
PARAMARIBO – Minister Stephen Tsang zegt dat voor de voorbereiding van infrastructurele werken vanaf bestek tot contractondertekening minimaal zes maanden nodig is. Hij wijst op aanbestedingstermijnen, adviezen, autorisaties, bankgaranties en fouten in administratieve documenten. Daarmee legt hij een structureel probleem bij de uitvoering van overheidsprojecten bloot. Maar de minister heeft in het onderzochte vergaderfragment geen projectlijst of berekening verstrekt waarmee die minimumtermijn onafhankelijk kan worden nagegaan.
Een half begrotingsjaar is nog geen uitgevoerd project
Tsang koppelde de doorlooptijd aan de lage realisatiecijfers van zijn ministerie. Dat is een plausibele mogelijke verklaring: hoe later een contract wordt gesloten, hoe minder tijd in hetzelfde begrotingsjaar overblijft voor daadwerkelijke uitvoering en betaling. Toch kunnen ook ontoereikende ontwerpen, aanbestedingsbezwaar, budgetproblemen, weersinvloeden, beschikbaarheid van materiaal en gebrekkig contractmanagement meespelen. Zonder cijfers per project is onbekend welke factor het zwaarst weegt.
De bestuurlijke vraag achter zes maanden
Niet alle stappen zijn overbodige bureaucratie. Transparante aanbestedingen en financiële controles zijn bedoeld om publieke middelen te beschermen en willekeur te beperken. Het is daarom onvoldoende om te spreken over trage procedures zonder onderscheid tussen noodzakelijke wettelijke waarborgen, capaciteitsproblemen en vermijdbare fouten. Bij interne fouten hoort een verbeterplan met meetbare termijnen; bij slecht ontworpen regels hoort een onderbouwd wijzigingsvoorstel.
Wat gebeurde met de Comptabiliteitswet?
Tsang waarschuwde dat nieuwe financiële en aanbestedingsregels de procedures verder kunnen verlengen. Juist die opmerking vraagt om precisie. Op 21 mei 2026 bepleitte de regering een uitstel van drie jaar voor de volledige toepassing van de Comptabiliteitswet 2024. Op 28 mei nam DNA uiteindelijk een wijziging aan met een overgangsperiode van twee jaar, gesteund door 38 stemmen. Daarbij werden een uitvoeringsplan en halfjaarlijkse evaluaties afgesproken. Het eerder gewenste driejarige uitstel mag dus niet met de uiteindelijk goedgekeurde regeling worden verward.
Kritiek uit bedrijfsleven
De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven noemde het uitstel zorgelijk voor goed bestuur. De organisatie erkende de praktische problemen bij overheidssystemen en capaciteit, maar wees juist op het belang van transparant financieel beheer. Daarmee ontstaat een wezenlijke spanning: ambtenaren moeten sneller kunnen handelen, terwijl overheidsopdrachten ook controleerbaar moeten blijven. Meer snelheid is geen vrijbrief voor minder verantwoording.
Vijf cijfers die Tsang zou moeten publiceren
Een onafhankelijke controle vereist voor elk project de startdatum van het bestek, de publicatie van de aanbesteding, de gunningsdatum, de datum van contractondertekening en de daadwerkelijke start van het werk. Daarnaast horen de begrote en gerealiseerde bedragen openbaar te zijn. Dan kan worden vastgesteld of zes maanden werkelijk het minimum is, welke projecten uitschieters vormen en hoeveel vertraging door herhaalbare fouten ontstaat.
De verklaring van Tsang is belangrijk, juist omdat er een mogelijk intern probleem erkent. Maar is niet voldoende als cijfermatig bewijs. Als het ministerie structureel een halfjaar kwijt is vóór een contract, is de vervolgvraag wie verantwoordelijk is voor iedere stap en welke meetbare vermindering de minister toezegt. Anders dreigt de zesmaandentermijn een vaste verklaring voor projecten die maar niet beginnen.