
PARAMARIBO – DNA-lid Betterson heeft tijdens de parlementaire behandeling van de uitbreiding van opsporingsbevoegdheden fel uitgehaald naar personen die via sociale media ongefundeerde beschuldigingen en geruchten over anderen verspreiden. Volgens het parlementslid kunnen onschuldige burgers hierdoor ernstige reputatieschade oplopen, terwijl de bescherming tegen dergelijke praktijken tekortschiet.
Betterson gebruikte harde woorden om zijn ongenoegen duidelijk te maken. Hij omschreef personen die het leven van anderen via sociale media beschadigen als ‘parasieten’ en riep de regering en het parlement op om hiertegen op te treden.
Het parlementslid schetste een situatie waarbij alleen al de aanwezigheid van een politievoertuig voor een woning voldoende kan zijn om allerlei verhalen in een buurt te laten ontstaan.
Volgens hem kan zelfs een gewoon familiebezoek van een politieagent aanleiding geven tot wilde speculaties, waarbij bewoners plotseling in verband worden gebracht met ernstige strafbare feiten, waaronder drugshandel.
Waar dergelijke geruchten vroeger mogelijk niet verder kwamen dan het einde van de straat, kunnen ze tegenwoordig via sociale media binnen korte tijd de landsgrenzen oversteken.
Betterson vertelde dat iemand hierdoor zelfs vanuit Nederland gebeld kan worden met vragen over vermeende misdragingen waarvan die persoon zelf niets weet.
Volgens Betterson blijven de gevolgen niet beperkt tot de persoon over wie geruchten worden verspreid. Ook gezinsleden kunnen hieronder lijden.
Hij wees onder meer op kinderen die op school worden gepest of gefrustreerd raken doordat hun ouders publiekelijk worden beschuldigd zonder dat er bewijs voor bestaat.
Het parlementslid vindt dat de samenleving de ernst van deze problematiek onvoldoende onderkent.
Hoewel dergelijke verhalen soms aanleiding geven tot gelach, benadrukte hij dat de gevolgen voor betrokken burgers bijzonder ingrijpend kunnen zijn.
Betterson spaarde zijn woorden niet. Hij vergeleek de schadelijke praktijken op sociale media met ernstige ziekten en gebruikte daarbij scherpe Surinaamse uitdrukkingen om zijn afkeer duidelijk te maken.
Volgens hem zijn er personen die zich voortdurend bezighouden met het privéleven van anderen en daarmee het leven van vreedzame burgers ernstig kunnen verstoren.
Hij pleitte voor stevige straffen om mensen die bewust anderen beschadigen duidelijk te maken dat dergelijk gedrag niet zonder gevolgen kan blijven.
Zijn opmerkingen kwamen tijdens de behandeling van nieuwe opsporingsbevoegdheden voor justitie.
Betterson waarschuwde dat met uitgebreidere bevoegdheden ook onschuldige burgers onderwerp van onderzoek kunnen worden. Alleen al een bezoek van opsporingsambtenaren kan volgens hem voldoende zijn om iemand in de publieke opinie als schuldige aan te merken.
Daarmee plaatste hij de bescherming van de burger nadrukkelijk naast de uitbreiding van de bevoegdheden van justitie.
De centrale vraag die zijn betoog oproept, is hoe de overheid burgers beter kan beschermen tegen ongefundeerde publieke beschuldigingen, zonder daarbij de vrijheid van meningsuiting en legitieme kritiek onnodig te beperken.
Betterson benadrukte dat zowel de regering als het parlement de verantwoordelijkheid draagt om passende maatregelen te treffen.