
PARAMARIBO – De Surinaamse regering heeft een beleidsteam van elf leden voor vier jaar benoemd om de artisanale goudsector te helpen hervormen. Daarnaast komt er een managementteam dat de uitvoering op zich moet nemen. Maar waarom zijn opnieuw adviseurs nodig voor problemen die al jarenlang bekend zijn? Wat gaat deze constructie kosten en welke verantwoordelijkheid draagt de minister van Natuurlijke Hulpbronnen zelf?
De problemen in de goudsector zijn bepaald geen geheim. Illegale goudwinning, kwikvervuiling, ontbossing, gebrekkige controle en staatsinkomsten die verloren gaan, staan al jaren op de politieke agenda. Regeringen hebben erover gesproken, deskundigen hebben gewaarschuwd en bewoners van het binnenland ondervinden de gevolgen.
Je zou bijna zeggen dat zelfs een blinde en een dove inmiddels weten wat er in de goudsector aan de hand is. Toch kondigt het nieuwe team aan eerst het binnenland te bezoeken om zich persoonlijk te oriënteren en vervolgens beleidsdoelen vast te stellen.
De vraag dringt zich op hoeveel onderzoek, overleg en oriëntatie Suriname nog nodig heeft voordat daadwerkelijk wordt ingegrepen.
Volgens de toelichting moeten de elf leden president Jennifer Simons gevraagd en ongevraagd adviseren. Ook gaan zij bekijken of bestaande wetgeving voldoet en waar aanpassingen noodzakelijk zijn. Het managementteam krijgt vervolgens de uitvoering onder zijn verantwoordelijkheid.
Maar over de financiële kant werd tijdens de beschikbare toelichting geen duidelijkheid gegeven.
Krijgen de leden een maandelijkse vergoeding? Zijn er onkostenvergoedingen, voertuigen of andere faciliteiten beschikbaar? Hoeveel mensen komen in het managementteam en wat kost dat afzonderlijk?
Stel dat de elf leden ieder SRD 15.000 per maand zouden ontvangen. Dan bedraagt de rekening over vier jaar al SRD 7,92 miljoen. Dat is nadrukkelijk een rekenvoorbeeld en geen vastgesteld salaris of budget. Eventuele kosten voor het managementteam zijn daarin niet meegenomen.
Juist daarom is openheid noodzakelijk. De regering moet duidelijk maken of deze benoemingen geld kosten en hoeveel belastinggeld ermee gemoeid is.
Suriname heeft al een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, met diensten en functionarissen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de natuurlijke rijkdommen.
Waarom is daarnaast een nieuw beleidsteam nodig dat rechtstreeks aan de president rapporteert? Ontbreekt het aan deskundigheid, middelen, bevoegdheden of aan daadwerkelijke handhaving?
Ook de verantwoordelijkheid van minister David Abiamofo mag daarbij niet buiten beeld verdwijnen.
Wanneer een minister zijn verantwoordelijkheden structureel niet kan waarmaken, moet de vraag gesteld kunnen worden of hij nog de aangewezen persoon is om die functie te vervullen. Als vervanging noodzakelijk blijkt, behoort ook dat tot de mogelijkheden.
Een minister is immers niet alleen aangesteld om problemen te benoemen, maar ook om oplossingen uit te voeren en daarover verantwoording af te leggen.
Tegelijk moet de regering uitleggen wat het nieuwe beleidsteam kan bereiken wat het ministerie tot nu toe niet heeft kunnen realiseren.
Voor bewoners die dagelijks met de gevolgen van goudwinning worden geconfronteerd, verandert er weinig door de benoeming van elf adviseurs.
Zij hebben behoefte aan schoon water, bescherming van hun leefomgeving en een overheid die daadwerkelijk optreedt tegen illegale activiteiten.
Ook voor de staatskas is het belangrijk dat goudstromen beter worden gecontroleerd en verschuldigde belastingen worden geïnd.
Daarvoor zijn concrete maatregelen nodig: controles op mijnbouwactiviteiten, handhaving van milieuregels, transparantie over concessies en optreden wanneer de wet wordt overtreden.
Een nieuw beleidsteam kan daarbij ondersteuning bieden. Maar dan moet duidelijk zijn wanneer de eerste resultaten zichtbaar worden en hoe het werk van de leden wordt beoordeeld.
Vier jaar is een lange periode om te adviseren over problemen die vandaag al om oplossingen vragen.
De regering van president Simons heeft de ordening van de goudsector als belangrijk aandachtspunt naar voren gebracht. Met de benoeming van het beleidsteam wordt nu een volgende stap gezet.
Of die stap daadwerkelijk verbetering oplevert, zal niet blijken uit het aantal vergaderingen, werkbezoeken of geschreven rapporten.
De maatstaf moet zijn of illegale activiteiten worden teruggedrongen, het milieu beter wordt beschermd en de staat aantoonbaar meer inkomsten ontvangt.
De Surinaamse samenleving wacht niet op de zoveelste uitleg over wat er mis is in de goudsector. Dat weet men inmiddels wel. De bevolking wil zien dat er wordt opgetreden.
En voordat deze nieuwe structuur vier jaar aan het werk gaat, verdient één vraag een helder antwoord van de regering: wat gaat het allemaal kosten en wanneer krijgt Suriname daar concrete resultaten voor terug?