Cyanide in de Saramaccarivier

Cyanide in de Saramaccarivier: wat wist de overheid en waarom werd niet eerder ingegrepen?

RedactieInside Torie28 augustus 2026375 Views

PARAMARIBO – De Surinaamse regering zegt de oorsprong van de vervuiling in de Saramaccarivier met meer zekerheid te hebben teruggebracht tot het gebied rond de Moeroekreek, op een concessie van staatsmijnbouwbedrijf Grassalco. Tegelijkertijd stelt president Jennifer Simons dat cyanide in feite niet thuishoort in de kleinschalige goudwinning. Maar technische documenten die RInieuws eerder onderzocht, beschrijven chemische heap leaching juist expliciet voor die kleinschalige goudsector. Nu cyanide is aangetroffen in levende vissen, komen die twee werkelijkheden pijnlijk dicht bij elkaar.

De regering heeft Grassalco inmiddels laten weten dat het staatsbedrijf formeel zal worden aangesproken op de situatie rond zijn concessie. Volgens de president moet ook worden onderzocht welk bedrijf daar daadwerkelijk werkzaamheden uitvoerde en onder welke omstandigheden dat gebeurde.

Dat onderscheid is belangrijk.

Dat de concessie van Grassalco is, betekent niet automatisch dat Grassalco zelf de cyanide heeft gebruikt of geloosd. Evenmin is op basis van de huidige onderzoeksresultaten vastgesteld dat de chemische methode uit de oudere documenten op deze specifieke locatie verantwoordelijk is voor de vervuiling.

Maar het maakt één vraag des te urgenter:

Welke winningsmethode werd op de Grassalco-concessie bij de Moeroekreek daadwerkelijk toegepast, door welk bedrijf, en welke chemicaliën werden daarbij gebruikt?

Want precies daar raakt het huidige onderzoek aan een dossier dat RInieuws al eerder onderzocht.

Een document uit 2018

RInieuws beschikt over technisch materiaal uit 2018 waarin een procedure wordt beschreven onder de titel:

Procedure JINCHAN Heap Leaching in de kleinschalige goud mijnbouw.”

De formulering is relevant. De procedure wordt daarin expliciet geplaatst binnen de context van kleinschalige goudwinning. In het technische materiaal wordt daarnaast melding gemaakt van vrije cyanide in relatie tot het proces.

JINCHAN wordt gebruikt bij chemische goudextractie. Bij heap leaching wordt erts behandeld met een chemische oplossing om het goud uit het materiaal vrij te maken. Een dergelijk proces vereist gecontroleerde opvang van vloeistoffen, bescherming van de ondergrond en nauwkeurig toezicht om te voorkomen dat proceswater in bodem, kreken of rivieren terechtkomt.

JINCHAN kan daarbij niet zonder aanvullende chemische onderbouwing simpelweg worden gelijkgesteld aan conventioneel natriumcyanide.

Ook bewijzen de documenten uit 2018 niet dat JINCHAN verantwoordelijk is voor de huidige vervuiling van de Saramaccarivier.

Maar ze bewijzen wel dat chemische leaching binnen de kleinschalige goudsector jaren geleden al onderwerp was van onderzoek en toepassing.

En juist daarom krijgt een uitspraak van president Simons tijdens de recente persconferentie extra gewicht.

Simons: kleine goudwinning moet niet met cyanide

Volgens de president vereist het gebruik van cyanide zeer strikte veiligheidsmaatregelen.

Zij stelde vervolgens dat kleinschalige goudmijnbouw in feite niet met cyanide zou moeten plaatsvinden.

Daar ontstaat een duidelijke tegenstelling.

Als cyanide volgens de president niet thuishoort in kleinschalige goudwinning, terwijl technische documenten jaren geleden chemische leaching voor precies die sector beschreven, dan moet worden vastgesteld wat de overheid destijds wist, welke regels golden en hoe daarop werd toegezien.

Dat onderzoek wordt nog belangrijker nu de regering de oorsprong van de huidige vervuiling rond een mijnbouwconcessie heeft gelokaliseerd.

Welke onderneming werkte daar?

Welke techniek gebruikte zij?

Werd daar heap leaching toegepast?

Werd JINCHAN gebruikt?

Werd conventioneel cyanide gebruikt?

