
PARAMARIBO — De vervuiling van de Saramaccarivier heeft een zwakke plek in de Surinaamse milieubewaking blootgelegd. Suriname beschikt nog niet over voldoende capaciteit om alle noodzakelijke milieu- en gezondheidsonderzoeken volledig in eigen land uit te voeren. Voor het onderzoek naar de Saramaccarivier moesten monsters naar het buitenland worden gestuurd. Alleen dat onderzoek kostte de staat meer dan US$50.000.
De kwestie kwam opnieuw naar voren tijdens een overleg van president Jennifer Simons met verschillende laboratoria. De regering wil nu in kaart brengen welke analyses Suriname zelf kan uitvoeren, waar apparatuur of expertise ontbreekt en welke capaciteit moet worden uitgebreid.
Aan tafel zaten onder meer het Centraal Laboratorium van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg, het Veterinair Laboratorium, het Viskeuringsinstituut, het Medisch Wetenschappelijk Instituut en de Anton de Kom Universiteit van Suriname.
De aanleiding is niet theoretisch. Na de massale vissterfte in de Saramaccarivier moest uitgebreid onderzoek worden verricht naar mogelijke chemische verontreiniging.
Eerste lokale wateranalyses toonden cyanide en kwik aan, maar toen nog onder de gehanteerde normwaarden. De NMA waarschuwde daarbij dat een eerdere blootstelling aan cyanide niet volledig kon worden uitgesloten, omdat de stof relatief snel kan afbreken en verdunnen.
Later meldde de regering dat in het verdere onderzoek hoge concentraties chemische stoffen in het water en zware metalen en cyanide in monsters van levende vissen waren aangetroffen. Een deel van de monsters was daarvoor naar het buitenland gestuurd.
De regering wil nu onder meer bekijken hoe Suriname zijn mogelijkheden voor onderzoek naar cyanide en kwik kan uitbreiden. Het gaat daarbij niet alleen om water, maar ook om dieren en andere monsters.
Daarnaast moet er meer capaciteit komen voor luchtkwaliteitsonderzoek. Daarbij wordt specifiek gekeken naar mogelijke blootstelling aan kwikdampen bij goudopkoopbedrijven.
Dat maakt de discussie groter dan alleen de Saramaccarivier.
Suriname heeft een omvangrijke goudsector waarin milieu- en gezondheidsrisico’s rond chemicaliën en zware metalen al langer een aandachtspunt zijn. Wanneer bij een ernstig incident specialistische analyses niet volledig in eigen land kunnen worden uitgevoerd, ontstaat afhankelijkheid van buitenlandse laboratoria — met extra kosten en mogelijk langere onderzoekstrajecten tot gevolg.
Daarmee dringt zich ook een ongemakkelijke vraag op: waarom beschikt Suriname anno 2026 nog niet over alle noodzakelijke onderzoekscapaciteit om dergelijke milieu-incidenten zelfstandig en snel te onderzoeken?
De Saramaccarivier heeft laten zien wat er gebeurt wanneer snel duidelijkheid nodig is over water, vissen en mogelijke blootstelling van mensen.
President Simons zegt dat Suriname uiteindelijk zelf alle bepalingen moet kunnen uitvoeren die nodig zijn om de veiligheid van de bevolking te garanderen.
Maar volledig zover is het land nog niet.
De regering mikt nu op een forse uitbreiding van de capaciteit. Simons spreekt de hoop uit dat tegen eind 2027 alle noodzakelijke bepalingen in Suriname zelf kunnen worden uitgevoerd.
Tegelijkertijd begint de Nationale Milieu Autoriteit met een landelijke inventarisatie van goudwinningsactiviteiten.
Daarmee verschuift de discussie van alleen onderzoek naar één vervuilde rivier naar een veel bredere vraag: hoe goed is Suriname eigenlijk uitgerust om de milieu- en gezondheidsrisico’s van zijn eigen goudsector te controleren?
De Saramaccarivier heeft die vraag inmiddels op scherp gezet.