
PARAMARIBO — Staatsolie wil USD 54 miljoen investeren in twee nieuwe elektriciteitsmachines met een gezamenlijk vermogen van 34 megawatt. Tegelijkertijd werkt het staatsbedrijf verder aan de ontwikkeling van gas in offshore Blok 52, waar rond 2030 de eerste productie wordt nagestreefd. Algemeen directeur Annand Jagesar heeft president Jennifer Simons donderdag bijgepraat over beide trajecten.
De investering in nieuwe stroomcapaciteit komt op een belangrijk moment. Suriname heeft te maken met druk op de elektriciteitsvoorziening, terwijl Staatsolie verwacht dat de vraag naar elektriciteit de komende jaren verder zal groeien door de ontwikkeling van de offshore olie- en gassector.
Staatsolie wil daarom niet wachten totdat de extra capaciteit daadwerkelijk nodig is. Volgens Jagesar kunnen de levertijden van grote elektriciteitsmachines door ontwikkelingen op de wereldmarkt oplopen.
Het bedrijf wil twee machines veiligstellen die samen 34 MW kunnen produceren. De geraamde investering van ongeveer USD 54 miljoen betreft niet alleen de machines, maar ook een machinehal en infrastructuur die nodig is om de opgewekte elektriciteit af te voeren.
“Dat is een behoorlijke hoeveelheid energie en elektriciteit die we kunnen leveren”, aldus Jagesar.
Een belangrijke vraag blijft wanneer de machines daadwerkelijk kunnen worden geleverd en wanneer de volledige 34 MW beschikbaar komt. Daarover is in de bekendgemaakte informatie nog geen concrete datum genoemd.
Staatsolie voert ondertussen gesprekken met EBS over de verwachte ontwikkeling van de elektriciteitsvraag. De offshore-industrie kan de komende jaren niet alleen nieuwe inkomsten opleveren, maar zal zelf ook energie en ondersteunende infrastructuur nodig hebben.
Daarmee krijgt de uitbreiding van het opwekvermogen een bredere betekenis. Het gaat niet uitsluitend om het oplossen van huidige knelpunten, maar ook om de voorbereiding van het elektriciteitssysteem op een nieuwe fase van de Surinaamse economie.
Ook offshore Blok 52 stond op de agenda van het gesprek met president Simons. Staatsolie werkt daar samen met Petronas aan de ontwikkeling van gas.
Jagesar kondigt aan dat rond het project binnenkort belangrijke ontwikkelingen worden verwacht, maar gaf daarover nog geen verdere bijzonderheden prijs.
Het streven blijft om rond 2030 de eerste gasmoleculen te produceren. Voordat het project daadwerkelijk kan worden uitgevoerd, moet echter nog een Final Investment Decision (FID) worden genomen.
Volgens Jagesar zijn daarvoor nog verschillende stappen noodzakelijk. Die zijn met de president besproken en Staatsolie zegt daarbij ondersteuning van de regering te hebben gekregen.
Ook het veel grotere GranMorgu-project kwam ter sprake. Volgens Jagesar verloopt de ontwikkeling daarvan volgens planning en blijft de eerste olieproductie voorzien voor 2028.
Dat jaar kan voor Suriname financieel belangrijk worden. Staatsolie verwacht dat de eerste betalingen uit GranMorgu eveneens in 2028 naar Suriname kunnen beginnen te vloeien.
Daarmee lopen momenteel drie grote ontwikkelingen naast elkaar: nieuwe elektriciteitscapaciteit van 34 MW, mogelijke gasproductie uit Blok 52 rond 2030 en de geplande start van de olieproductie uit GranMorgu in 2028.
De komende periode zal vooral duidelijk moeten worden wanneer de nieuwe elektriciteitsmachines daadwerkelijk operationeel worden en welke concrete stap bij Blok 52 wordt gezet richting een definitieve investeringsbeslissing.