Welke stoffen waren op de locatie opgeslagen?

En bestaan daar inspectierapporten van?

Op die vragen zijn vooralsnog geen volledige openbare antwoorden.

RInieuws waarschuwde in 2025

Voor RInieuws begint dit verhaal daarom niet bij de vissterfte van 2026.

In februari 2025 publiceerde RInieuws het artikel “Surinaamse milieu wordt vergiftigd door cyanide en corruptie”.

Daarin werden vragen gesteld over chemische goudwinning, cyanide, JINCHAN heap leaching en de controle op invoer, opslag en toepassing van gevaarlijke stoffen.

Ook de eerdere commotie rond cyanideopslag aan de Van Roosmalenstraat maakte deel uit van dat dossier.

RInieuws riep destijds onder meer op tot strengere douanecontrole, onafhankelijk milieuonderzoek en meer transparantie over bedrijven die chemische extractiemethoden gebruiken.

De gebeurtenissen van vandaag bewijzen niet dat de kwesties uit 2025 rechtstreeks verband houden met de huidige vervuiling.

Maar dezelfde fundamentele vraag keert terug:

Wie controleert de chemische keten van grens tot goudveld?

Van waarschuwing naar werkelijkheid

Die vraag kan niet langer uitsluitend theoretisch worden behandeld.

Volgens de NMA zijn zware metalen en cyanide aangetroffen in levende vissen uit de Saramaccarivier. Bewoners is geadviseerd voorlopig geen vis uit het getroffen gebied te eten en het rivierwater niet te gebruiken.

President Simons erkende bovendien dat mensen vanuit het gebruik van kwik naar cyanide zijn overgestapt en daar volgens haar niet altijd verantwoord mee weten om te gaan. Verkeerd gebruik of ongecontroleerde lozing kan grote milieuschade veroorzaken.

Daarmee ontstaat een vraag die verder gaat dan de zoektocht naar één vervuiler:

Sinds wanneer wist de overheid dat deze verschuiving binnen de goudsector plaatsvond?

En wat werd met die wetenschap gedaan?

Simons wijst op jarenlange gebrekkige ordening

President Simons plaatste tijdens haar toelichting het probleem bovendien in een bredere bestuurlijke context.

De goudsector is niet vandaag ontstaan en de problemen rond ordening en handhaving evenmin. De huidige regering heeft een sector geërfd waarin jarenlang activiteiten zijn gegroeid die moeilijk controleerbaar zijn geworden.

Dat is relevante context.

Maar het kan niet het eindpunt van de discussie zijn.

Een nieuwe regering kan terecht constateren dat problemen door vorige regeringen zijn opgebouwd. Zij erft echter ook de verantwoordelijkheid om vast te stellen wat precies is misgegaan, wie daarvan profiteerde en waarom bestaande controlemechanismen niet hebben gewerkt.

En juist nu wordt die erfenis tastbaar.

Niet alleen in beleidsstukken.

Niet alleen in concessiekaarten.

Maar in vissen waarin cyanide is aangetroffen.

De huidige regering heeft het probleem misschien niet gecreëerd, maar zij zit nu wel met de gevolgen – en daarmee ook met de verantwoordelijkheid om volledig bloot te leggen hoe het zover heeft kunnen komen.

Daarvoor is meer nodig dan verwijzen naar gebrekkige ordening uit het verleden.

Als eerdere regeringen hebben gefaald, moet zichtbaar worden waar zij faalden.

Welke vergunningen werden verstrekt?

Welke bedrijven kregen toegang tot concessies?

Welke chemicaliën werden geïmporteerd?

Welke instanties moesten controleren?

Welke inspecties zijn uitgevoerd?

Welke overtredingen zijn geconstateerd?

En wat gebeurde daarna?

Grassalco maakt de kwestie politiek gevoeliger

Daar komt bij dat het gebied waarnaar de regering nu wijst geen willekeurige particuliere concessie betreft.

De concessie is van Grassalco, een staatsbedrijf. Volgens de regering wijzen de onderzoeksresultaten met meer zekerheid richting het gebied rond de Moeroekreek en is het probleem op die concessie begonnen.

Dat betekent nogmaals niet dat Grassalco zelf als veroorzaker kan worden aangewezen.

