
PARAMARIBO – De regering wil de politie en justitie ruimere bevoegdheden geven om zware, georganiseerde en digitale criminaliteit te bestrijden. Tegelijkertijd erkent de minister dat de technische en operationele capaciteit van de opsporingsdiensten nog onvoldoende op deze uitbreiding is berekend. Toch vraagt hij De Nationale Assemblee de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden alvast aan te nemen.
Dat bleek donderdag 22 oktober tijdens de parlementaire behandeling van de voorgestelde wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering, doorgaans aangeduid als de BOB-wet. Het voorstel regelt onder meer stelselmatige observatie, infiltratie, pseudokoop, het opnemen van communicatie en heimelijk onderzoek in computersystemen.
Volgens de minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath schieten traditionele opsporingsmethoden tekort bij criminaliteit die zich steeds vaker digitaal en over landsgrenzen heen afspeelt. Daartegenover staan bevoegdheden waarmee de overheid diep kan ingrijpen in het privéleven van burgers.
Eerst de wet, capaciteit verder opbouwen
Tijdens de beantwoording erkende de minister dat de beschikbare capaciteit een knelpunt vormt. De daadwerkelijke inzet van de nieuwe bevoegdheden vereist volgens hem voldoende geschoold personeel, specialistische apparatuur, beveiligde informatiesystemen, structurele financiering en duidelijke werkprocedures.
Die voorwaarden zijn nog niet volledig ingevuld. Wel zouden voorbereidingen zijn begonnen en investeringen gefaseerd in de begroting zijn opgenomen.
De minister wil de wettelijke behandeling daarop niet laten wachten. Volgens hem moet de wet alvast worden aangenomen, zodat de opsporingsdiensten op basis daarvan verder kunnen worden voorbereid.
Daarmee blijft een belangrijke uitvoeringsvraag bestaan: wanneer beschikken de betrokken diensten over voldoende mensen, middelen en controlemechanismen om de ingrijpende bevoegdheden zorgvuldig toe te passen? In de beantwoording werd daarvoor geen concrete einddatum genoemd.
Geen vaste bovengrens voor observatie
De minister ging niet mee met een voorstel om een vaste maximale totale duur voor stelselmatige observatie vast te leggen.
Volgens zijn toelichting geldt een observatiebevel voor maximaal drie maanden en kan dit telkens met maximaal drie maanden worden verlengd. Iedere verlenging moet schriftelijk worden gemotiveerd. Zodra niet langer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, moet de observatie stoppen.
Een absolute eindgrens zou volgens de minister tot gevolg kunnen hebben dat een nog noodzakelijk onderzoek moet worden afgebroken. Ook voor infiltratie verdedigde hij een regeling zonder vaste maximale totale duur.
De bescherming tegen onnodig langdurige inzet moet daarmee vooral komen uit de beoordeling van de noodzaak, de motivering van besluiten en de controle op de uitvoering.
Extra toestemming procureur-generaal afgewezen
Ook een voorstel voor verplichte voorafgaande schriftelijke toestemming van de procureur-generaal bij langdurige of bijzonder risicovolle infiltratie kreeg geen steun van de minister.
Volgens hem ligt de beoordeling bij de vervolgingsambtenaar, die moet vaststellen of de inzet noodzakelijk is en aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Een extra toestemmingsvereiste zou volgens de minister een aanvullende procedure opleveren, zonder daarmee op zichzelf onafhankelijke rechterlijke toetsing te creëren.
Voor verschillende andere ingrijpende bevoegdheden is volgens zijn toelichting wél voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris nodig. Dat geldt onder meer voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie en heimelijk onderzoek in een computersysteem. Voor die laatste bevoegdheid is daarnaast schriftelijke toestemming van de procureur-generaal voorzien.
Informatie kan buiten kennis verdediging blijven
De regering presenteerde tijdens de vergadering ook wijzigingen die het mogelijk moeten maken bepaalde informatie af te schermen.
De rechter-commissaris zou onder voorwaarden kunnen voorkomen dat antwoorden op vragen bekend worden bij de verdachte, diens advocaat en de vervolgingsambtenaar. Dat kan volgens de voorgelezen wijziging wanneer openbaarmaking ernstige overlast voor een getuige veroorzaakt, diens beroepsuitoefening ernstig belemmert of een zwaarwegend opsporingsbelang schaadt.
De rechter-commissaris moet de redenen daarvoor vastleggen. Tegen een beslissing op grond van deze voorgestelde bepaling is volgens de voorgelezen tekst geen hoger beroep toegelaten.
De regering wil hiermee onder meer informanten, gespecialiseerde opsporingsambtenaren en concrete onderzoekstechnieken beschermen. Tegelijk raakt deze afscherming aan de mogelijkheden van de verdediging om het opsporingsonderzoek te controleren.
De minister erkende zelf dat geheimhouding bij de inzet van buitenlandse undercoveragenten de transparantie van het strafproces kan beïnvloeden en verdedigingsrechten kan beperken.
Verboden goederen volgen in plaats van direct ingrijpen
Een andere voorgestelde toevoeging betreft gecontroleerde aflevering. Daarbij wordt de inbeslagneming van verboden goederen tijdelijk uitgesteld om zicht te krijgen op de personen en organisaties achter een transport.
Volgens de minister gaat het om uitgestelde inbeslagneming met een specifiek opsporingsdoel. De bedoeling blijft om de goederen later alsnog in beslag te nemen.
Het bevel moet onder meer het strafbare feit, de noodzaak, de betrokken voorwerpen, het toezicht en de toegestane duur vermelden. Bij dringende omstandigheden kan het mondeling worden gegeven, maar moet het uiterlijk binnen 24 uur schriftelijk worden vastgelegd.
Misbruik kan strafrechtelijke gevolgen hebben
De minister benadrukte dat de nieuwe bevoegdheden geen vrijbrief vormen. Misbruik kan volgens hem leiden tot strafrechtelijke vervolging en tuchtrechtelijke maatregelen, waaronder ontslag.
Ook kan onrechtmatig optreden gevolgen hebben voor het verzamelde bewijs. Welke gevolgen daaraan worden verbonden, is aan de rechter.
Verder wil de regering de beklagregeling uitbreiden, zodat belanghebbenden kunnen klagen over onder meer het vorderen, inzien en gebruiken van gegevens en het ontoegankelijk maken daarvan. Ook wordt een mogelijkheid voorgesteld om vernietiging van vastgelegde of verstrekte gegevens te verzoeken.
Behandeling nog niet afgerond
De Nationale Assemblee heeft de wet tijdens deze vergadering niet aangenomen. Na de mondeling gepresenteerde wijzigingen werd besloten ruimte te geven om de aangepaste tekst te bestuderen en opnieuw met belanghebbenden te overleggen.
De vergadering is tot een nader te bepalen datum verdaagd. Daarmee blijven zowel de wettelijke grenzen als de praktische voorbereiding van de opsporingsdiensten onderwerp van verdere behandeling.