
PARAMARIBO — President Jennifer Simons waarschuwt dat Suriname bij de ontwikkeling van de olie- en gassector niet opnieuw de fout moet maken om de economie te sterk afhankelijk te maken van één inkomstenbron. Hoewel de offshore-olie het land meer financiële ruimte kan bieden, ziet zij juist in de ervaringen van Venezuela belangrijke lessen voor Suriname.
Simons deed de uitspraken in een interview naar aanleiding van het bezoek van de Venezolaanse president Delcy Rodríguez aan Suriname. De samenwerking tussen beide landen moet volgens haar verder gaan dan alleen olie en gas.
Venezuela beschikt over tientallen jaren ervaring met de petroleumsector. Volgens Simons kan Suriname profiteren van zowel de technische expertise als de lessen die Venezuela gedurende die periode heeft geleerd. Ook op het gebied van opleiding liggen er mogelijkheden. Zij wees erop dat Venezuela beschikt over een universiteit die zich specifiek richt op de olie- en gassector en dat er mogelijkheden zijn aangeboden voor Surinaamse studenten.
Maar juist de enorme bedragen die in de olie-industrie omgaan, maken voorzichtigheid noodzakelijk.
“Wij kijken natuurlijk ook, net als andere landen in onze regio, naar de belofte die aan de ene kant de olie- en gasindustrie aan ons doet als samenleving voor meer financiële vrijheid en inkomsten”, zei Simons.
Daar staat volgens haar tegenover dat een dominante olie-industrie ook grote gevolgen kan hebben voor andere delen van de economie.
Suriname heeft volgens de president zelf al ervaren wat er kan gebeuren wanneer een economie te zwaar op één sector steunt. Het land is daar volgens haar nog altijd niet volledig van hersteld.
Opvallend genoeg is het nu opnieuw een grondstoffensector die Suriname perspectief moet bieden.
“Het is diezelfde sector die in feite nu belooft ons weer uit dat economisch dal te halen. Maar we weten ook dat als je alleen daarop rust, dat dat uiteindelijk risicovol is”, aldus Simons.
Daarmee krijgt de samenwerking met Venezuela volgens de president een dubbele betekenis. Het land beschikt niet alleen over oliekennis, maar heeft ook ervaring met de economische risico’s die gepaard gaan met een sterke afhankelijkheid van petroleum.
Simons wil daarom dat Suriname tegelijkertijd andere sectoren ontwikkelt. Daarbij wees zij nadrukkelijk op landbouw en voedselproductie.
Volgens de president heeft Venezuela, ondanks de problemen waarmee het land te maken heeft gehad, zijn eigen voedselproductie sterk uitgebreid. Voor Suriname wil zij eveneens dat voedselzekerheid een belangrijk onderdeel wordt van het economische beleid.
Het eerste doel is volgens haar niet uitsluitend export, maar ervoor zorgen dat Suriname een groter deel van zijn eigen voedsel kan produceren.
“Natuurlijk willen we exporteren, maar het is belangrijk om je eigen voedsel te produceren, zodat je voedselzekerheid hebt”, zei Simons.
De boodschap van de president is daarmee duidelijk: de olie-industrie kan Suriname financieel nieuwe mogelijkheden bieden, maar mag niet de volgende economische afhankelijkheid worden. De miljarden die vanaf de ontwikkeling van de offshore-sector worden verwacht, moeten volgens die lijn juist worden gebruikt om een bredere economie op te bouwen.
Voor Suriname wordt de uitdaging daarom niet alleen hoeveel geld de olie uiteindelijk oplevert, maar vooral wat het land met die inkomsten doet voordat opnieuw één sector de economie gaat domineren.