
Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid is woensdag tijdens een persmoment stevig bevraagd over de financiële huishouding binnen zijn beleidsgebied. Daarbij kwam een opvallend beeld naar voren: voor de uitvoering van de nieuwe cao bij de Regionale Gezondheidsdienst (RGD) is onvoldoende geld beschikbaar, de SZF-spoedposten zijn nog niet financieel geëvalueerd en over de inkomsten en uitgaven daarvan ontvangt de minister niet standaard een financieel verslag.
Toen vervolgens werd gesteld dat de overheid zelf een wanbetaler is, wilde Misiekaba die kwalificatie niet overnemen.
„Ik zou het niet zo zeggen. Ik denk dat de overheid niet altijd op tijd betaalt.”
Die nuancering leidde onmiddellijk tot een tegenwerping: wanneer een burger zijn verplichtingen tegenover overheidsinstanties een jaar niet nakomt, wordt diezelfde burger immers wel als wanbetaler beschouwd.
Misiekaba erkende uiteindelijk dat het beter moet.
De financiële spanning wordt duidelijk zichtbaar bij de RGD, waar personeel inmiddels actie voert.
Volgens Misiekaba is na langdurige onderhandelingen tussen bond en directie in augustus een principeakkoord bereikt over een nieuwe cao voor 2026. Daarin is onder meer een salariscorrectie van 13,5 procent afgesproken, naast een eenmalige uitkering en betalingen met terugwerkende kracht.
Toen het financiële pakket bij hem terechtkwam, schrok hij naar eigen zeggen van de omvang.
„Ik moet eerlijk zeggen dat ik bijna achterover viel. Want wanneer we onderhandelen, dan moeten we toch tenminste rekening houden met wat de cijfers zeggen.”
De minister maakte duidelijk dat er onvoldoende ruimte is om alle afspraken onmiddellijk uit te voeren.
Het nieuwe salaris wil hij wel vanaf eind september betalen. Dat betekent dat werknemers hun huidige salaris plus 13,5 procent moeten ontvangen.
Het conflict zit vooral bij de eenmalige uitkering en de terugwerkende kracht, de TWK.
De bond wil volgens Misiekaba sneller betaald worden. Voor de eenmalige uitkering stelde hij betaling rond 21 september voor, terwijl vanuit werknemerszijde zou zijn aangedrongen op 11 of 12 september.
„Ik heb gezegd: dat lukt me niet.”
Ook de TWK kan volgens de minister niet binnen de door de bond gewenste termijn volledig worden betaald.
Misiekaba wil deze verplichtingen over zes maanden verspreiden, van september tot en met februari 2027. Daarmee wordt een gedeelte van de cao-verplichtingen feitelijk doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar.
Volgens de minister zijn de middelen op zijn begroting voor 2026 onvoldoende.
Tijdens zijn uitleg noemde Misiekaba verschillende bedragen voor het totale pakket en het tekort. Duidelijk is in ieder geval dat hij stelt tientallen miljoenen SRD extra nodig te hebben en dat volledige betaling binnen 2026 volgens hem financieel niet haalbaar is.
Hij hoopt daarom dat de bond akkoord gaat met een langere spreiding.
Tijdens hetzelfde persmoment kwamen ook vragen over de spoedposten van het Staatsziekenfonds (SZF) aan bod.
Een journalist vroeg hoeveel patiënten dagelijks gebruikmaken van de posten, hoeveel geld er binnenkomt en wat de uitgaven zijn. Ook werd gevraagd of het ministerie daarover een financieel verslag ontvangt.
Het antwoord van Misiekaba was opmerkelijk: er heeft nog geen evaluatie plaatsgevonden.
„Wij hebben nog niet geëvalueerd.”
Volgens de minister ontvangt hij wel periodiek cijfers over het aantal bezoekers. Een bredere evaluatie zou pas na een jaar plaatsvinden.
Toen vervolgens specifiek werd gevraagd naar de financiële kant — patiënten betalen bij de spoedposten immers ook contant — verwees Misiekaba naar SZF.
De spoedposten worden volgens de minister geëxploiteerd door een bedrijf dat als „werkarm” van SZF functioneert.
„De financiële afwikkeling wordt gedaan tussen SZF en dat bedrijf.”
Op de vraag of hij daardoor zelf geen inzicht heeft in de geldstromen, antwoordde Misiekaba dat SZF daar wel inzage in heeft.
Wanneer hij die informatie nodig heeft, kan hij die volgens hem bij SZF opvragen.
Daarmee bevestigt de minister feitelijk dat hij niet standaard maandelijks een financieel overzicht ontvangt van de inkomsten en uitgaven van de spoedposten, terwijl daar wel betalingen door patiënten plaatsvinden.
Volgens Misiekaba ligt de verantwoordelijkheid voor het dagelijkse toezicht in eerste instantie bij de directie en het bestuur van SZF.
„Zij moeten ervoor zorgen dat de zaken goed lopen.”
De uitspraken leggen een bredere kwestie bloot binnen de gezondheidssector.
Bij de RGD is een cao overeengekomen waarvan de minister vervolgens zegt dat volledige uitvoering binnen het gewenste tijdschema financieel niet haalbaar is. Bij de SZF-spoedposten worden inkomsten geïnd en uitgaven gedaan via een bedrijf, terwijl de verantwoordelijke minister geen periodiek financieel verslag daarvan ontvangt en de constructie nog niet volledig is geëvalueerd.
Tegelijkertijd kampen verschillende zorginstellingen met vertraagde betalingen. Misiekaba erkende tijdens hetzelfde persmoment dat salarisbetalingen niet altijd op tijd plaatsvinden, al wees hij daarbij ook op financiële administraties van instellingen die benodigde stukken te laat indienen.
De minister wilde de overheid desondanks niet als wanbetaler bestempelen.
Dat levert uiteindelijk een merkwaardige tegenstelling op: wanneer burgers hun financiële verplichtingen niet tijdig nakomen, volgen achterstanden en invorderingen. Wanneer de overheid te laat betaalt, spreekt de minister liever van een overheid die „niet altijd op tijd betaalt”.
Voor werknemers die aan het einde van de maand op hun salaris of achterstallige vergoeding wachten, zal dat onderscheid vooral semantisch zijn.