
PARAMARIBO – Terwijl de discussie over de import van buitenlandse rijst in Suriname voortduurt, dreigen lokale rijstboeren opnieuw in de problemen te komen door een tekort aan irrigatiewater. VHP-fractieleider Asis Gajadien waarschuwt dat de Surinaamse rijstsector beschermd moet worden tegen buitenlandse concurrentie. Tegelijkertijd wijst hij op problemen met de watervoorziening in Nickerie, waardoor de voorbereiding van het komende inzaaiseizoen onder druk kan komen te staan.
Gajadien deed zijn uitspraken tijdens een interview naar aanleiding van een bijeenkomst met ondernemers, die dinsdagavond op hun eigen initiatief was georganiseerd. Tijdens het gesprek kwamen onder meer de economische situatie, belastingdruk, ondernemerschap en de achteruitgang van verschillende productiesectoren aan de orde.
De recente kwestie rond rijstimport kwam eveneens ter sprake. Gajadien benadrukte dat rijst niet zonder reden op de negatieve lijst voor import is geplaatst. Volgens hem is het belangrijk dat de overheid de binnenlandse productie beschermt.
De fractieleider gaf aan niet over alle bijzonderheden van de betreffende importzaak te beschikken. Wel stelde hij dat voorkomen moet worden dat Surinaamse rijstboeren worden weggeconcurreerd door producenten uit buurlanden of andere landen die verder zijn ontwikkeld.
Volgens Gajadien staat de agrarische sector al onder druk en kan verdere verzwakking van de rijstproductie ernstige gevolgen hebben voor de nationale economie.
Opvallend is dat Gajadien tijdens hetzelfde interview melding maakte van problemen met de watervoorziening voor rijstboeren in Nickerie.
Hij verklaarde onlangs contact te hebben gehad met verschillende rijstboeren die aangeven dat hun watervoorziening niet gegarandeerd is.
De boeren moeten volgens hem rond medio december beginnen met inzaaien. Wanneer de aanvoer van irrigatiewater niet tijdig wordt geregeld, kan dat gevolgen hebben voor de komende productieperiode.
Gajadien verwees daarbij specifiek naar Wakay en mogelijke problemen met de wateraanvoer. Ook noemde hij de mogelijkheid dat een gebrek aan brandstof een rol speelt, maar hij benadrukte dat hij hierover nog aanvullende informatie moet verzamelen.
Daarmee is nog niet vastgesteld wat de precieze oorzaak van de gemelde problemen is.
De uitspraken van Gajadien brengen een belangrijk vraagstuk naar voren.
Enerzijds wordt bescherming van de nationale rijstsector bepleit door buitenlandse concurrentie te beperken. Anderzijds moeten lokale producenten kunnen rekenen op de basisvoorzieningen die noodzakelijk zijn om daadwerkelijk rijst te verbouwen.
Want wat heeft een rijstboer aan bescherming tegen buitenlandse import wanneer hij onvoldoende water heeft om zijn eigen rijstvelden te bevloeien?
De discussie gaat daarmee verder dan alleen de vraag of buitenlandse rijst wel of niet mag worden ingevoerd. Ook de verantwoordelijkheid van de overheid voor irrigatie, landbouwinfrastructuur en ondersteuning van lokale producenten komt nadrukkelijk in beeld.
Vooralsnog is niet duidelijk welke maatregelen de verantwoordelijke instanties zullen treffen om de door Gajadien genoemde problemen bij Wakay te verhelpen.
De VHP-fractieleider plaatste de problemen in de rijstsector binnen een bredere economische ontwikkeling.
Volgens hem is Suriname steeds afhankelijker geworden van de goud- en oliesector, terwijl andere productieve sectoren onvoldoende worden gestimuleerd.
Hij wees daarbij op de landbouw, bosbouw en visserij, die volgens hem terrein verliezen.
Gajadien waarschuwde dat een economie die voornamelijk wordt gedragen door olie en goud kwetsbaar blijft wanneer andere sectoren niet voldoende meegroeien.
Hij legde ook een verband met de stijgende kosten van levensonderhoud. Volgens hem blijven goederen duurder worden, zelfs wanneer de inflatie relatief laag is.
De discussie over buitenlandse rijst raakt daarmee aan een fundamentele vraag over het landbouwbeleid van Suriname.
Het beschermen van lokale producenten tegen buitenlandse concurrentie is één onderdeel van het beleid. Maar zonder betrouwbare irrigatie, voldoende productiecapaciteit en investeringen in de landbouw kan bescherming alleen niet garanderen dat de sector zich verder ontwikkelt.
De situatie roept bovendien vragen op over de voorbereiding van het komende inzaaiseizoen. Welke instanties zijn verantwoordelijk voor de wateraanvoer bij Wakay? Is er daadwerkelijk sprake van brandstoftekorten? En welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat rijstboeren opnieuw productieverlies lijden?
De centrale vraag blijft of Suriname zijn eigen rijstsector voldoende ondersteunt om buitenlandse concurrentie daadwerkelijk het hoofd te bieden.