
PARAMARIBO — Suriname en de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO/WHO) hebben een nieuwe vijfjarige strategie voor de gezondheidszorg ondertekend. De samenwerking loopt van 2026 tot en met 2030 en moet onder meer leiden tot sterkere gezondheidsinstellingen, meer preventie, betere voorbereiding op ziekte-uitbraken en verbetering van de toegang tot zorg. Minister André Misiekaba koppelt de internationale strategie tegelijkertijd aan een veel bredere hervorming van de Surinaamse gezondheidszorg.
De overeenkomst werd op woensdag 16 september virtueel ondertekend door minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid en PAHO-directeur Jarbas Barbosa da Silva.
PAHO noemt de Country Cooperation Strategy 2026–2030 een gezamenlijke routekaart voor versterking van het Surinaamse gezondheidssysteem. De voortgang wordt volgens de organisatie tussentijds in 2028 geëvalueerd en opnieuw aan het einde van de looptijd in 2030.
Misiekaba omschrijft de samenwerking als een programma dat rust op verschillende belangrijke pijlers, waaronder leiderschap, mentaal welzijn, sterke gezondheidsinstellingen, voorbereiding op uitbraken en vooral preventie.
In de officiële PAHO-strategie worden de vier prioriteiten iets breder omschreven: versterking van leiderschap en het gezondheidssysteem, ziektepreventie en gezondheidsbevordering, verbetering van gezondheid en welzijn gedurende de levensloop en betere voorbereiding op noodsituaties, uitbraken, rampen en klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s.
Ook financiering van de zorg, beschikbaarheid van personeel, toegang tot geneesmiddelen, digitalisering en versterking van de eerstelijnszorg vallen onder het programma.
Misiekaba legt vooral nadruk op preventie. Volgens hem hangt een groot deel van de huidige ziektelast samen met niet-overdraagbare aandoeningen zoals hoge bloeddruk, diabetes en kanker.
Keuzes rond voeding, alcoholgebruik en beweging kunnen volgens de minister pas jaren later zichtbaar worden in de gezondheid van de bevolking.
De nieuwe strategie sluit daarbij aan. PAHO wijst erop dat niet-overdraagbare aandoeningen nog steeds een belangrijke oorzaak zijn van vroegtijdige sterfte in Suriname. Ook mentale gezondheid, suïcide, hiv en tuberculose blijven aandachtspunten.
Een ander belangrijk onderdeel blijft malaria.
Suriname werd in juni 2025 door de Wereldgezondheidsorganisatie officieel gecertificeerd als het eerste malariavrije land in het Amazonegebied. Volgens Misiekaba betekent het behalen van die status echter niet dat het werk klaar is. Suriname wordt omringd door gebieden waar malaria nog voorkomt. Daardoor moet de surveillance blijven functioneren en moeten gezondheidsdiensten snel kunnen optreden wanneer opnieuw besmettingen worden vastgesteld.
Misiekaba verdeelt zijn aanpak van de gezondheidssector ondertussen in twee grote fasen: herstel en structurele hervorming. In de eerste fase moeten achterstallig onderhoud, defecte apparatuur en andere acute problemen worden aangepakt. Het Academisch Ziekenhuis Paramaribo speelt daarin volgens hem een centrale rol.
De regering heeft ongeveer SRD 635 miljoen beschikbaar gesteld voor modernisering van het AZP. Het programma omvat onder andere renovaties van de hartbewaking, Spoedeisende Hulp, laboratoria, radiologie en het mortuarium.
Misiekaba wijst er ook op dat dure apparatuur voortaan structureel moet worden meegenomen in vervangingsplannen. Wanneer bijvoorbeeld een MRI-scanner wordt aangeschaft, moet volgens hem direct geld worden gereserveerd voor toekomstige vervanging.
Ook het Bedrijf Geneesmiddelenvoorziening Suriname (BGVS) maakt volgens de minister deel uit van de herstelfase. Misiekaba zegt ernaar te streven dat BGVS tegen het einde van het jaar opnieuw een belangrijke positie op de geneesmiddelenmarkt inneemt. Daarnaast werkt het ministerie met ziekenhuizen en vakbonden aan maatregelen om de uitstroom van verpleegkundigen tegen te gaan en zorgpersoneel dat Suriname heeft verlaten mogelijk terug te halen.
Na de herstelfase wil Misiekaba fundamenteler naar het ziekenhuisstelsel kijken. Daarbij ligt zelfs de vraag op tafel of alle ziekenhuizen in Suriname dezelfde soorten zorg moeten blijven aanbieden. De minister noemt de mogelijkheid van meer thematische of gespecialiseerde ziekenhuizen. AZP zou zich dan nadrukkelijk concentreren op academische en hoogcomplexe, zogenoemde tertiaire zorg. Andere ziekenhuizen zouden zich sterker kunnen specialiseren in gebieden waarin zij al veel expertise hebben. Misiekaba noemde daarbij als voorbeelden een sterkere concentratie op moeder- en kindzorg bij het ‘s Lands Hospitaal en een eigen profiel voor het Diakonessenhuis.
Ook het Regionaal Ziekenhuis Wanica moet volgens de minister een veel sterkere positie krijgen. Het ziekenhuis zou moeten functioneren als een volwaardig basaal tweedelijnsziekenhuis voor onder meer inwoners van Wanica, Para en Brokopondo. Patiënten zouden daardoor niet voor iedere behandeling rechtstreeks naar het AZP hoeven. Alleen wanneer hoogcomplexe of tertiaire zorg noodzakelijk is, zouden patiënten verder worden verwezen.
Misiekaba zegt dat de huidige herstelfase formeel tot eind 2027 loopt, al verwacht hij dat sommige onderdelen eerder kunnen worden afgerond.
Daarna moet de aandacht steeds meer verschuiven van repareren naar het structureel opnieuw organiseren van de gezondheidszorg. De overeenkomst met PAHO/WHO loopt ondertussen door tot 2030. Daarmee liggen er nu twee tijdlijnen naast elkaar: de acute hersteloperatie tot uiterlijk 2027 en een bredere nationale gezondheidsstrategie tot 2030.
Of patiënten daarvan uiteindelijk daadwerkelijk betere, sneller bereikbare en betaalbare zorg merken, zal afhangen van de concrete uitvoering van de plannen.