
PARAMARIBO — Oud-minister van Volksgezondheid Amar Ramadhin verwerpt het beeld dat de regering-Santokhi/Brunswijk een onbeheersbare schuldenberg in de gezondheidszorg heeft achtergelaten. Donderdag zei hij in ABC Actueel dat de huidige regering concreet moet maken welke schulden zij in juli 2025 daadwerkelijk heeft overgenomen. Ramadhin noemt zelf bedragen rond het Bedrijf Geneesmiddelenvoorziening Suriname (BGVS), wijst op USD 8 miljoen die volgens hem voor medicijninkopen was vrijgemaakt en vraagt om openbaarmaking van het rapport over vervallen geneesmiddelen.
Volgens Ramadhin wordt door de huidige leiding van Volksgezondheid regelmatig gesproken over schulden die door de vorige regering zouden zijn achtergelaten, maar ontbreken volgens hem concrete bedragen.
Hij stelt dat de situatie die hij in 2020 aantrof aanzienlijk ernstiger was.
Volgens Ramadhin bedroegen de toenmalige onbetaalde verplichtingen aan binnenlandse en buitenlandse crediteuren in de gezondheidssector ruim USD 65 miljoen. Die cijfers zouden destijds ook in De Nationale Assemblée zijn gepresenteerd.
“Als bestuurder moet je concreet zijn”, stelde Ramadhin.
Volgens hem is het onvoldoende om alleen te zeggen dat de vorige regering schulden heeft achtergelaten. Hij wil weten om welke bedragen het gaat, bij welke instellingen die schulden bestaan en uit welke periode ze afkomstig zijn.
Ramadhin ging uitgebreid in op de situatie bij het BGVS.
Bij zijn aantreden zou volgens hem ongeveer 5,5 miljoen aan schulden bij verschillende leveranciers hebben opengestaan. Daarnaast noemt hij een afzonderlijke schuld van ongeveer USD 1 miljoen aan leverancier Nipro.
Die laatste schuld was volgens hem bijzonder urgent omdat de levering voor de dialysezorg in gevaar kwam.
Ramadhin stelde dat ongeveer 850 dialysepatiënten getroffen hadden kunnen worden indien geen oplossing werd gevonden. Hij zegt dat de regering destijds betalingen heeft verricht en heeft geprobeerd het vertrouwen van buitenlandse leveranciers opnieuw op te bouwen. Volgens hem was dat vertrouwen ernstig beschadigd doordat rekeningen lange tijd onbetaald waren gebleven.
Ramadhin zegt verder dat de regering in september 2024 een businessplan voor het BGVS heeft goedgekeurd.
Daarbij zou ongeveer USD 8 miljoen zijn vrijgemaakt voor de aankoop van geneesmiddelen. Het was volgens hem de bedoeling om daarmee voldoende medicijnen voor ongeveer een jaar in te kopen en de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren. De bestellingen waren volgens Ramadhin bij de regeringswisseling nog in uitvoering.
Wat er na juli 2025 met het plan en de beschikbare middelen is gebeurd, kan hij naar eigen zeggen niet aangeven.
Daarom vindt hij dat de huidige minister duidelijkheid moet verschaffen. Hoeveel geld is sinds de regeringswisseling daadwerkelijk aan het BGVS verstrekt? Welke geneesmiddelen zijn daarmee besteld? En hoeveel van de door de vorige regering vrijgemaakte middelen waren bij de overdracht nog beschikbaar?
Volgens Ramadhin zijn dat vragen waarop de samenleving recht heeft op concrete antwoorden.
Ook zet de oud-minister vraagtekens bij berichten over grote hoeveelheden vervallen geneesmiddelen die zouden zijn aangetroffen. Volgens Ramadhin is gesproken over ongeveer USD 1 miljoen aan vervallen medicatie. Hij zegt echter nooit de volledige lijst of het onderzoeksrapport te hebben gezien.
Daarom roept hij de regering op het rapport openbaar te maken. Ramadhin ontkent niet dat geneesmiddelen kunnen vervallen. Volgens hem gebeurt dat bij grote voorraden. Maar hij vindt dat precies moet worden aangegeven welke geneesmiddelen het betreft, wanneer die zijn aangeschaft en uit welke jaren de partijen afkomstig zijn.
