
PARAMARIBO – De Nationale Assemblée moet volledige inzage krijgen in de contracten die Staatsolie afsluit met internationale oliemaatschappijen. Dat vindt NDP-parlementariër Annie Sadi. Tijdens de behandeling van de nieuwe belastingwetgeving stelde zij vrijdag 9 oktober dat het parlement moet kunnen controleren welke fiscale afspraken zijn gemaakt en hoeveel geld uiteindelijk daadwerkelijk ten goede komt aan Suriname.
Sadi bracht de kwestie ter sprake tegen de achtergrond van de verwachte grootschalige olie- en gasproductie voor de Surinaamse kust.
Volgens haar staan met deze ontwikkeling enorme financiële belangen op het spel.
Juist daarom moet het parlement kunnen nagaan welke belastingverplichtingen voor Staatsolie en de betrokken internationale ondernemingen gelden.
De parlementariër vroeg onder meer op basis van welke afspraken wordt bepaald hoeveel belasting Staatsolie moet afdragen.
Volgens Sadi zijn in eerdere parlementaire discussies vragen gerezen over de financiële en fiscale constructies rond het staatsbedrijf.
Zij gaf aan dat die discussies bij haar nog niet tot voldoende duidelijkheid hebben geleid.
Dat is volgens haar reden om niet uitsluitend af te gaan op algemene mededelingen over de toekomstige inkomsten uit olie en gas.
Sadi wil dat DNA, met ondersteuning van onafhankelijke deskundigen, de relevante contracten inhoudelijk kan beoordelen.
Dat moet volgens haar duidelijk maken welke fiscale voorwaarden gelden, hoe de financiële verplichtingen zijn verdeeld en wat Suriname uiteindelijk aan de overeenkomsten overhoudt.
Zij benadrukte dat transparantie over de opbrengsten van natuurlijke hulpbronnen geen gunst van de overheid is.
Daarbij vroeg zij ook om onafhankelijke fiscale deskundigen die het parlement kunnen ondersteunen bij de beoordeling van ingewikkelde belastingwetgeving en grote financiële overeenkomsten.
De discussie raakt een belangrijk vraagstuk rond de toekomstige olie-inkomsten.
De staat kan aanzienlijke bedragen ontvangen uit onder meer belastingen, royalty’s en andere financiële afspraken. Maar zonder voldoende inzicht in de verschillende geldstromen blijft het moeilijk om de totale opbrengsten te beoordelen.
Uit de verklaring van Sadi volgt niet dat Staatsolie of internationale oliemaatschappijen hun verplichtingen daadwerkelijk hebben geschonden.
Wel blijkt dat zij meer informatie verlangt dan waarover zij naar eigen zeggen momenteel beschikt.
De centrale vraag is daarom welke contractuele en fiscale informatie het parlement al heeft ontvangen, welke gegevens nog ontbreken en hoe de regering volledige en onafhankelijke controle mogelijk wil maken.
Met de komst van de offshore-olieproductie wordt die vraag alleen maar belangrijker.