
PARAMARIBO — Professor Marten Schalkwijk heeft hard uitgehaald naar De Nationale Assemblée. Terwijl Suriname vóór de verwachte olieproductie in 2028 tientallen wetten moet maken of aanpassen, houdt het parlement zich volgens hem bezig met “domme discussies”. Zonder versnelling dreigt het land lokale banen en mogelijk honderden miljoenen aan inkomsten te verliezen.
Schalkwijk deed zijn uitspraken in het radioprogramma ABC Actueel. Hij was voorzitter van de Strategische Groep voor Olie- en Gasbeleid, die het rapport Suriname 2050 heeft opgesteld.
Volgens hem gaan de offshore-investeringen door. Het GranMorgu-project is goedgekeurd en ook Petronas werkt aan verdere ontwikkelingen. De vraag is daarom niet langer óf de olieproductie komt, maar of Suriname op tijd klaar is om ervan te profiteren.
“De productie zal er zijn”, zei Schalkwijk. “Nu is het de vraag hoe wij ons voorbereiden om ervoor te zorgen dat het geld goed wordt beheerd, goed wordt besteed en duurzaam wordt gebruikt.”
Volgens Schalkwijk noemt het rapport ongeveer 57 nieuwe wetten, negen wijzigingen van bestaande wetten en 140 andere maatregelen. Een belangrijk deel daarvan moet vóór 2028 worden uitgevoerd.
Het gaat onder meer om local content, belastingheffing, toezicht, het spaar- en stabilisatiefonds, onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en milieubescherming.
Toch zouden veel DNA-leden en regeringsfunctionarissen onvoldoende weten wat er moet gebeuren. Schalkwijk verwees naar een parlementariër die hem zou hebben verteld dat in het afgelopen jaar slechts drie wetten zijn aangenomen.
“Als wij zeker vijftig tot zestig wetten hebben aangestipt die gemaakt of herzien moeten worden, dan ben ik bang dat wij het op dit tempo niet gaan halen.”
Schalkwijk vindt dat DNA kostbare tijd verliest aan onderwerpen die weinig bijdragen aan de voorbereiding op de olie-economie.
Hij noemde de discussie over meerdere procureurs-generaal een voorbeeld van tijdverlies en een mogelijke verzwakking van de rechtsstaat. Internationale investeerders hebben volgens hem juist behoefte aan sterke instituten, betrouwbare rechtspraak en duidelijke regels.
“Ik erger mij aan al die domme discussies die ik soms daar hoor en die eigenlijk tijdverlies zijn”, verklaarde hij.
DNA moet volgens hem prioriteit geven aan wetgeving over goed bestuur, transparantie, belastingcontrole en local content.
Een belangrijk risico ligt bij de controle op internationale oliemaatschappijen. Suriname heeft eigen deskundigen nodig om te controleren hoeveel olie wordt gewonnen, welke kosten worden opgevoerd en hoeveel belasting wordt afgedragen.
“Wie zegt hoeveel olie eruit is gehaald? Wie gaat dat meten? Werkt de apparatuur goed?”, vroeg Schalkwijk.
Andere olieproducerende landen beschikken over gespecialiseerde belasting- en auditteams. Wanneer Suriname die capaciteit niet op tijd ontwikkelt, kan het land volgens hem honderden miljoenen verliezen.
Ook Surinaamse ondernemingen en werknemers dreigen achter het net te vissen als local content niet snel wordt geregeld. De offshore-industrie biedt niet alleen technisch werk, maar ook kansen in transport, logistiek, catering, onderhoud, beveiliging en financiële dienstverlening.
Zonder duidelijke regels en opleidingen nemen buitenlandse bedrijven die werkzaamheden over.
“Dan krijg je buitenlandse bedrijven die het werk komen doen en het kapitaal weer naar buiten brengen”, waarschuwde Schalkwijk.
Ook het onderwijs moet daarom snel aansluiten op de nieuwe economie. Anders moet Suriname straks buitenlandse arbeidskrachten aantrekken omdat er onvoldoende lokale technici, accountants en andere specialisten beschikbaar zijn.
Volgens Schalkwijk zijn ook de Belastingdienst, het Planbureau, het Algemeen Bureau voor de Statistiek en toezichthoudende instellingen onvoldoende voorbereid.
“Gaan wij een economie van 2035 kunnen draaien met een overheid van 2026? Het antwoord is nee.”
Hij waarschuwde daarnaast dat Suriname bij iedere politieke machtswisseling deskundig kader aan de kant zet, terwijl het land juist een tekort heeft aan gekwalificeerde mensen.
Schalkwijk noemde de minister van Olie, Gas en Milieu competent, maar ziet de noodzakelijke urgentie nog onvoldoende terug in het algemene regeringsbeleid. Er liggen volgens hem al voldoende rapporten; de regering moet stoppen met het opnieuw uitvinden van het wiel en beginnen met uitvoeren.
Volgens een onderzoek waarnaar Schalkwijk verwees, vertrouwt ongeveer twee derde van de bevolking de overheid niet met de toekomstige olie-inkomsten.
Daarom moeten ook de media, maatschappelijke organisaties, vakbeweging en het bedrijfsleven controleren hoeveel geld binnenkomt en waaraan het wordt besteed. De inkomsten mogen volgens hem niet in handen komen van een kleine politieke of economische groep.
Zijn advies aan president Jennifer Simons: mobiliseer alle deskundigheid, werk samen met de oppositie en het bedrijfsleven, depolitiseer belangrijke instituten en blijf af van Staatsolie.
“Het is nu all hands on deck. Iedereen zal moeten samenwerken om die toekomst veilig te stellen.”