
PARAMARIBO – De regering zal de voorgestelde Invorderingswet op verschillende onderdelen aanpassen voordat De Nationale Assemblée (DNA) de behandeling voortzet. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning heeft vrijdag 9 oktober bevestigd dat het parlement een nota van wijziging tegemoet kan zien. De aankondiging volgt op een uitgebreide discussie over de bescherming van belastingplichtigen, invorderingskosten, beroepsprocedures en juridische onduidelijkheden in het wetsvoorstel.
De Invorderingswet en de Kostenwet Invordering Belastingen maken deel uit van een groter pakket waarmee de regering het Surinaamse belastingstelsel wil moderniseren.
De nieuwe regels moeten de Belastingdienst meer mogelijkheden geven om achterstallige belastingvorderingen effectief te innen.
Tijdens de parlementaire behandeling bleek echter dat verschillende leden aanvullende waarborgen noodzakelijk vinden.
Parlementariër Jeffrey Lau waarschuwde voor de financiële gevolgen die de nieuwe invorderingsregels kunnen hebben voor kleine ondernemers.
Hij wees onder meer op hoge invorderingskosten, het ontbreken van automatische opschorting bij bezwaar en de mogelijkheid dat een bedrijf al ernstige schade oploopt voordat een belastinggeschil definitief is beslecht.
Ook andere parlementariërs vroegen om duidelijkere regels voor uitstel van betaling, bescherming van het bestaansminimum en de behandeling van administratieve fouten.
Minister Wijnerman erkende dat onder meer de verhouding tussen effectieve belastinginning en rechtsbescherming zorgvuldig moet worden uitgewerkt.
Tijdens haar beantwoording noemde de minister concrete onderdelen die zullen worden aangepast of verder uitgewerkt.
Zo moet de verwijzing naar de Raad van Beroep worden vervangen door een verwijzing naar de belastingrechter.
Daarnaast wil de regering de bepalingen over uitstel van betaling beter laten aansluiten op de Algemene Wet Belastingen.
Ook artikel 57, over geheimhouding, zal volgens Wijnerman worden aangepast. Daarbij moet onder meer een sanctie worden opgenomen voor het schenden van de geheimhoudingsplicht.
Verder kondigde zij verduidelijkingen aan in de toelichting bij de maatregelen tegen belastingplichtigen die zich door vertrek naar het buitenland aan invordering proberen te onttrekken.
Commissievoorzitter Rabindre Parmessar drong erop aan dat de regering de wijzigingen tijdig aan DNA verstrekt.
Ook vanuit de parlementsleiding werd benadrukt dat de volksvertegenwoordigers voldoende gelegenheid moeten krijgen om de aangepaste teksten te beoordelen voordat de beraadslaging wordt voortgezet.
De regering werd verzocht de stukken zo spoedig mogelijk, bij voorkeur na het weekend, beschikbaar te stellen.
Tijdens het debat werd ook verduidelijkt dat wijzigingen die vanuit de regering worden ingediend doorgaans via een nota van wijziging worden voorgelegd.
De parlementaire behandeling werd uiteindelijk verdaagd tot een nader te bepalen tijdstip.
Daarmee zijn de besproken aanpassingen nog niet definitief en zijn de beide belastingwetten nog niet aangenomen.
De vervolgvraag is welke kritiekpunten daadwerkelijk in de aangepaste wettekst terechtkomen.
Vooral de bescherming van kleine ondernemers, de hoogte van invorderingskosten en de mogelijkheden om onterechte dwanginvordering tijdig tegen te houden, zullen daarbij bepalend zijn.
De regering heeft duidelijk gemaakt dat zij de wetgeving wil moderniseren. Het parlement moet nu beoordelen of de aangepaste regels ook voldoende bescherming bieden aan de burgers en ondernemingen die ermee te maken krijgen.