
PARAMARIBO — Het conflict bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) is donderdag een nieuwe fase ingegaan. Niet langer draait de zaak alleen om een botsing tussen directeur Wendy Jap-A-Joe en de Raad van Commissarissen. De RvC legt nu openlijk een veel fundamentelere kwestie op tafel: wat is er de afgelopen jaren met publieke middelen gebeurd, waarom ontbreekt volgens de toezichthouders cruciale financiële verantwoording en waarom is een onafhankelijk onderzoek dat al maanden geleden werd besloten nog altijd niet uitgevoerd?
President-commissaris Emanuel Scheek kwam tijdens een uitvoerige persconferentie met een reeks zware beweringen. Volgens hem zijn middelen die TAS aan de Staat had moeten afdragen jarenlang bij de organisatie gehouden. Ook stelt hij dat de RvC nog altijd onvoldoende informatie krijgt om precies vast te stellen waar geld aan is besteed.
Dat zijn geen kleine aantijgingen. Het zijn beweringen die, indien ze door onafhankelijk onderzoek worden bevestigd, rechtstreeks raken aan het financiële beheer van een publieke autoriteit.
Een van de zwaarste punten betreft de zogenoemde surplusmiddelen.
Volgens Scheek bepaalt de wet dat TAS middelen mag reserveren voor onder meer de begroting, investeringen en bepaalde voorzieningen, maar dat het surplus aan de Staat moet worden overgedragen.
Hij stelt dat onderzoek van de RvC heeft uitgewezen dat dit jarenlang niet is gebeurd. Volgens hem kon de directie bovendien geen rechtsgeldig besluit overleggen waaruit zou blijken dat TAS toestemming had om die middelen aan te houden.
Scheek ging nog verder. Hij stelde dat geld zou zijn belegd en dat middelen onder meer zijn aangewend voor sponsoring en het uitlenen van personeel aan het kabinet van de vicepresident.
Voor deze beweringen presenteerde hij tijdens de persconferentie zijn lezing van het dossier. Juist dát is inmiddels de kern van het probleem. Want ook de RvC zegt het exacte bedrag niet te kunnen vaststellen. Waarom niet? Omdat volgens de raad essentiële informatie ontbreekt.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijke situatie. Dezelfde RvC die een begroting van mogelijk honderden miljoenen moet beoordelen, zegt onvoldoende inzicht te hebben in de werkelijke financiële positie van TAS. De begroting is daarom nog altijd niet goedgekeurd.
RvC-secretaris Joan Nibte legde tijdens de persconferentie uit dat de raad onderliggende stukken heeft opgevraagd om uitgaven te kunnen toetsen. Volgens haar zijn die stukken onvoldoende beschikbaar gesteld.
Daarom geldt momenteel volgens de RvC een uitzonderlijke werkwijze: de directeur moet wekelijks een betaallijst indienen, waarna de raad beoordeelt welke betalingen kunnen doorgaan.
De vraag die daaronder ligt is groter dan het conflict tussen twee kampen:
hoe kan een toezichthouder verantwoordelijkheid dragen voor een begroting wanneer diezelfde toezichthouder zegt niet over voldoende informatie te beschikken om die begroting verantwoord goed te keuren?
Dan het onafhankelijke onderzoek. De eerste voorgestelde uitvoerder van een quickscan werd onderwerp van discussie nadat Jap-A-Joe vragen stelde over mogelijke belangenverstrengeling. De directeur vroeg president Jennifer Simons daar in juni onderzoek naar te laten doen. Zij stelde daarbij niet dat belangenverstrengeling bewezen was, maar dat er volgens haar voldoende aanleiding was om de onafhankelijkheid te laten beoordelen.
De RvC zegt vervolgens zelf een stap terug te hebben gedaan. Scheek en Nibte zouden zich buiten de nieuwe besluitvorming hebben gehouden en de overige commissarissen kozen een andere partij. Volgens Scheek werd dat besluit op 19 juni 2026 genomen en werden de directeur, minister en president daarover geïnformeerd.
Daarmee zou de discussie over de eerste onderzoeker voor de nieuwe quickscan feitelijk zijn omzeild. Maar bijna drie maanden later is volgens de RvC ook die quickscan nog altijd niet begonnen.
Scheek zegt dat geen medewerking wordt verleend, toegang wordt belemmerd en gevraagde informatie niet volledig beschikbaar komt. Daarmee ontstaat een vraag die moeilijk nog als een persoonlijke ruzie kan worden afgedaan:
als er inmiddels een andere onderzoeker is gekozen, wat verhindert het onafhankelijke onderzoek dan nog?
Daar staat nadrukkelijk tegenover dat Jap-A-Joe eerder heeft betwist dat zij simpelweg weigert mee te werken.
In juni stelde zij dat zij juist duidelijkheid wilde over de juridische grondslag, opdracht, kosten, reikwijdte en onafhankelijkheid van de quickscan. Zij plaatste ook vraagtekens bij de bevoegdheden en werkwijze van de RvC.
Dat onderscheid is belangrijk. Dat de RvC donderdag stelt dat onderzoek wordt tegengewerkt, maakt die tegenwerking nog niet zelfstandig bewezen. Maar nu volgens de raad een andere partij is aangewezen, verdient wel een concreet antwoord waarom dat onderzoek vervolgens nog steeds niet van start is gegaan.