Maar een staatsconcessie roept wél aanvullende vragen op over verantwoordelijkheid en toezicht.

Wie kreeg toestemming om daar te werken?

Welke overeenkomst lag daaraan ten grondslag?

Welke winningsmethode was toegestaan?

Welke milieuvoorwaarden waren opgenomen?

Wie controleerde de naleving?

En hoeveel wist Grassalco zelf over de chemicaliën die door eventuele partners of onderaannemers op zijn concessie werden gebruikt?

De cruciale vraag is daarom niet alleen wie de vervuiling heeft veroorzaakt, maar ook hoe een mogelijk risicovolle mijnbouwoperatie op een staatsconcessie werd gecontroleerd.

Volg het cyanide

De volgende onderzoeksstap ligt voor de hand.

Cyanide verschijnt niet vanzelf op een mijnbouwlocatie.

Er is een leverancier, een importeur, transport, opslag, een afnemer en uiteindelijk een gebruiker.

Simons zei zelf dat cyanide vergunningplichtig is en niet iets behoort te zijn waarmee “Jan en alleman” werkt. Ook de douane en de noodzaak van strengere controle kwamen tijdens de persconferentie ter sprake.

Als die controle werkelijk bestaat, moet het mogelijk zijn de route van cyanide te reconstrueren.

Wie importeerde het?

Hoeveel?

Wanneer?

Met welke vergunning?

Wie kocht het?

Waar werd het afgeleverd?

En welke hoeveelheden werden uiteindelijk op mijnbouwlocaties gebruikt?

Als die administratie bestaat, kan de keten worden gevolgd. Als die administratie niet bestaat of niet betrouwbaar is, ligt daar mogelijk één van de grootste tekortkomingen in het toezicht op de goudsector.

Niet alleen vooruitkijken

De regering kondigt nu strengere controles, meer inspecties, betere laboratoriumcapaciteit en technologische monitoring van mijnbouwgebieden aan.

Dat kan noodzakelijk zijn.

Maar maatregelen voor morgen beantwoorden de vragen over gisteren niet.

Als betere controle nu noodzakelijk is, hoe werd daarvoor gecontroleerd?

Als betere registratie nodig is, welke gegevens ontbraken?

Als de overheid nu precies wil weten wie waar actief is, waarom was dat overzicht er niet eerder?

En als cyanide volgens de president niet thuishoort in kleinschalige goudwinning, waarom bestonden jaren geleden al technische documenten over chemische leaching voor precies die sector?

De documenten uit 2018, de waarschuwing uit 2025, de vissen van 2026

Die drie momenten vormen inmiddels één onderzoekslijn.

In 2018 werd chemische heap leaching gedocumenteerd binnen de kleinschalige goudmijnbouw.

In 2025 stelde RInieuws vragen over cyanide, chemische goudwinning en het toezicht daarop.

In 2026 wordt cyanide aangetroffen in levende vissen en zegt de president dat kleine goudmijnbouw in feite niet met cyanide zou moeten plaatsvinden.

Dat bewijst niet wie de Saramaccarivier heeft vervuild. Het maakt wel de vraag naar jarenlang overheidstoezicht onmogelijk om nog te negeren.

Was er onvoldoende kennis?

Was er onvoldoende capaciteit?

Waren de regels ontoereikend?

Werd onvoldoende gehandhaafd?

Of werden praktijken jarenlang gedoogd waarvan de risico’s bekend waren?

En als Simons gelijk heeft dat vorige regeringen de sector onvoldoende hebben geordend, dan verdient Suriname meer dan die constatering.

Dan moeten de dossiers open.

De vergunningen.

De concessieovereenkomsten.

De importgegevens.

De inspectierapporten.

En de namen van de ondernemingen die op de betrokken concessies opereerden.

De huidige regering heeft de problemen uit het verleden misschien geërfd.

Maar zij heeft nu ook de mogelijkheid – en verantwoordelijkheid – om zichtbaar te maken wie wat wist, wie wat toestond en waar het toezicht faalde.

De dode vissen zijn daarom niet het begin van dit verhaal.

Ze zijn het moment waarop jarenlange vragen over chemische goudwinning, ordening en toezicht niet langer onder water konden blijven.

Leave a reply

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je inbox! Mis geen updates over de belangrijkste gebeurtenissen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...