
PARAMARIBO – Ouders moeten opnieuw de mogelijkheid krijgen om hun kind een schooljaar te laten overdoen wanneer de resultaten onvoldoende zijn. Dat stelt Ricky Stuttgart, die forse kritiek uit op de manier waarop leerlingen binnen het huidige onderwijssysteem worden doorgestuurd naar een richting waarvoor zij volgens hem niet hebben gekozen. Hij waarschuwt dat het systeem juist nieuwe drop-outs kan creëren.
Stuttgart trok vrijdag bij DTV aan de bel nadat een situatie binnen zijn eigen familie hem rechtstreeks met het probleem confronteerde. Zijn neefje zou aanvankelijk te horen hebben gekregen dat hij het schooljaar moest overdoen vanwege slechte resultaten. Een dag later veranderde dat volgens Stuttgart plotseling: de jongen zou alsnog zijn doorgestuurd naar de dienstverlenende sector.
Dat besluit begrijpt Stuttgart niet. Volgens hem heeft de jongen juist belangstelling voor techniek en houdt hij zich in zijn vrije tijd bezig met onder meer bouwen en elektrotechniek.
Stuttgart wees tijdens het gesprek nadrukkelijk op de schoolresultaten. Zo zou de leerling onder meer een 4,5 voor Nederlands, een 4,5 voor bedrijfsrekenen en een 3,5 voor wiskunde hebben behaald. Voor enkele toetsen zouden de resultaten nog lager zijn geweest.
Juist daarom vindt Stuttgart het opmerkelijk dat de leerling niet de gelegenheid krijgt om het jaar opnieuw te doen, maar naar een andere richting wordt gestuurd.
Volgens hem dreigt daarmee een situatie te ontstaan waarin een leerling met achterstanden terechtkomt in een opleiding waarin opnieuw vakken voorkomen waarmee hij al moeite heeft.
„Die jongen wordt een dropout”, waarschuwde Stuttgart. Volgens hem moet niet alleen worden gekeken naar de vraag óf een leerling kan doorstromen, maar vooral of de gekozen richting aansluit bij diens capaciteiten, belangstelling en toekomstplannen.
Het zwaarste verwijt van Stuttgart richt zich op de beperkte zeggenschap van ouders. Volgens hem wilden de ouders van zijn neefje juist dat de jongen het leerjaar opnieuw zou volgen, maar kregen zij te horen dat dit niet mogelijk was. De leerling zou bovendien al van de school zijn afgeschreven.
Stuttgart vraagt zich af op welke formele basis dergelijke beslissingen worden genomen. Hij stelde tijdens het interview dat er volgens hem geen wet of besluit bestaat waarmee ouders het recht wordt ontnomen om voor zittenblijven te kiezen.
Ook uitte hij vragen over de juridische basis van leerjaar 9 en 10. Die uitspraken deed Stuttgart zelf tijdens het interview; DTV presenteerde tijdens de uitzending geen reactie van het ministerie of het Examenbureau op deze beweringen.
Stuttgart legt een rechtstreeks verband met het eerder ingevoerde doorstromingssysteem. Volgens hem is het probleem daarmee niet werkelijk verdwenen.
Hij noemt de huidige praktijk een „verkapte vorm van gratis overgaan”: leerlingen met forse achterstanden worden volgens hem toch verder gestuurd, terwijl de basiskennis die zij missen niet eerst wordt ingehaald.
Daarmee wordt het probleem volgens Stuttgart slechts naar een volgend leerjaar of een andere opleiding verplaatst.
„Als je de tafel van vijf niet kent, ga je door naar het volgend jaar en moet je de tafel van zeven, acht en negen kennen. Maar die van vijf ken je nog niet”, gebruikte hij als voorbeeld.
Stuttgart gebruikte ook zijn eigen schoolloopbaan om duidelijk te maken waarom hij vindt dat kinderen een tweede kans verdienen. Hij vertelde dat hij in 1972 als twaalfjarige zelf bleef zitten, maar destijds wel de mogelijkheid kreeg hetzelfde leerjaar opnieuw te volgen.
Volgens Stuttgart bleek die beslissing uiteindelijk bepalend voor zijn verdere ontwikkeling. Hij vervolgde later zijn opleiding en bouwde naar eigen zeggen een loopbaan op binnen onder meer onderwijs en wetenschap.
Zijn punt: één slecht schooljaar hoeft niet te bepalen waartoe een kind uiteindelijk in staat is.
„Ik heb die kans gekregen”, benadrukte hij. Volgens Stuttgart kunnen er onder de huidige 13- en 14-jarigen kinderen zitten die veel talent hebben, maar door één slecht jaar nu vroegtijdig in een richting terechtkomen die niet bij hen past.
Stuttgart benadrukte daarbij dat zijn kritiek niet betekent dat technische of dienstverlenende opleidingen minderwaardig zouden zijn. Richtingen als horeca, handel en administratie, zorg en welzijn en techniek hebben volgens hem allemaal hun eigen waarde.
Het probleem ontstaat volgens hem wanneer een leerling er niet bewust voor kiest.
Een kind met technische belangstelling naar bijvoorbeeld horeca sturen, of een leerling zonder technische aanleg naar een technische opleiding, lost volgens Stuttgart niets op.
„Het gaat er niet om dat die richtingen slecht zijn. Het gaat erom: dat is niet wat ik wil”, stelde hij.
Tijdens de uitzending kwamen ook reacties binnen van ouders die zeggen met vergelijkbare situaties te maken te hebben. Een ouder meldde volgens DTV dat een 14-jarig kind naar het lbo is gestuurd, terwijl een andere ouder aangaf dat haar dochter naar het mbo moet terwijl zij liever wil dat het kind de klas overdoet.
Stuttgart roept deze ouders op zich te organiseren en gezamenlijk bij het ministerie aan te kloppen.
Volgens hem moeten ouders brieven schrijven en duidelijk maken dat zij inspraak eisen in beslissingen die grote gevolgen kunnen hebben voor de toekomst van hun kinderen.
Hij wil dat er vóór de start van het nieuwe schooljaar duidelijkheid komt en zegt de kwestie niet te zullen laten rusten.
De kwestie roept daarmee belangrijke vragen op voor het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en het Examenbureau. Kunnen ouders formeel verzoeken dat hun kind een leerjaar overdoet? Op basis van welke regelgeving kan zo’n verzoek worden geweigerd? Hoe wordt bepaald naar welke richting een leerling wordt doorgestuurd en hoeveel gewicht krijgen daarbij de voorkeur en aanleg van het kind?
Ook is de vraag hoeveel leerlingen dit jaar tegen hun eigen voorkeur of die van hun ouders naar een andere richting zijn verwezen.
Stuttgart vindt dat het ministerie snel moet ingrijpen. Volgens hem mag een systeem dat bedoeld is om leerlingen verder te helpen er niet toe leiden dat kinderen op 13- of 14-jarige leeftijd het gevoel krijgen dat hun toekomst al voor hen is bepaald.