
PARAMARIBO — Aan de vooravond van een aangekondigde persconferentie over de rechtszaak binnen de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) laat president-commissaris Emanuel Scheek weinig twijfel bestaan over de koers van zes leden van de Raad van Commissarissen. Zij willen publiekelijk reageren op wat volgens hen onjuiste of onvolledige uitspraken zijn over het conflict met TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe.
Scheek zei in een interview op Lim fm, dat de persconferentie vooral bedoeld is om onduidelijkheden rond de rechtszaak recht te zetten. Jap-A-Joe heeft zes leden van de RvC voor de rechter gedaagd en eist onder meer rectificatie en beperkingen op verdere publieke uitlatingen. Eerder stelden de commissarissen tegenover de rechter dat het volgens hen niet om een smaadkwestie gaat, maar om een bestuursconflict over het toezicht op TAS.
Op de vraag of hij zich door de politieke leiding in de steek gelaten voelt, wees Scheek die formulering van de hand.
Volgens hem moet een commissaris niet steunen op politieke personen, maar op feiten, kennis en de verantwoordelijkheid die bij de functie hoort. Dat de bevoegde autoriteiten een besluit hebben genomen waarmee de RvC mogelijk niet volledig tevreden is, betekent volgens hem niet automatisch dat iemand hem heeft “laten vallen”.
De Raad van Ministers besloot op 26 augustus niet in te stemmen met het verzoek van de RvC om Jap-A-Joe te schorsen. De regering stelde later dat zij directeur blijft en dat beide kampen hun werkzaamheden moeten voortzetten.
Scheek maakte tegelijkertijd duidelijk dat daarmee voor de commissarissen niet automatisch alles is afgesloten.
Volgens hem moeten publieke functionarissen besluiten nemen binnen hun wettelijke bevoegdheden. Wanneer besluiten daarmee in strijd blijken te zijn, kunnen daar volgens hem consequenties aan verbonden zijn.
De RvC zal, zei hij, de mogelijkheden die haar ter beschikking staan gebruiken indien dat noodzakelijk wordt. Op mogelijke schorsing of ontslag wilde hij vooruitlopend op de persconferentie niet verder ingaan.
Opvallend is vooral Scheeks standpunt over publieke uitlatingen.
Volgens hem kan een aandeelhouder een lid van een Raad van Commissarissen niet zomaar verbieden met de media te spreken. Partijen kunnen volgens hem onderling wel afspraken maken om bepaalde onderwerpen tijdelijk niet publiek te bespreken, maar dat is iets anders dan een opgelegde zwijgplicht.
Scheek zegt dat eerder met president Jennifer Simons is afgesproken ruimte te geven om verschillende kwesties in rust af te handelen. Maar wanneer het gaat om een publieke rechtszaak of zaken die commissarissen persoonlijk raken, vindt hij dat zij het recht behouden daarop publiekelijk te reageren.
Daar voegde hij een bredere verantwoordelijkheid aan toe: een RvC van een publieke instelling is volgens Scheek uiteindelijk ook verantwoording verschuldigd aan de samenleving.
De zes commissarissen willen daarom tijdens de aangekondigde persconferentie vragen van journalisten beantwoorden over de rechtszaak en de gebeurtenissen binnen TAS.
Scheek hield inhoudelijk nog verschillende kaarten tegen de borst. Op de vraag of hij teleurgesteld is dat onvoldoende rekening zou zijn gehouden met een document van de RvC waarin volgens hem feiten zijn aangedragen, zei hij dat het te vroeg is om daar conclusies aan te verbinden.
Volgens hem zijn de stukken nog in behandeling.
Daarmee wordt de persconferentie meer dan alleen een toelichting op een rechtszaak. Ze kan ook duidelijk maken hoe de RvC verder wil na de weigering van de regering om de TAS-directeur te schorsen — en of het maandenlange bestuursconflict opnieuw een volgende fase ingaat.