Belastingdienst

Belastingdienst moet datakluis met 25 miljoen bestanden doorzoeken

L. RichelieuNieuws uit Nederland30 september 2026285 Views

DEN HAAG — De Belastingdienst heeft bij verzoeken van burgers om inzage in mogelijke frauderegistraties een enorme afgeschermde digitale omgeving met ongeveer 25 miljoen bestanden niet doorzocht. De Raad van State oordeelt dat deze zogenoemde ‘datakluis’ wél bij de zoekactie betrokken had moeten worden. Twee burgers die jarenlang duidelijkheid probeerden te krijgen over mogelijke ‘zwarte lijsten’ hebben woensdag gelijk gekregen in hoger beroep.

De zaak begon nadat twee inwoners van Kralendijk, Bonaire, naar aanleiding van berichtgeving over de omstreden Fraude Signalering Voorziening (FSV) wilden weten of hun persoonsgegevens voorkwamen op ‘zwarte lijsten’ van de Belastingdienst.

Zij vermoedden dat er mogelijk een registratie over hen bestond, omdat de Belastingdienst hun zonder nadere motivering had laten weten dat er in hun geval geen ruimte was voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.

Hun verzoek ging nadrukkelijk niet alleen over de FSV. Ze wilden weten of hun gegevens voorkwamen in welke registratie dan ook waarmee fraude of andere volgens de Belastingdienst ongewenste constructies werden gesignaleerd.

Datakluis met circa 25 miljoen bestanden

Tijdens de jarenlange juridische procedure kwam een opvallend gegeven naar voren.

Binnen de Belastingdienst werd in 2019 een afgeschermde digitale omgeving ingericht: de zogenoemde datakluis. Volgens informatie die de staatssecretarissen van Financiën in 2026 aan de Tweede Kamer verstrekten, bevat deze omgeving ongeveer 25 miljoen bestanden.

Deze datakluis was niet betrokken bij zoekacties die de Belastingdienst uitvoerde wanneer burgers om informatie over zichzelf vroegen.

Uit extern onderzoek van BDO bleek bovendien dat zich in de datakluis niet alleen bestanden over de kinderopvangtoeslagaffaire bevinden, maar ook bestanden die relevant zijn voor de FSV en het Risico Analyse Model (RAM).

Daarnaast bestaan binnen de Belastingdienst volgens dat onderzoek nog een groot aantal andere afgeschermde digitale omgevingen die nader onderzoek vereisen.

Raad van State zet vraagtekens bij verklaring Belastingdienst

De Raad van State stelt vast dat de datakluis en mogelijk andere afgeschermde digitale omgevingen hadden moeten worden meegenomen bij het behandelen van het inzageverzoek.

Dat gebeurde niet.

Daarom kan volgens de hoogste algemene bestuursrechter de mededeling van de minister dat de persoonsgegevens van de twee burgers niet in de FSV voorkomen niet zonder meer geloofwaardig worden geacht.

‘Zwarte lijst’ veel breder dan Belastingdienst stelde

De uitspraak gaat nog verder.

De Belastingdienst hanteerde een zeer specifieke definitie om te bepalen welke systemen vergelijkbaar waren met de FSV. Uit onderzoek waren uiteindelijk geen systemen naar voren gekomen die aan alle vijf daarvoor gehanteerde criteria voldeden.

Bij afzonderlijke lijsten werden vier mogelijke lijsten geïdentificeerd. Twee daarvan waren niet meer vindbaar. De andere twee zouden na intern onderzoek niet vergelijkbaar zijn met de FSV.

De Raad van State vindt deze benadering te beperkt.

Volgens de uitspraak moet het begrip ‘zwarte lijsten’ in deze zaak redelijk worden uitgelegd als alle gegevensbestanden, applicaties en systemen waarin risicosignalen voor fraude over personen worden of werden verwerkt.

De minister had daarom veel breder moeten zoeken.

Minister moet opnieuw zoeken

De twee burgers krijgen uiteindelijk gelijk.

De Raad van State verklaart hun hoger beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag en vernietigt ook de besluiten van de minister van Financiën uit 2021.

De minister moet nu nieuwe besluiten nemen.

Daarvoor moet de Belastingdienst zoeken naar persoonsgegevens van de twee burgers in alle bestanden, applicaties en systemen waarin risicosignalen voor fraude over personen zijn of worden verwerkt.

Daarbij moet expliciet ook worden gezocht in de datakluis en, voor zover relevant, andere afgeschermde digitale omgevingen binnen de Belastingdienst.

Ook schadevergoeding

De procedure duurde bovendien te lang. De Raad van State stelt vast dat de redelijke termijn met één jaar en zeven maanden is overschreden. Daarom krijgen de betrokkenen gezamenlijk €2.000 schadevergoeding.

Daarnaast moet de minister van Financiën €5.442 aan proceskosten vergoeden en €636 aan griffierecht terugbetalen.

De uitspraak kan ook van belang zijn voor andere burgers die na de FSV- en toeslagenaffaire willen achterhalen welke fraudesignalen de Belastingdienst over hen heeft verwerkt. De Raad van State maakt met deze uitspraak duidelijk dat een zoektocht niet op voorhand beperkt mag worden tot alleen systemen die vrijwel hetzelfde functioneren als de FSV.

Leave a reply

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Sign In/Sign Up Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.