
PARAMARIBO – President Jennifer Simons heeft ABOP-leider Ronnie Brunswijk nadrukkelijk genoemd in haar plannen om de goudsector te ordenen. “Hij is een concessiehouder”, zei Simons toen zij werd gevraagd naar de positie van haar coalitiepartner. Tegelijk bevestigde de president dat minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen voorlopig geen nieuwe mijnbouwrechten mag uitgeven en geen wijzigingen van eigenaarschap mag doorvoeren.
Daarmee komen twee gevoelige kwesties bij elkaar: de goudbelangen van Brunswijk en de opdracht aan Abiamofo om eerst duidelijk te krijgen wie welke mijnbouwrechten bezit.
Tijdens Welingelichte Kringen van ABC werd Simons rechtstreeks gevraagd naar Brunswijk tegen de achtergrond van de problemen binnen de goudsector.
Simons benadrukte dat zij een coalitie leidt en van iedereen medewerking verwacht.
“En ook aan meneer Brunswijk natuurlijk. Hij is een concessiehouder”, zei de president.
Daarmee maakt Simons duidelijk dat ook haar coalitiepartner onderdeel is van de ordening die de regering voor ogen heeft.
Juist daar wordt de positie van minister David Abiamofo interessant.
Abiamofo reageerde eind augustus op kritiek over goudconcessies van Brunswijk en personen die met hem in verband worden gebracht. Volgens de minister was sprake van “selectieve verontwaardiging”, omdat Brunswijk volgens hem al tien tot vijftien jaar over dergelijke concessies beschikt.
De minister stelde dat verschillende bewindslieden deze rechten door de jaren heen hebben verlengd. Toen Brunswijk in 2020 vicepresident werd, konden de concessies volgens Abiamofo niet langer op diens eigen naam worden verlengd.
Brunswijk zou vervolgens hebben aangegeven welke personen de betreffende rechten zouden aanvragen.
Volgens Abiamofo ging het daarmee niet om goudbelangen die plotseling onder zijn ministerschap ontstonden, maar om activiteiten en concessies die al langer met Brunswijk werden geassocieerd.
Inmiddels heeft Simons juist opdracht gegeven voorlopig te stoppen met nieuwe uitgiften en veranderingen rond mijnbouwrechten.
De president omschreef haar instructie aan Abiamofo duidelijk: geen nieuwe zaken uitgeven, geen eigenaar veranderen en eerst de situatie in kaart brengen.
Simons bevestigde tijdens het interview dat deze maatregel nog steeds actief is.
De regering wil daarmee eerst beter inzicht krijgen in de bestaande rechten en concessiehouders voordat nieuwe veranderingen plaatsvinden.
Daar ontstaat een belangrijke vraag.
Abiamofo heeft immers zelf verklaard dat concessies die eerder op naam van Brunswijk stonden, nadat hij vicepresident werd door andere personen werden aangevraagd.
Als Simons nu wil weten wie welke concessies bezit en veranderingen van eigenaar voorlopig heeft stilgelegd, is de vraag hoe de regering omgaat met concessies waarbij zo’n verandering in het verleden al heeft plaatsgevonden.
Wordt bij de inventarisatie uitsluitend gekeken naar de persoon die vandaag formeel als concessiehouder geregistreerd staat?
Of onderzoekt de regering ook de geschiedenis van een concessie: op wiens naam stond die oorspronkelijk, wanneer veranderde dat, wie vroeg het recht vervolgens aan en wie heeft uiteindelijk het economische belang bij de goudwinning?
Dat een concessie door een andere persoon is aangevraagd, betekent op zichzelf niet dat sprake is van een onrechtmatigheid. Simons heeft dat ook niet beweerd.
Maar juist wanneer de regering volledige ordening en transparantie nastreeft, wordt de vraag relevant of de inventarisatie verder gaat dan alleen de naam op papier.
De discussie gaat bovendien verder dan één politicus.
De regering wil meer inzicht krijgen in de volledige goudsector, waaronder concessies, mijnbouwlocaties, goudstromen en het gebruik van schadelijke chemicaliën.
Simons heeft aangegeven dat Suriname beter moet weten waar goud wordt gewonnen, wie daar actief is en waar mijnbouw vanwege de gevolgen voor mens en milieu juist niet zou mogen plaatsvinden.
Daarmee raakt de ordening uiteindelijk iedere concessiehouder.
Voor Abiamofo betekent dit dat hij een belangrijke verantwoordelijkheid krijgt.
Hij is de minister die eerder uitleg gaf en kritiek pareerde rond de concessies die met Brunswijk worden geassocieerd. Nu moet onder zijn ministerie tegelijkertijd worden meegewerkt aan het inzichtelijk maken van de sector.
Daarmee wordt het uiteindelijke overzicht belangrijker dan de politieke discussie alleen.
Als de regering daadwerkelijk transparantie wil creëren, moet uiteindelijk duidelijk worden welke mijnbouwrechten bestaan, op wiens naam ze staan, wanneer ze zijn verleend of gewijzigd en wie de feitelijke economische activiteiten uitvoert.
En juist daarom krijgt de korte uitspraak van Simons over haar coalitiepartner extra gewicht:
“Hij is een concessiehouder.”