
PARAMARIBO – Een meningsverschil over het moment waarop ministers parlementaire vragen beantwoorden, is uitgegroeid tot een principieel debat over de positie van De Nationale Assemblée. Parlementariër Mahinder Jogi stelde dat de regering al dagen wist dat antwoorden op de agenda stonden. Vicepresident Gregory Rusland vond het efficiënter om een deel van de beantwoording later op de dag te laten plaatsvinden. Wat op het eerste gezicht een kwestie van planning lijkt, raakt aan de kern van parlementaire controle.
Wat is in het transcript daadwerkelijk gezegd?
De voorzitter bevestigde dat vooraf was afgesproken dat de regering vragen zou beantwoorden. Rusland verwees naar de beschikbaarheid van ministers en stelde voor eerst andere agendaonderdelen af te handelen. Jogi kwalificeerde die gang van zaken als gebrek aan respect voor het parlement en verwees naar vragen over drinkwater en vervuiling van de Saramaccarivier. Rusland weersprak dat de regering vragen zou ontwijken. Een ander Assembleelid benadrukte dat er ook een planning aan regeringszijde is. Belangrijk detail: de voorzitter meldde dat de vergadering circa tweeënhalf uur later was begonnen dan gepland. Dat maakt het te eenvoudig om alle organisatorische verantwoordelijkheid uitsluitend bij één partij te leggen.
Wat staat in de Grondwet?
Artikel 116, tweede lid, van de Grondwet legt vast dat de regering verantwoording verschuldigd is aan De Nationale Assemblée. Die plicht zegt iets over de controlefunctie van het parlement, maar bewijst op zichzelf niet dat iedere minister permanent in de zaal moet zitten of dat uitstel van enkele uren ongrondwettelijk is. Het verschil tussen constitutionele verantwoordelijkheid en de concrete afspraken van één vergaderdag is cruciaal. Jogi kan de naleving van een toezegging ter discussie stellen; Rusland kan een praktische oplossing voorstellen. Beide standpunten moeten vervolgens aan feiten worden getoetst.
Wat ontbreekt aan harde gegevens?
Het transcript biedt geen complete lijst van parlementaire vragen, geen oproepbrieven aan de betrokken bewindslieden en geen overzicht van antwoorden die aan het einde van de dag alsnog zijn gegeven. Zonder die gegevens kan RINIEUWS niet vaststellen hoeveel vragen onbeantwoord bleven. Evenmin blijkt of de verhinderingen vooraf bekend waren. De regering kan dit eenvoudig verduidelijken door het vragenregister, de antwoorden en de datum van afdoening te publiceren.
Kritische toets voor beide kanten
De oppositie zou concreet moeten maken welke vraag onbeantwoord bleef, op welke datum die is gesteld en welke toezegging niet is nagekomen. De regering moet op haar beurt aantonen wanneer de antwoorden zijn verstrekt. En DNA zou uitleg moeten geven hoe de eigen late vergaderstart zich verhield tot de vooraf vastgestelde planning. Politieke verontwaardiging kan terecht zijn, maar een parlement kan alleen stevig controleren wanneer de administratie van vragen en antwoorden ook controleerbaar is.
De maatschappelijke inzet
Burgers met klachten over watervoorziening, milieuvervuiling en infrastructuur hebben weinig aan een woordentwist over wie respect toont. Zij hebben behoefte aan concrete besluiten, termijnen en uitvoering. De centrale vraag is dan ook niet wie in het debat het laatste woord had, maar welke maatschappelijke vragen na afloop aantoonbaar zijn afgehandeld. Tot dat overzicht beschikbaar is, blijft de algemene beschuldiging dat de regering structureel weigert te antwoorden onvoldoende bewezen.