij helpen vrijwillig bij het ontwikkelen van digitale, interactieve lessen met generatieve AI-tools.
Volgens Currie richten de ontwikkelaars zich vooral op vakken waarvoor onvoldoende docenten beschikbaar zijn. Het materiaal moet leerlingen de mogelijkheid bieden om lessen te volgen of lesstof te verwerken wanneer een gespecialiseerde leerkracht ontbreekt.
De lesmodules moeten via verschillende kanalen worden aangeboden, waaronder het digitale leerplatform van het ministerie, YouTube en Gov TV.
Voor Spaans en wiskunde zijn inmiddels leerkrachten beschikbaar die bereid zijn op afstand les te geven en instructievideo’s te produceren.
Het bestaande YouTube-kanaal Digitaal Onderwijs, voorheen Skoro TV, heeft volgens de gepresenteerde rapportage 140.663 weergaven geregistreerd.
Hoewel 2026 volgens het ministerie het sterkste jaar tot nu toe is, blijkt het bereik sterk afhankelijk van één populaire video.
Opvallend is dat taal, rekenen en wiskunde juist tot de minst bekeken vakken behoren, terwijl deze onderwerpen een belangrijke plaats innemen binnen de onderwijsstrategie.
Dat roept de vraag op hoe het ministerie ervoor gaat zorgen dat digitale lessen niet alleen beschikbaar zijn, maar ook daadwerkelijk door leerlingen worden gebruikt.
Tijdens een inventarisatie ontdekte het ministerie bovendien drie bestaande digitale platformen die nauwelijks werden gebruikt.
Het gaat onder meer om systemen voor onderwijsinformatie en schoolmanagement. Beschikbaar lesmateriaal wordt momenteel beoordeeld voordat het via één gezamenlijk toegangspunt beschikbaar kan worden gesteld.
Daarnaast wordt gewerkt aan de opzet van een digitaal onderwijscentrum waar digitale lessen en trainingen moeten samenkomen.
Hoewel kunstmatige intelligentie mogelijkheden biedt om het onderwijs toegankelijker te maken, blijven belangrijke praktische vragen bestaan.
Niet iedere leerling beschikt over een betrouwbare internetverbinding, geschikte apparatuur of voldoende begeleiding om zelfstandig digitale lessen te volgen.
Daarnaast moet worden gecontroleerd of door AI gegenereerd lesmateriaal inhoudelijk correct is en aansluit bij het Surinaamse curriculum.
Ook is nog niet duidelijk hoeveel leerlingen de eerste modules daadwerkelijk zullen bereiken.
De aangekondigde datum van 1 november wordt daarom een belangrijk meetmoment. Dan moet blijken of het eerste interactieve materiaal gereed is en hoe het kan worden ingezet.
Voor Suriname kan dit een nieuwe stap betekenen in de digitalisering van het onderwijs. Maar zolang het tekort aan vakdocenten voortduurt, blijft de vraag in hoeverre technologie het ontbreken van een leerkracht voor de klas daadwerkelijk kan opvangen.