
PARAMARIBO – Volgens parlementariër Mahinder Jogi zou president Jennifer Geerlings-Simons sinds haar aantreden minder dan tien uur in De Nationale Assemblée hebben doorgebracht. In hetzelfde debat stelde hij dat haar voorganger Chandrikapersad Santokhi vrijwel iedere week verantwoording aflegde. Minister Stephen Tsang trok de historische vergelijking in twijfel en verwees naar openbare video-opnamen. Beide beweringen zijn controleerbaar, maar het aangeleverde fragment bevat geen telling.
Een bijzonder precieze claim vraagt om bewijs
Minder dan tien uur lijkt exact, maar zonder afbakening is de bewering niet goed te toetsen. Gaat het om alle plenaire bezoeken, alleen begrotingsbehandelingen, of uitsluitend debatten waarin president Simons zelf inhoudelijk antwoord gaf? De tijd van aankomst, vertrek en daadwerkelijke spreektijd zijn bovendien verschillende maten. Een bijeenkomst kan uren duren zonder dat de president voortdurend aanwezig is; omgekeerd kan zij via ministers parlementair verantwoordelijk blijven zonder persoonlijk deel te nemen.
Artikel 116 is geen aanwezigheidsklok
De Grondwet bepaalt dat de regering verantwoording verschuldigd is aan DNA. Dat is een zwaarwegende staatsrechtelijke plicht, maar niet hetzelfde als een voorgeschreven minimumaantal uren voor de president in het parlementsgebouw. Wie de politieke beschikbaarheid van de president wil beoordelen, moet daarnaast kijken naar beantwoorde vragen, beleidstoelichtingen en de kwaliteit van het debat.
Ook de vergelijking met Santokhi moet worden onderzocht
Jogi stelde dat Santokhi bijna iedere week naar DNA kwam. Tsang betwijfelde dat. RINIEUWS kan zonder een volledige telling van de openbare vergaderingen over de ambtsperioden geen van beide sprekers gelijk geven. Een eerlijke vergelijking vereist gelijke criteria: aanwezigheid bij plenaire vergaderingen, actieve beantwoording van vragen, frequentie per jaar en het aantal door de regering ingediende schriftelijke antwoorden.
Wat de minister zelf ook moet aantonen
Tsang stelde daarnaast dat tijdens de vorige regeerperiode parlementaire vragen weinig werden beantwoord. Ook dat is een afzonderlijke historische claim. De minister zou met een inventarisatie van vragenuurtjes, ingediende vragen en schriftelijke reacties moeten komen. Een slechte situatie in een vorige regeerperiode zou bovendien geen rechtvaardiging vormen om huidige tekortkomingen niet aan te pakken.
Politiek debat versus feitenonderzoek
De beoordeling van presidentiële betrokkenheid verdient meer dan een wedstrijd tussen politieke kampen. Het is denkbaar dat een president beperkt fysiek aanwezig is maar via ministers inhoudelijk verantwoording laat afleggen. Het omgekeerde is eveneens mogelijk: veel bezoeken kunnen gepaard gaan met weinig concrete antwoorden. Beide aspecten moeten apart zichtbaar worden gemaakt.
Een definitieve factcheck vraagt om DNA-presentielijsten, notulen en video-opnamen over beide periodes. Zonder die volledige datasets blijft “minder dan tien uur” een aan Jogi toegeschreven bewering. Hetzelfde geldt voor “bijna iedere week” en Tsangs suggestie dat er in de vorige termijn nauwelijks beantwoording plaatsvond. Wie politieke cijfers inzet als verwijt, moet ook laten zien hoe ze zijn berekend.