
PARAMARIBO — De vakbeweging dringt er bij de regering op aan om ongebruikte productiecapaciteit bij de Energie Bedrijven Suriname (EBS) en de Afobaka-waterkrachtcentrale zo snel mogelijk beschikbaar te maken. Volgens C-47-voorzitter Robby Berenstein kan daarmee op korte termijn verlichting worden gebracht in de aanhoudende load shedding, die zowel huishoudens als bedrijven hard treft.
De energiecrisis is inmiddels niet alleen een technisch en economisch probleem, maar houdt ook de vakbeweging nadrukkelijk bezig. Tijdens overleg tussen verschillende maatschappelijke organisaties is volgens Berenstein zowel gekeken naar acute maatregelen als naar structurele oplossingen voor de energievoorziening.
Volgens hem ligt een belangrijk deel van het acute probleem bij productiecapaciteit die wel aanwezig is, maar momenteel niet wordt benut. Berenstein verwees daarbij naar een analyse waaruit zou blijken dat de hoogste elektriciteitsvraag rond 12 augustus ongeveer 280 megawatt bedroeg, terwijl het totale geïnstalleerde vermogen bij de EBS volgens de aangehaalde cijfers rond 420 megawatt ligt.
Dat betekent volgens de vakbeweging echter niet automatisch dat al die capaciteit direct beschikbaar is. Een deel van de installaties staat buiten bedrijf.
Volgens Berenstein staan bij de EBS momenteel drie generatoren stil.
Waarom deze machines niet operationeel zijn en hoeveel vermogen daarmee precies verloren gaat, moet volgens hem duidelijk worden gemaakt. De vakbeweging vindt dat de regering en de EBS alles op alles moeten zetten om te onderzoeken hoe deze productie-eenheden zo snel mogelijk opnieuw kunnen worden ingezet.
Berenstein stelde daarbij de vraag: “Hoe krijgen we die machines weer aan de praat?”
Volgens hem kan niet worden volstaan met de constatering dat installaties technisch, financieel of om andere redenen buiten bedrijf zijn. Wanneer de oorzaak op regeringsniveau ligt, zal de regering verantwoordelijkheid moeten nemen om de problemen weg te nemen.
Ook bij de Afobaka-waterkrachtcentrale zou volgens Berenstein sprake zijn van capaciteit die momenteel niet volledig wordt gebruikt. Een aantal turbines zou buiten bedrijf zijn. Daarbij speelt wel een belangrijke beperking: de beschikbare waterhoeveelheid in het stuwmeer bepaalt mede hoeveel elektriciteit daadwerkelijk via Afobaka kan worden opgewekt.
De vraag is daarom volgens C-47 hoeveel van de beschikbare capaciteit, gegeven de huidige omstandigheden van het stuwmeer, alsnog verantwoord kan worden ingezet. De inzet van stilstaande generatoren bij EBS en beschikbare capaciteit bij Afobaka behoort volgens de vakbeweging tot de belangrijkste maatregelen die op korte termijn onderzocht moeten worden.
De aanhoudende stroomonderbrekingen hebben volgens Berenstein inmiddels grote gevolgen voor zowel de bedrijfsvoering als het dagelijks leven van burgers. Bedrijven worden geconfronteerd met productieverlies en verstoring van werkzaamheden, terwijl huishoudens tijdens stroomuitval onder meer problemen kunnen ondervinden met voedselopslag, apparatuur en andere basisvoorzieningen.
Daarom vindt C-47 dat er niet alleen naar langetermijninvesteringen mag worden gekeken terwijl de bevolking nu met load shedding wordt geconfronteerd. De kernvraag voor de korte termijn is volgens de vakbeweging eenvoudig: welke bestaande capaciteit kan opnieuw beschikbaar worden gemaakt en wat is daarvoor nodig?
Naast de vakbeweging zouden onder meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bij het overleg betrokken zijn.
Berenstein noemde onder andere de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en andere maatschappelijke organisaties die eveneens naar oplossingen voor de energiecrisis kijken. Het overleg moet uiteindelijk leiden tot een gezamenlijke verklaring waarin voorstellen voor verdere gesprekken met de regering worden opgenomen.
Voor de langere termijn wordt volgens Berenstein ook gekeken naar de toekomstige olie- en gasontwikkeling van Suriname.
De verwachte economische ontwikkeling rond offshore olie zou volgens de betrokken organisaties moeten worden benut om het energiesysteem structureel te versterken. Daarbij gaat het niet alleen om extra productie, maar ook om betrouwbaarheid, onderhoud, investeringen en voldoende reservevermogen.
Voorlopig blijft echter de acute vraag boven de markt hangen: waarom staat bestaande energiecapaciteit stil terwijl Surinamers dagelijks met load shedding worden geconfronteerd?