
PARAMARIBO – Een winkelier in Suriname heeft een boete van maar liefst SRD 250.000 binnen één week betaald, nadat bij controles kipproducten waren aangetroffen waarvan de herkomst niet kon worden aangetoond. Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) vindt vooral de snelheid waarmee het bedrag werd betaald opvallend. Volgens de bewindsman wordt onderzocht hoe winkeliers dergelijke hoge boetes zo gemakkelijk kunnen voldoen.
Tijdens een interview op donderdag 8 oktober sprak Baasaron over het optreden van de Economische Controle Dienst (ECD) tegen winkeliers die zich niet aan de voorschriften houden.
Volgens de minister ging het in dit geval om een winkelier die herhaaldelijk kipproducten op de toonbank had liggen zonder dat duidelijk was waar deze vandaan kwamen. De producten waren bovendien niet voorzien van de vereiste etikettering.
Baasaron gaf aan dat het niet om lokaal geproduceerde kip ging. De winkelier kon volgens hem de herkomst van de producten niet aantonen.
De minister vertelde dat voor de overtredingen een boete van SRD 250.000 was opgelegd.
Opmerkelijk genoeg vormde het bedrag kennelijk geen langdurige financiële hindernis voor de betrokken ondernemer.
Volgens Baasaron werd de boete binnen een week betaald, waarna de winkel weer openging.
Dat roept ook bij het ministerie vragen op.
De bewindsman verklaarde dat wordt gekeken hoe het mogelijk is dat dergelijke boetes zo gemakkelijk worden voldaan.
Hij maakte echter niet duidelijk welke onderzoeksstappen worden gezet, of daarbij andere instanties betrokken zijn en of er concrete aanwijzingen bestaan voor verdere onregelmatigheden.
Het snel betalen van een hoge boete is op zichzelf geen bewijs van illegale inkomsten of andere strafbare activiteiten.
Baasaron benadrukte dat de ECD verschillende maatregelen kan treffen wanneer winkeliers de voorschriften overtreden.
Bij een eerste overtreding wordt volgens hem doorgaans geprobeerd de ondernemer op de regels te wijzen. Wanneer overtredingen zich herhalen, kunnen strengere maatregelen volgen.
Zo kunnen goederen in beslag worden genomen en kunnen winkels tijdelijk worden gesloten. Bij aanhoudende overtredingen kan volgens de minister uiteindelijk ook de vergunning worden ingetrokken.
Vooral bij levensmiddelen waarvan de herkomst niet kan worden vastgesteld, speelt voedselveiligheid een belangrijke rol.
De consument moet erop kunnen vertrouwen dat producten die in winkels worden verkocht, afkomstig zijn uit controleerbare en veilige handelsketens.
Hoewel de minister het voorbeeld van de boete van SRD 250.000 aanhaalde, noemde hij niet de naam van de betrokken winkel, de locatie of de datum waarop de overtredingen werden vastgesteld.
Evenmin werd duidelijk hoeveel kipproducten in beslag zijn genomen en of de herkomst inmiddels alsnog is vastgesteld.
Ook over het aangekondigde onderzoek naar het snel betalen van de boete verstrekte hij geen nadere bijzonderheden.
Daarmee blijft een belangrijke vraag bestaan: gaat het ministerie uitsluitend na waarom zware boetes kennelijk weinig afschrikwekkend werken, of wordt ook onderzocht hoe de betrokken ondernemer aan de financiële middelen kwam?
Een boete van SRD 250.000 is een forse sanctie. Maar wanneer een ondernemer die binnen een week betaalt en vervolgens zijn zaak weer kan openen, rijst de vraag hoe effectief zulke boetes zijn om herhaalde overtredingen te voorkomen.