
PARAMARIBO – Verschillende brandweerlieden kampen volgens bondsvoorzitter Joël Panka met gezondheidsklachten na het bestrijden van de recente brand op de vuilstortplaats Ornamibo. Sommige medewerkers zijn nog altijd ziek. Naast ademhalingsproblemen en jeuk worden de brandweerlieden geconfronteerd met een ander ernstig probleem: door een tekort aan beschermende kleding moeten zij soms opnieuw uitrukken in bluspakken die tijdens eerdere werkzaamheden zijn verontreinigd.
Tijdens een interview met ABC Actueel op vrijdag 9 oktober schetste Panka de omstandigheden waaronder het brandweerpersoneel de afgelopen periode heeft moeten werken.
Volgens hem zijn de gezondheidsklachten bij een deel van het personeel inmiddels afgenomen, maar zijn nog niet alle betrokken brandweerlieden hersteld.
Een van de grootste problemen is volgens Panka het gebrek aan voldoende beschermingsmiddelen en reinigingsmogelijkheden.
Wanneer brandweerlieden werkzaamheden uitvoeren op een vuilstortplaats, worden hun bluspakken blootgesteld aan rook en andere schadelijke stoffen.
Na terugkeer op de brandweerpost moeten de pakken worden gereinigd. Volgens Panka gebeurt dat echter vaak pas de volgende dag.
Omdat de manschappen een dienst van 24 uur draaien en niet altijd over een tweede, schoon bluspak beschikken, kunnen zij bij een nieuwe brandmelding genoodzaakt zijn dezelfde verontreinigde kleding opnieuw aan te trekken.
Daarmee blijft het risico op verdere blootstelling bestaan, ook nadat de oorspronkelijke bluswerkzaamheden zijn beëindigd.
De vakbondsvoorzitter uit daarnaast kritiek op het ontbreken van voldoende voorzieningen op de plaats van inzet.
Volgens hem moeten brandweerlieden soms urenlang op de vuilstortplaats werken zonder adequate sanitaire voorzieningen of een goed ingerichte reinigingszone.
Dat probleem raakt zowel mannelijke als vrouwelijke medewerkers.
Panka benadrukt dat bij dergelijke werkzaamheden veilige zones en voorzieningen voor het reinigen van personeel en materieel aanwezig moeten zijn.
De beschikbare ademhalingsbescherming vormt volgens Panka eveneens een probleem.
Hij verklaarde dat de brandweer in het verleden beschikte over aanvullende beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, maar dat daarvoor tegenwoordig onvoldoende geld beschikbaar is.
Brandweerlieden die dicht bij het vuur werken, gebruiken ademluchtapparatuur. Die kan echter slechts gedurende beperkte tijd worden ingezet, waarna de apparatuur moet worden vervangen of opnieuw gereedgemaakt.
Volgens Panka zijn daarom voldoende manschappen en aflossende ploegen noodzakelijk. Juist daaraan bestaat momenteel een tekort.
De vakbondsvoorzitter benadrukt dat het voorkomen van nieuwe branden op Ornamibo de belangrijkste oplossing is.
Volgens hem worden branden mede veroorzaakt doordat afvalrapers materialen verbranden om waardevolle onderdelen terug te winnen.
Hij vindt dat de beheerders van de vuilstortplaats en de verantwoordelijke overheidsinstanties ervoor moeten zorgen dat deze praktijken worden aangepakt.
De brandweer kan volgens hem niet blijven terugkeren naar dezelfde locatie, terwijl structurele maatregelen uitblijven.
Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid erkende eerder op dezelfde dag dat de situatie op Ornamibo niet kan voortduren. Hij wees eveneens op de gevaren voor het brandweerpersoneel en stelde dat de beheerders van vuilstortplaatsen maatregelen moeten treffen.
De verklaringen van Panka brengen echter een aanvullend probleem aan het licht: niet alleen de terugkerende branden vormen een risico, maar ook de omstandigheden waaronder brandweerlieden hun werk moeten uitvoeren.
Het is nog onduidelijk wanneer voldoende reservekleding, reinigingsvoorzieningen en andere noodzakelijke beschermingsmiddelen beschikbaar worden gesteld.
Daarmee blijft de vraag wie ervoor zorgt dat brandweerlieden niet alleen anderen kunnen beschermen, maar zelf ook voldoende beschermd zijn.