
PARAMARIBO – De behandeling van de nieuwe Invorderingswet in De Nationale Assemblée (DNA) is donderdag 8 oktober uitgelopen op een langdurige discussie over de spreekbeurt van VHP-parlementariër Kishan Ramsukul. Wat begon als een procedurele kwestie, groeide uit tot een woordenwisseling tussen parlementariërs over afspraken, precedenten en de bevoegdheden van de vergaderleiding. Uiteindelijk werd de vergadering verdaagd naar vrijdag 9 oktober om 12.00 uur.
Tijdens de eerste ronde van de behandeling van de Invorderingswet kregen leden van de commissie van rapporteurs de gelegenheid hun bijdrage te leveren. Nadat twee commissieleden van hun spreekbeurt hadden afgezien, bleek Ramsukul, die vervolgens aan de beurt was, niet in de vergaderzaal aanwezig.
VHP-fractieleider Asis Gajadien vroeg om een korte schorsing, zodat Ramsukul vanuit de fractiekamer naar de vergaderzaal kon komen. Waarnemend voorzitter Ivanildo Plein besloot echter de vergadering voort te zetten.
Hierdoor kreeg Ronny Asabina het woord. Ramsukul verscheen kort daarna alsnog in de zaal.
De kwestie leek aanvankelijk opgelost toen Plein bereid bleek Ramsukul later alsnog het woord te laten voeren. Verschillende parlementariërs maakten daar echter bezwaar tegen.
Volgens hen geldt al jarenlang de parlementaire gewoonte dat een lid zijn spreekbeurt verliest wanneer het niet aanwezig is op het moment dat het wordt opgeroepen.
NDP-fractieleider Rabin Parmessar waarschuwde dat een uitzondering gevolgen zou hebben voor toekomstige vergaderingen. Hij wees erop dat andere parlementariërs in vergelijkbare omstandigheden eerder eveneens hun spreekbeurt waren kwijtgeraakt.
Gajadien hield daartegenover vol dat de situatie anders lag, omdat Ramsukul zich in het parlementsgebouw bevond en vooraf om een korte schorsing was gevraagd.
Volgens de VHP-fractieleider had een onderbreking van enkele minuten de hele discussie kunnen voorkomen.
De woordenwisseling werd vervolgens persoonlijker.
Gajadien sprak over een rommelige en chaotische situatie die volgens hem door de gang van zaken was ontstaan. Parmessar maakte bezwaar tegen het gebruik van het woord ‘rommel’ en verlangde duidelijkheid over de uitlating.
De vergaderleiding vroeg Gajadien zijn woorden te verduidelijken of terug te nemen.
Gajadien stelde dat zijn kritiek betrekking had op de ontstane situatie en niet persoonlijk tegen Parmessar was gericht.
Ook Plein verdedigde zijn optreden. Hij benadrukte dat de voorzitter tijdens een vergadering bevoegd is te beslissen over een verzoek tot schorsing.
De discussie bleef aanhouden, zelfs nadat de vergadering was geschorst.
Verschillende leden verwezen naar eerdere situaties waarin parlementariërs hun spreekbeurt verloren doordat zij niet in de zaal aanwezig waren.
Ook werd de vraag opgeworpen of het parlement zelf moest instemmen met een uitzondering op de bestaande werkwijze.
Parlementariër Silvana Afonsoewa uitte uiteindelijk haar ongenoegen over de tijd die aan de kwestie werd besteed. Zij wees erop dat het parlement inmiddels bijna een uur bezig was met de vraag of één lid wel of niet mocht spreken.
Volgens haar kon de beschikbare parlementaire tijd beter worden benut.
Na de schorsing maakte de vergaderleiding duidelijk dat Ramsukul zijn spreekbeurt op dat moment niet alsnog zou krijgen.
De voorzitter verwees daarbij naar de bestaande parlementaire gebruiken. Wel werd voorgesteld om tijdens een huishoudelijke vergadering duidelijke afspraken te maken voor toekomstige situaties waarin commissieleden tijdelijk de zaal verlaten.
Ramsukul zou zijn bijdrage tijdens een volgende ronde kunnen leveren.
De vergadering werd uiteindelijk verdaagd naar vrijdag 9 oktober om 12.00 uur.
Opvallend is dat de procedurele ruzie ontstond tijdens de behandeling van wetgeving die ingrijpende gevolgen kan hebben voor burgers en ondernemingen.
In de inhoudelijke bijdragen waren onder meer vragen gesteld over digitaal beslag op bankrekeningen, lijfsdwang, beperking van reisbewegingen bij belastingschulden en bescherming van kleine ondernemers.
Juist over deze onderwerpen wordt van het parlement verwacht dat het de voorgestelde bevoegdheden van de Belastingdienst zorgvuldig beoordeelt.
De vraag die na donderdag blijft hangen, is dan ook hoeveel parlementaire tijd verloren mag gaan aan interne procedures terwijl wetsvoorstellen met mogelijke gevolgen voor de gehele samenleving op tafel liggen.