
PARAMARIBO – Het saneringsproject van de Surinaamse Belastingdienst heeft volgens minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning een voorlopige opbrengst van ruim SRD 1,24 miljard opgeleverd. Daarmee ligt het resultaat aanzienlijk boven de oorspronkelijke raming van ongeveer SRD 527,5 miljoen. Toch kan de regering nog geen definitieve eindafrekening presenteren.
Dat maakte de minister vrijdag 9 oktober bekend tijdens de behandeling van de Invorderingswet en de Kostenwet Invordering Belastingen in De Nationale Assemblée (DNA).
Het saneringsproject ging in september 2025 van start en was aanvankelijk bedoeld voor een periode van zes maanden. De regeling had betrekking op achterstallige belastingverplichtingen over de jaren 2020 tot en met 2023.
In januari 2026 besloot de regering het project met drie maanden te verlengen. Tegelijkertijd werd de regeling uitgebreid naar belastingjaar 2024.
Volgens Wijnerman was de oorspronkelijke opbrengstraming gebaseerd op de openstaande belastingschulden die voor de regeling in aanmerking kwamen. Daarbij werd aangenomen dat 30 procent van deze schulden zou kunnen worden geïnd.
De minister noemde een voorlopige opbrengst van SRD 1.249.181.686. Daarmee is de oorspronkelijke verwachting ruimschoots overtroffen.
Het resultaat lijkt erop te wijzen dat via de saneringsregeling een aanzienlijk bedrag aan achterstallige belastingverplichtingen alsnog is aangepakt.
Toch is daarmee niet duidelijk hoeveel geld inmiddels daadwerkelijk in de staatskas is gestort.
Wijnerman benadrukte dat de definitieve financiële uitkomst nog niet kan worden vastgesteld. Er lopen nog betalingsregelingen en de Belastingdienst moet daarnaast bezwaren en aanvragen afhandelen die kort voor afloop van het project zijn ingediend.
Pas na afronding van deze dossiers komt er volgens de minister een definitieve financiële eindafrekening en evaluatie.
Tijdens haar toelichting werd niet duidelijk hoeveel belastingplichtigen aan de regeling hebben deelgenomen, welk deel van de voorlopige opbrengst reeds is ontvangen en hoeveel nog via betalingsregelingen moet binnenkomen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een voorlopige projectopbrengst geeft immers niet zonder meer aan hoeveel geld daadwerkelijk beschikbaar is voor overheidsuitgaven.
De bekendgemaakte cijfers roepen ook de vraag op hoeveel achterstallige belastingvorderingen na het saneringsproject nog bij de Belastingdienst openstaan.
Het feit dat de oorspronkelijke raming ruim is overtroffen, is financieel opvallend. Maar zonder een volledig overzicht van de ontvangen betalingen, resterende vorderingen en nog lopende regelingen kan de werkelijke opbrengst van het project niet definitief worden beoordeeld.
De aangekondigde eindafrekening moet daarom niet alleen laten zien hoeveel het project heeft opgeleverd, maar ook hoeveel daadwerkelijk is geïnd en hoeveel belastinggeld nog moet worden ontvangen.