
PARAMARIBO — Suriname wil bij de ontwikkeling van zijn toerismesector niet inzetten op massatoerisme. De regering kiest voor een model waarbij relatief minder bezoekers langer in het land verblijven, meer lokaal besteden en waarde hechten aan natuur, cultuur en authenticiteit. President Jennifer Simons maakte die koers bekend tijdens haar jaarrede.
“Wij kunnen geen massatoerisme hebben. We willen high-end toerisme hebben, waarbij we met weinig toerisme genoeg geld kunnen verdienen”, zei Simons.
De regering spreekt daarbij over high value, low impact tourism.
Het uitgangspunt is dat toerisme meer economische waarde in Suriname moet achterlaten, zonder dat daarvoor noodzakelijkerwijs zeer grote aantallen bezoekers nodig zijn.
Volgens Simons is de ambitie niet simpelweg om meer toeristen naar Suriname te halen.
Iedere extra bezoeker moet volgens de regering meerwaarde opleveren voor Surinaamse ondernemers, werknemers en gemeenschappen.
Vanaf 2027 wil de regering daarom lokale waardeketens versterken en investeren in onder meer bereikbaarheid, veiligheid en nutsvoorzieningen.
Ook moeten onderwijs en vakopleidingen beter aansluiten op hospitality, gidswerk, gastronomie en toeristisch ondernemerschap.
Daarnaast wordt ingezet op verdere ontwikkeling van community based tourism, zodat lokale gemeenschappen rechtstreeks kunnen profiteren van bezoekers.
Een belangrijke rol is weggelegd voor de Suriname Tourism Authority. Volgens Simons moet deze autoriteit in 2026 operationeel worden.
De organisatie moet een structurele basis vormen voor samenwerking tussen overheid en private sector.
Daarbij gaat het onder andere om continuïteit van beleid, kwaliteitsstandaarden, marktontwikkeling, data, promotie en begeleiding van investeringen.
De regering wil bovendien beter kunnen vaststellen hoeveel de toerismesector daadwerkelijk bijdraagt aan de economie.
Daarvoor wordt een Tourism Satellite Account-systeem opgesteld. Daarmee moet de bijdrage van toerisme aan onder meer het bruto binnenlands product, werkgelegenheid, belastinginkomsten en andere sectoren worden gemeten.
Ook de historische binnenstad van Paramaribo en de Waterkant moeten verder worden ontwikkeld als samenhangend erfgoed- en toerismeproduct.
Met het programma Tourism First wil de regering de toerismesector bovendien voorbereiden op de economische groei die rond de olie- en gasindustrie wordt verwacht.
De koers die Simons neerzet is daarmee duidelijk: Suriname wil niet zoveel mogelijk bezoekers aantrekken, maar meer economische waarde halen uit toeristen die bewust voor het land kiezen en lokaal meer besteden.