Misschien nog explosiever is wat Scheek zegt over de politieke behandeling van de zaak. De RvC stuurde volgens hem op 15 juni een dossier naar president Simons en minister Raymond Landveld. De hoofdbrief zou ongeveer twintig pagina’s tellen, met volgens Scheek tussen de 700 en 1.000 pagina’s aan onderliggende documentatie.
Daarin vroeg de RvC om een procedure voor schorsing of ontslag van de directeur. De Raad van Ministers wees een schorsing uiteindelijk af. Vicepresident Gregory Rusland verklaarde eerder dat de RvM op basis van de informatie die zij op dat moment had, een schorsing niet redelijk vond.
Maar Scheek legt daar nu een cruciale nieuwe bewering naast. Volgens hem was het raadsvoorstel dat uiteindelijk bij de RvM terechtkwam niet gebaseerd op het volledige dossier van 15 juni.
Toen hij dat ontdekte, zegt hij de stukken en zijn vaststellingen per deurwaarder opnieuw aan de minister en het kabinet van de president te hebben laten bezorgen. En vervolgens zegt Scheek iets dat politiek om antwoord vraagt:
volgens de informatie waarover hij beschikt, zou dat volledige dossier vervolgens niet bij de Raad van Ministers zijn beland.
Als dat klopt, verandert de discussie wezenlijk. Dan is de vraag niet alleen waarom de RvM de schorsing afwees.Dan moet worden vastgesteld op basis van welke stukken de ministers überhaupt hun beslissing hebben genomen — en welke stukken zij niet hebben gezien.
Ook minister Raymond Landveld wordt rechtstreeks in het dossier getrokken.
Scheek stelt dat de minister al vroeg over problemen binnen TAS is geïnformeerd. Hij beweert daarnaast dat een eerder afgesproken traject rond de directeur niet correct in het raadsvoorstel is verwerkt.
Landveld heeft eerder publiekelijk een andere lijn gekozen. Hij zei dat beide partijen hun werk moesten voortzetten en wees erop dat inmiddels een CLAD-onderzoek loopt naar de beschuldigingen. Volgens de minister moeten de resultaten daarvan worden afgewacht voordat maatregelen worden getroffen.
Dat CLAD-onderzoek is belangrijk.
Maar het beantwoordt niet automatisch de nieuwe vraag die donderdag op tafel is gelegd:
waarom zou het dossier dat de RvC bij de regering neerlegde niet volledig in het besluitvormingstraject van de Raad van Ministers zijn terechtgekomen?
Daarover moet de minister helderheid geven.
De RvC plaatste daarnaast vraagtekens bij oude jaarrekeningen.
Scheek stelde dat een accountant op 3 februari 2026 schriftelijk zou hebben aangegeven nog bezig te zijn met de controle van de jaarrekening 2023, terwijl volgens hem een accountantsverklaring bij diezelfde jaarrekening gedateerd is op 28 januari 2026.
Als de documenten inderdaad exact die chronologie laten zien, is uitleg van de betrokken accountant noodzakelijk.
Rinieuws heeft de genoemde correspondentie en accountantsverklaring niet onafhankelijk geverifieerd en presenteert dit daarom nadrukkelijk als een bewering van de RvC.
En dan is er nog een detail dat bijna symbolisch wordt voor het hele conflict.
Volgens Scheek bestond de overdracht over de periode 2020-2025 uit ongeveer één A4.
De nieuwe raad zegt vervolgens vragen te hebben gesteld over jaarrekeningen, begrotingen, besluiten, uitgaven en onderliggende goedkeuringen.
Dat leidde volgens Scheek niet tot het financiële totaalbeeld dat de RvC nodig achtte.
Daarom is inmiddels een CLAD-onderzoek over 2020-2025 gestart. Dat zo’n onderzoek loopt, is ook door minister Landveld bevestigd.
Scheek maakte tenslotte duidelijk waar voor hem persoonlijk de grens ligt.
Volgens hem loopt de huidige overeenkomst van Jap-A-Joe op 20 oktober af. Indien onder de huidige omstandigheden toch tot verlenging wordt besloten terwijl de financiële verantwoording volgens hem nog altijd ontbreekt, zegt hij zijn functie neer te leggen.
Daarmee heeft hij zichzelf publiekelijk vastgelegd.
Maar vóór 20 oktober ligt de belangrijkste verantwoordelijkheid niet alleen bij Scheek of Jap-A-Joe.
De regering moet eveneens antwoorden.
Niet op de vraag wie de persoonlijke strijd binnen TAS wint.
Maar op veel fundamentelere vragen:
Hoeveel geld had TAS aan de Staat moeten afdragen? Is dat daadwerkelijk niet gebeurd? Waar is dat geld gebleven? Waarom is de nieuwe quickscan nog niet begonnen? Welke documenten zijn aan de RvM voorgelegd toen over schorsing werd beslist? Heeft de minister het volledige dossier van de RvC doorgestuurd? En als dat niet is gebeurd: waarom niet?
Zolang die vragen onbeantwoord blijven, is het te gemakkelijk om het TAS-dossier weg te zetten als een botsing tussen een directeur en haar toezichthouders.
Want als de documenten achter de verklaringen van de RvC standhouden, gaat dit niet langer alleen over personen.
Dan gaat het over publiek geld, toezicht en de vraag of het systeem dat daarop moet controleren daadwerkelijk heeft gewerkt.