Hij stelde dat in dezelfde opslag volgens hem ook middelen uit 2015, 2016 en 2017 zouden zijn aangetroffen.
Daarmee werpt hij de vraag op welk deel van de vervallen voorraad daadwerkelijk aan zijn regeerperiode kan worden toegeschreven.
Ramadhin uitte daarnaast forse kritiek op de financiële situatie van de Medische Zending.
Volgens hem heeft de organisatie voor het derde kwartaal van 2026 nog geen exploitatiemiddelen ontvangen.
Die middelen zijn noodzakelijk voor onder meer vervoer, spoeddiensten, lokale leveranciers, medicamenten en andere operationele werkzaamheden in het binnenland. Ramadhin vindt dat de regering daarmee een groot risico neemt.
De Medische Zending speelt immers een centrale rol bij de gezondheidszorg in afgelegen gebieden waar reguliere voorzieningen beperkt of niet aanwezig zijn.
De voormalige minister koppelde de financiële problemen ook aan het behoud van Surinames malariavrije status.
Volgens hem is die status het resultaat van ongeveer 25 jaar werk van verschillende regeringen, gezondheidsorganisaties en vooral medewerkers die actief zijn geweest in het binnenland.
Het verkrijgen van zo’n status is volgens Ramadhin één zaak; het behouden ervan vereist blijvende surveillance, infrastructuur en financiering.
Wanneer de organisatie die een belangrijk deel van die infrastructuur draagt financieel wordt uitgehold, kunnen volgens hem ook eerdere gezondheidsresultaten onder druk komen te staan.
Ramadhin vindt dat de huidige regering zich inmiddels niet meer uitsluitend kan beroepen op wat zij van haar voorgangers heeft geërfd.
Volgens hem zit de regering inmiddels ruim een jaar aan en moet zij kunnen aangeven welke problemen zijn aangetroffen, welke bedragen nodig waren, hoeveel geld inmiddels beschikbaar is gesteld en wat daarmee is bereikt.
Hij erkent tegelijkertijd dat ook zijn regering het structurele financieringsprobleem van de gezondheidszorg niet heeft opgelost.
Op de vraag wat tijdens zijn eigen ministerschap minder goed is gegaan, wees Ramadhin expliciet op de structurele financiering van de zorg.
Volgens hem is ook tijdens zijn regeerperiode te veel gewerkt met incidentele oplossingen, subsidies en het “blussen van brandjes”.
Een duurzame oplossing vereist volgens hem hervorming van verschillende financieringsstromen, waaronder premie-inkomsten, ziekenhuisfinanciering, vergoedingssystemen en overheidsbijdragen.
Ook plaatste Ramadhin een kanttekening bij de verhoging van de ligdagtarieven van ziekenhuizen.
Volgens hem betekent een hoger tarief niet automatisch dat ziekenhuizen daardoor meer financiële ruimte krijgen om geneesmiddelen, medische materialen en andere noodzakelijke middelen aan te schaffen.
Een belangrijk deel van het extra geld zou volgens hem nodig zijn voor hogere personeelskosten die voortvloeien uit nieuwe loonafspraken.
Daarom moet volgens Ramadhin duidelijk worden gemaakt hoeveel van de verhoogde tarieven daadwerkelijk beschikbaar blijft voor verbetering van de patiëntenzorg.
De kern van Ramadhins betoog is uiteindelijk eenvoudig: niet ontkennen dat er schulden waren, maar precies vaststellen hoe groot ze waren en wat ermee is gebeurd.
Hij zegt zelf bereid te zijn verantwoording af te leggen over zijn periode.
Maar dezelfde transparantie verwacht hij volgens eigen zeggen van zijn opvolgers.
De vraag die na zijn interview blijft liggen is daarmee concreet:
hoeveel schuld trof de nieuwe regering in juli 2025 daadwerkelijk aan in de gezondheidssector, hoeveel is sindsdien betaald en hoeveel nieuw geld is inmiddels aan instellingen als het BGVS en de Medische Zending beschikbaar gesteld?